Logo van de kerk

Overweging 2021 op 21 februari

Overweging 21 februari 2021

Lezing Marcus 1: 29-34

Inleidende woorden

Je hebt van die woorden die je alleen nog maar in de kerk lijkt te horen, maar die verder daarbuiten als abracadabra klinken. Barmhartigheid is zo’n woord, afkomstig van het woord misericordia in het Latijn, er zit het woord “hart ” in, cor geraakt worden in het hart door de misère, compassie wordt er ook wel gezegd, er zijn voor de ander, of met een kleine twist: “warm hartigheid”, daar waar je met een warm hart de ander, jezelf, God tegemoet treedt en andersom.
In de komende weken tot aan Pasen staan de zeven werken van barmhartigheid centraal, 7 manieren om volgens de gezindheid van Jezus Christus in het leven te staan én te handelen, 7 thema’s die Gods houding naar ons en onze houding naar elkaar aan de orde stellen. Ze zijn afgeleid uit Matteus 25, waar Jezus als Mensenzoon en Koning als alles voltooid is, mensen uitnodigt op basis van wat ze gedaan hebben:

Kom, gezegenden van mijn Vader, 
Neem mijn koninkrijk in bezit
dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt.
Want ik had honger en jullie hebben me te eten gegeven.
Ik had dorst en jullie hebben me te drinken gegeven,
ik was vreemdeling en jullie hebben me opgenomen.
Ik was naakt en jullie hebben me gekleed,
ik was ziek en jullie hebben naar me omgezien,
ik zat in  de gevangenis en jullie kwamen naar me toe.

Ik verzeker jullie,
alles wat je voor één van deze minste broeder van mij hebt gedaan,
heb je voor mij gedaan.

En in de vierde eeuw kwam hier het zevende werk bij, namelijk de doden begraven.

In de zeven weken tot aan Pasen staan we stil bij deze werken,
die ons helpen op te staan,
die ons helpen bevrijder te leven,
die ons helpen meer recht te doen aan elkaar
en hoe het leven is, in alle pijn, donkerte en verdriet,
zonder daarin te berusten
of er onverschillig voor te worden.
Er ís ziekte, er ís gevangenschap, honger en nog veel meer
en hoe kunnen we daar nu mee omgaan
in het licht van Pasen.

Vandaag is het eerste werk van barmhartigheid en compassie:
zieken bezoeken.

Geliefde mensen van God, gemeente van Christus,

Het eerste werk van barmhartigheid is meteen een hele actuele als ook een hele lastige. Want mocht je al enige druk ervaren om deze werken concreet meer handen en voeten te geven in het dagelijkse leven, dan is juist nu het bezoeken van zieken enerzijds een hele noodzakelijke, maar tegelijkertijd een hele ingewikkelde in deze tijd met alle maatregelen en voorzichtigheid die geboden is. En dan lezen we ook nog over iemand die koorts heeft en wiens hand vastgepakt wordt… ogenschijnlijk zulke gewone, vanzelfsprekende zaken die nu op allerlei manieren onder druk staan, anders zijn of beladen. 

Om te beginnen kun je in elk geval zeggen dat we in deze tijd aan den lijve ervaren hoe pijnlijk en verdrietig het is wanneer je niet op bezoek kunt, wanneer ziekte een rol gaat spelen in iemands leven, of in je eigen leven, hoe graag je dan, als het om iemand vertrouwd gaat, dichtbij iemand wilt zijn, of iemand dichtbij wilt hebben, een hand vast wilt houden, diegene niet alleen wilt laten, of niet alleen wilt zijn met alles wat er op je afkomt.
Tegelijkertijd zal ik het meteen maar duidelijk zeggen: Ik bezoek nooit zieken. En voordat de verkeerde indruk ontstaat, moet ik daar aan toevoegen: ik bezoek wél mensen die in meer of mindere mate ziek zijn, en dat is heel wat anders. Wie zieken bezoekt, laat de mens erachter samenvallen met de ziekte, wie mensen bezoekt die ziek zijn, houdt zo goed en kwaad als dat kan de hele mens in beeld. Jezus zegt; ik was ziek en jullie hebben naar me omgezien en dat is de traditie ingegaan als het liefdewerk: zieken bezoeken

