Logo van de kerk

overweging in 2017 op 15 oktober

Overweging op 15 oktober 2017

Lezing: Genesis 1 en 2

Verhalen met ruimte

In zijn voorstelling “Na de pauze” vertelt cabaretier (en gelovige)Herman Finkers hoe hij zich nog levendig herinnert hoe de kapelaan voor de eerste keer bij hem in de klas kwam. Ik zat op een katholieke school in Almelo, zo vertelt hij, en u moet weten, daar leerde ik van allerlei dogma’s. Het dogma van “1 en 1 is twee ” en het dogma van “iets is in wezen niets anders dan”, een boom is in wezen niets anders dan een zuurstoffabriek.
Maar toen kwam de kapelaan de klas binnen en hij zei: Er is maar één God en hij bestaat uit drie personen. Goddank, dacht ik, (zo zegt Finkers) eindelijk iemand met wie ik kan praten. Want dat was een verhaal met ruimte! En de kapelaan bleek barstensvol verhalen met ruimte te zitten. Bij hem was een boom niet alleen maar een zuurstoffabriek, maar de kapelaan vertelde over de boom van het leven, de boom van goed en kwaad, de boom van de zondeval en verlossing, ja een boom kon weer alles zijn.

Verhalen met ruimte, noemt Finkers dat. Op een fijnzinnige manier laat Finkers zien hoe wij mensen verschillende talen tot onze beschikking hebben om één en dezelfde werkelijkheid te benoemen en hoe die taal van elkaar verschilt, anders uitwerkt, ja zelfs bedoeld is om anders uit te werken. Er is taal die bedoeld is om te beschrijven, na te rekenen, te analyseren, de taal van begrippen en formules, van natuurwetenschap, de boom als zuurstoffabriek, “maar dat van die boom, dat verstikte bij mij alle poëzie ”, zegt Finkers.
En er is taal die bedoeld is om uit te drukken wat mensen geloven, hopen, waar hun vreugde zit, hun verdriet, hun ontroering en inspiratie, taal die uitdrukt wat mensen richting geeft en vertrouwen.

In het verhaal stappen

Onze scheppingsverhalen van vandaag zijn geschreven in die tweede taal, verhalen met ruimte, zoals Finkers dat zegt, verhalen bedoelt ooit om een volk, verloren in ballingschap hoop te geven, houvast, vertrouwen dat de wereld aan iemand anders toebehoort dan de machthebber van Babel, verhalen bedoelt om ruimte te geven in een situatie van verdrukking.
Om antwoord te geven op vragen als, hoe is het ook alweer met ons en onze God begonnen, voordat we hier belandden, en hoe is het leven met Hem, met elkaar bedoeld?

Toen onze oudste net een beetje de wereld om hem heen aan het ontdekken was, zowel in wat hij zag als in wat hij in woorden kon zeggen, uitdrukken, toen lazen we op een keer het scheppingsverhaal en ik realiseerde me dat we al lezend midden in het verhaal waren gestapt, al vertellend, al lezend in dat oude verhaal van de Bijbel schiepen we, benoemden we de wereld om hem heen die zo nieuw voor hem was als was het de eerste scheppingsdag, Met ieder woord uit het verhaal kwam de wereld om hem heen tot leven, boom, vis, zon, maan, en bij dat alles werd telkens de naam van God genoemd, als degene die betrokken was bij alles wat hij zag, benoemde en ontdekte, als degene naar wie alles om hem heen verwees.
Er is de taal van wereld, mens, natuur, maar ook de taal van schepping, schepsel en Schepper, een taal die iets anders op het oog heeft, je anders aanspreekt als mens, je anders laat kijken naar alles om je heen, naar jezelf ook, naar elkaar een andere betekenis in zich heeft.

Verhalen vol ruimte, twee maar liefst over dat begin met elk een eigen zeggingskracht, een eigen focus. Als het eerste scheppingsverhaal, dat het bekendste is, van de zeven dagen voorbij is, lijkt het opnieuw te beginnen in Genesis 2 met de schepping van de mens, maar de blikrichting is omgekeerd, in het eerste verhaal komt eerst alles tot leven door het gesproken woord van God die alles bij name noemt, tevoorschijn roept, en aan pas aan het einde komt de mens daar in beeld, terwijl in het tweede verhaal het begint met de mens, gevormd uit het stof der aarde, bezield door de levensadem van God en hoe er vervolgens om deze broze, bezielde mens heen een plek gecreëerd wordt, bedoeld om te bewerken en te bewaken.
Het eerste verhaal omvat de hele aarde, de hele mensheid, de blikrichting is universeel, zoals iemand het afgelopen dinsdag in de kerkenraad zei, terwijl het tweede verhaal inzoomt op die ene mens, een mens zoals u en ik, geplaatst op één plek om te leven, met de opdracht die plek te bewerken en te behoeden, een lokaal verhaal.