Het is een heel subtiele verandering in de formulering van de werken van barmhartigheid, die eigenlijk bij alle werken een rol speelt en die misschien ook nog wel in de hand wordt gewerkt door het thema van de Veertigdagentijd: Ik ben er voor jou.
Wat gemakkelijk ontstaat is de verhouding van de helper tegenover de hulpbehoevende, de sterke tegenover de zwakke, de krachtige tegenover de kwetsbare, iets wat geen van ons allen uiteindelijk verder helpt, ook niet in barmhartig leven met elkaar. Als Jezus de zeven manieren van barmhartigheid doen aan elkaar formuleert dan identificeert hij zich juist als eerste met de groepen die hij benoemt: ík ben de zieke, de gevangene, de vreemdeling, de naakte, ik bén dat, dat is in allereerste instantie mijn perspectief en dat deel ik met jou, dus als we iets willen begrijpen van die werken van barmhartigheid dan doen we er goed aan Jezus daar eerst maar eens in te volgen, eerst onszelf maar eens te identificeren met, ons te verplaatsen in de zieke, de vreemdeling, de gevangene, en wat het betekent vanuit dat perspectief het leven te aanschouwen, voordat we uit een houding van goed willen doen, hoe goed bedoeld ook, meteen in een soort hulphouding schieten.

Hoe was het, hoe is het, toen je ziek was, nu je ziek bent, bezoek te ontvangen, waar heb je je ooit echt vreemde gevoeld en wie nam je op in de kring, wat betekent gevangenschap voor jou? Pas vanuit die eigen ervaring kunnen we iets gaan begrijpen van de barmhartigheid naar een ander toe, zoals mensen na een bepaalde ervaring, bijvoorbeeld met verlies, of ouder worden, of wat dan ook kunnen zeggen: nu begrijp ik pas wat hij of zij bedoelde, meemaakte of ervoer, nu ik zelf aan den lijve in dezelfde situatie zit.
Maar je hoeft niet per se te wachten tot je zelf iets meemaakt, je kunt je als mens ook zo goed en kwaad als dat gaat verplaatsen, inleven, van perspectief wisselen met een ander, ik denk dat barmhartigheid, compassie, hart hebben voor een ander begint met ook diep in je eigen hart te kijken en te beseffen dat jij niet anders, beter, minder, hoger lager bent dan die ander naast je.

Maar goed, zieken bezoeken…

Jezus stapt een huis binnen waar een mens, die ziek is, aanwezig is, hij wordt er op aangesproken, de vertrouwde kring om deze vrouw heen brengt haar in beeld, brengt haar ter sprake… ja, bijna zoiets als: je stapt hier nu wel ons huis binnen, Jezus, maar boven ligt ook nog… Ik herinner me als kind hoe het ergste eigenlijk was wanneer je beroerd was, dat je dan ook nog apart lag in een kamertje, alsof je helemaal alleen gelaten werd met je ziek- zijn, terwijl de rest van het leven vrolijk onder je doorging…
Zieken bezoeken, daar zit het woord zoeken in en in Jezus’ geval is dat in allereerste plaats de mensen zoeken, opzoeken, die ziek zijn, zoeken letterlijk op de plek waar ze zich bevinden en erbij halen, erbij betrekken, niet afschrijven, niet buitensluiten maar deel uit laten maken van de gemeenschap.
En dan niet: de zieken horen erbij, als een goedwillende daad van de gezonden. Nee, die mensen mét hun ziekte maken net zo vanzelfsprekend deel uit van de mensengemeenschap, als degene met wie op een of andere manier niets aan de hand is.
Mooi is het wat die kring om Simons schoonmoeder doet, Jezus erop aanspreken. Of hij een zetje nodig had, dat zou ik niet weten, maar het is denk wel herkenbaar voor onszelf, hoe je soms lang kunt dralen en aarzelen voordat je ertoe komt iemand te bezoeken. Dan heb je soms even zo’n bruggetje nodig, zo’n opstapje van iemand, die zegt: ik zou zeker even gaan.

Een tweede dimensie die in dat zoeken zit is degene bij wie je bent werkelijk opzoeken daar waar hij of zij met zijn of haar beleving, gedachten en gemoed is, op dat moment. In het Griekse en Latijnse woord voor bezoeken, zit allebei “goed kijken, iemand met waarachtige interesse aanschouwen”, zoeken waar iemand is. Het is misschien hoe dan ook met elk bezoek moeilijk om werkelijk open iemand tegemoet te treden, maar wanneer ziekte de aanleiding is wellicht nog meer, door alle vooropgestelde ideeën die je al hebt als je naar binnen stapt, van juist niet teveel willen horen van wat iemand werkelijk benauwt, bedrukt, bezorgd maakt en beangstigt, en daar over heen praten omdat het je teveel confronteert met je eigen kwetsbaarheid, tot helemaal naar de andere kant van het spectrum, je niet kunnen voorstellen dat iemand zich juist met zijn/haar ziekte ook in al zijn/haar kracht toont, vrolijkheid, dankbaarheid en met zin in het leven.

Het luistert nauw, degene die bezoekt en bezocht wordt. Kun je elkaar zoeken en vinden, van beide kanten, of houd je je groot, blijft er een afstand?
Het bijzondere is dat Jezus zegt dat we Hem ontmoeten in de mens die wij bezoeken, ook in zijn of haar ziek zijn. En ik wil dat heel voorzichtig zeggen, en dat zeker niet te gauw, te vroom of te romantiserend zeggen, maar misschien kun je zeggen dat in een ontmoeting in kwetsbaarheid, tussen iemand die ziek is en iemand die zich er bewust van is een net zo broos lichaam te hebben, of geest voor mijn part, er zich eerder een dimensie opent die ons brengt bij God, bij Christus, bij het mysterie van het leven, dan wanneer we elkaar in het gewone, alledaagse voorbij lopen.
Een mens kan helemaal opgesloten raken in tijden van ziekte, maar kan zich ook openen, waardoor het leven rijker, intenser en dieper wordt, ondanks alle verlies en verdriet dat er ook bij hoort.

We gaan zometeen naar een bijzonder lied luisteren dat muzikaal vertolkt wat ik probeer te zeggen en dat lied is geschreven door de zangeres Kinga Ban en zanger Elbert Smelt. Kinga Ban overleed in 2019 aan de gevolgen van borstkanker en bracht vlak voor haar dood met goede vriend Elbert Smelt het nummer Leef met volle teugen uit, een nummer waarin gezond zijn, ziek zijn, kracht en kwetsbaarheid, en het betrekkelijke van al die etiketten dwars door elkaar heen lopen.

Kinga staat tussen het leven en de dood in, vertelt Elbert.
Een bizarre plek van waaruit alles in een ander perspectief komt te staan. Ik sta, samen met heel veel anderen, naast haar en dat doet iets met je. Dat doet iets met je kijk op het leven nu, de toekomst, je geloof en je godsbeeld. De dood en je eigen onmacht en frustratie in de ogen durven kijken is moeilijk, maar het hoort bij leven en geloven.

Stille zaterdag leek hen een mooie dag om met deze song voor de dag te komen. Op de dag dat Jezus verslagen lijkt te zijn. Op de dag dat twijfel, verwarring en ‘het niet meer weten’ het dreigen te winnen van de hoop. Net zoals zo vaak als in onze levens. En dan toch geloven dat Christus zichtbaar wordt, dwars door alles heen.

Amen