Ja, zelfs God komt op een andere manier naar voren in de beide verhalen. In het eerste verhaal is God degene die door te spreken alles schept, God heeft er uit zichzelf naar verlangd dat er liever iets was dan niets, het is op Gods initiatief dat alles tot leven wordt geroepen, maar God valt niet samen met de schepping, alles verwijst naar Hem, maar God staat buiten en boven al het geschapene, terwijl in het tweede verhaal, dat het begin is van het verhaal in het paradijs en daarna, God als het ware onze mensengeschiedenis binnenstapt, waarin hij spreekt met Adam, zijn mens zoekt al wandelend door de tuin, hem ook leert kennen in al zijn dubbelheid, en met een opdracht de wereld instuurt. Twee verhalen die vanaf het begin af aan al iets over die twee kanten van God willen vertellen, God, die ver boven onze tijd en ruimte en onze wereld uitgaat en tegelijkertijd heel dichtbij ons zoekt en aanspreekt.

Het verhaal wijst een weg…

Twee verhalen dus met een eigen focus, een eigen blikrichting, maar allebei bedoeld om die wereld om ons heen, onze eigen plek daarin en onze relatie met de ander betekenis te geven. Wat zou je nou van die scheppingsverhalen kunnen leren. Hoe geven ze dan richting, ook in de wereld van vandaag?

…van verbondenheid

Een paar dingen zou ik eruit willen lichten, En dat is in allereerste plaats verbondenheid. De wederzijdse verbondenheid en afhankelijkheid van alles wat leeft en ons omringt, op hun eigen manier vertellen die beide verhalen daarover. Alles wat door God met zijn woord geschapen wordt, wordt ook meteen in relatie tot elkaar gebracht, aan elkaar verbonden, dag en nacht verbindt God met elkaar, zee en land, hemel en aarde, de planten met de dieren én de mensen, alles wat geschapen wordt, wordt meteen in een verband met elkaar gezet, alles wat leeft staat in relatie met elkaar en van zo’n leven in verbondenheid en afhankelijkheid wordt gezegd dat God zag dat het goed was, dat het zeer goed was, dat dat goed is.
Daarin klinkt een richting door, een houvast, een manier van kijken, die verbondenheid en wederzijdse afhankelijkheid doet een appèl op je, vraagt om een bepaalde omgang en zorg, voor elkaar, voor de aarde en alles wat daarop leeft.
In het tuinverhaal klinkt het door in de gelijkenis tussen de woorden voor mens, adam, en aarde, adama, de mens die gevormd is uit het stof van de aarde die hij bewerkt, die verbonden is met de ander en God doordat we delen in de levensadem, die God in ons blaast.

…bescheidenheid,

Het tweede dat de beide verhalen ons, denk ik, leren, hangt daarmee samen, dat is: bescheidenheid, dat we als mens niet meer zijn dan schepsels gevormd uit stof, Gij hebt dit broze bestaan gewild, zegt een lied.
Alleen omdat God het gewild heeft, ons die levensadem heeft ingeblazen, zijn we levende, bezielde wezens. Dat maakt bescheiden over wie je bent als mens, over hoe je naar jezelf kijkt, dat maakt ook bescheiden over de plek die je op de aarde inneemt en wat je daarin jezelf toe eigent of juist niet.
Zie, ik geef jullie…zegt God tegen de mens, de wereld en alles wat daarin leeft zien als gave van God. Ook in dat eerste verhaal is die bescheidenheid terug te vinden, ook al weet ik hoe vaak juist dat verhaal gebruikt is door de mens zelf om de mens bovenaan te stellen, als maat der dingen, als god over alles wat leeft, maar u hebt ons bijna goddelijk gemaakt, zegt psalm 8, bijna.
Genesis 1 laat zien hoe juist niet alles met de mens begint, dat het startpunt ergens anders ligt, dat er al een hele schepping an sich is, die in verband tot elkaar staat en functioneert, voordat de mens uiteindelijk ten tonele verschijnt, en die mens wordt dan in dat geheel geplaatst in relatie tot God én in relatie tot die hele schepping om hem of haar heen, dat we niet eens een eigen dag hebben in dat geheel, dat maakt bescheiden, zo merkte iemand op.

…en ontzag voor God

En uit die bescheidenheid vloeit ontzag voor God voort, dat is het laatste wat ik wil noemen, dat doorklinkt uit die verhalen van het begin, ontzag voor God, voor het leven, voor die levensadem, die door heel de schepping heen te vinden is, maar waar je de vinger niet precies op kunt leggen, waar je niet grip op kunt krijgen.

Afgelopen donderdag waren er kunstenaars in de kerk voor Feest van de Geest en het thema zal volgend jaar Levensadem zijn, en ik vertelde dat ik bezig was met het scheppingsverhaal, over God die de levensadem inblaast, en ook dat het me deed denken aan hoe mensen waken bij een stervende en hoe dicht je dan bij het geheim van het leven komt en tegelijkertijd beseft dat je er niets over te zeggen hebt, hoe iedere ademteug de laatste kan zijn zoals er ook ooit één de eerste was, en hoe dat je vervult van ontzag voor degene die de levensadem geeft.

Om dat niet te vergeten, om dat besef van verbondenheid, bescheidenheid en ontzag niet kwijt te raken, lezen we telkens weer die verhalen van het begin, verhalen vol ruimte.
Amen