Logo van de kerk

Overweging in 2021 op 10 januari

Overweging 10 januari 2021

Lezing Marcus 1: 1-11
Bevestiging Roelie Stevens Schipper, kerkelijk werker.

“Als het begin er maar is, dan komt het goed”

Geliefde mensen van God, gemeente van Christus,

Iedere keer als ik achter de computer kruip om de overweging te schrijven is het begin, beginnen het lastigst. Ik drentel wat door huis, ik pak nog eens een kopje koffie, hang nog even een wasje op en check een laatste keer mijn mail, maar ondertussen weet ik: ik moet gewoon beginnen, want als het begin er eenmaal maar is, dan komt het goed.
Waar ik in de beginjaren van mijn predikantschap dit werkvermijdende gedrag in mezelf nog wel eens streng toesprak, heb ik inmiddels leren herkennen, dat juist dit er ook al bij hoort, er borrelt al iets, er gebeurt onderhuids al iets, en dat “iets” wacht er nu gewoon op totdat het aan het licht mag komen, totdat het vorm en taal zal krijgen, want als het begin er maar eenmaal is, dan komt het wel goed.

In die zin voelde ik me deze week verbonden met de evangelist Marcus die in het gelezen gedeelte van vandaag een begin moet, een begin wil maken met zijn verhaal over Jezus, zo’n 30 jaar na zijn dood aan het kruis. Maar hoe te beginnen? Hoe laat zich dit verhaal vertellen, dat ondanks die godverlaten dood aan het kruis, de ervaring van zovelen is dat Hij niet dood is, dat zijn liefde en trouw niet voor niets zijn geweest, dat God deze ene mens niet heeft losgelaten, integendeel, maar in Hem juist meer dan ooit tevoren tot uitdrukking kwam.
Hoe te beginnen? En waar begon het eigenlijk?

Waar latere collega’s zoals Lucas en Matteus kiezen voor verhalen rondom Zijn geboorte, voorafgegaan door geslachtslijsten en afstamming, of Johannes die opent met een poëtische hymne die teruggrijpt tot aan de schepping, kiest Marcus voor een ander verhaal, namelijk het verhaal van Jezus’ doop als begin. Daar…zegt Marcus…daar begon het, daar begint het, telkens weer. Als er ergens een punt is waar je telkens weer naar terug mag keren, terug naar kunt keren, dan is het dat verhaal, dat gebeuren, dat ene moment.
Lets go down to the river and pray…

Waar is mijn geloven begonnen? vroeg ik me af deze week. Waar is uw, waar is jouw geloven begonnen? Is er ergens een moment, een gebeurtenis, of een verhaal te vertellen waarvan je zegt: weet je nog…toen…daar begon het?
Nou heb ik zo’n vermoeden dat bij de meesten van ons, net als bij mij, er niet een groot licht is gekomen, een stem of donderslag bij heldere hemel, maar dat geloven al gaandeweg met vallen en opstaan bij je leven is gaan horen. Misschien zeg je: het is al begonnen door het nest, of de plek waar ik geboren ben, misschien is er een bepaalde periode in je leven geweest, waarin je er meer mee bezig was, of misschien begin je er telkens weer opnieuw mee, met geloven, en toch loont het om af en toe eens een vlaggetje neer te zetten op je geloofsweg, of ergens de slingers op te hangen, een moment te markeren, en een verhaal te vertellen dat je koestert, en waar je ook telkens weer naar terug mag keren als je dat even nodig hebt.

Net als leven is geloven nooit af, gaat het met ups en downs, leer je telkens bij, maar ergens is het begonnen, ging er iets borrelen, was er iets dat wachtte om taal en vorm te krijgen. Als het begin er eenmaal is, dan komt het namelijk wel goed en het loont, het helpt om dat soort beginnen, beginnetjes af en toe weer terug te halen, voor ogen te houden. Misschien toen je belijdenis deed, een kind kreeg, zelf ervoor koos naar de kerk te gaan of toen je iets beslissends meemaakte? En misschien is dat al veel te groot gedacht… soms zit het nog meer in het kleine…

Ik herinner me dat ik ooit na een dag studeren op zondag in de universiteitsbibliotheek met een volle boekentas naar huis ging. Op het moment dat ik langs de Nieuwe kerk in Groningen fietste, waar een vesper op het punt stond te beginnen, toen dacht ik in een flits: zal ik gaan of niet? En ineens werd die vraag breder in een paar seconden: wat zoek ik daar eigenlijk, wat doe ik daar in vredesnaam, kerk, God, gelovig zijn, hoort het bij mij of niet, voortaan of niet. Uiteindelijk stapte ik af en ging naar binnen.
Van de hele vesper weet ik niets meer, maar ik koester dat verhaal, dat kleine begin, een liefdevol zetje in de rug, ik zet er een vlaggetje bij en ik denk er af en toe nog eens aan, zoals deze week.
Zo klein kan het zijn …        

Begin van de blijde aankondiging van Jezus Christus, met die even eenvoudige als geladen woorden opent Marcus zijn evangelie. Hier en nu begint het, let op! zegt hij. Om dan vervolgens er al weer even bij weg te lopen, daaraan vooraf te gaan speuren, en te zeggen: nou ja, eigenlijk begon het al toen de profeet Jesaja sprak… over een aankondiger, een stem die roept in de woestijn, eigenlijk begon het daar al te borrelen, was er onderhuids al iets gaande, maar goed… hier komt het…

En hoe anders is dan het begin van Jezus’ weg dan wij zouden verwachten. Zo ronkend als de woorden van Johannes zijn in zijn aankondiging – na mij komt hij die sterker is dan ik en bij wie ik het niet waard ben om de riemen van zijn schoenen los te maken - zo onopvallend voegt Jezus zich in de rij van al die wachtenden voor de doop van bekering en vergeving van zonden.
Let’s go down to the river to pray, sisters, brothers, fathers, mothers, sinners, en zonder een woord sluit Jezus aan bij alle Jeruzalemmers, al die mensen uit Judea, alle vaders, moeders, kinderen, grijsaards, rijken en armen. Wie erbij was zal er niets van gemerkt hebben, want geen woord van protest van Johannes, niet eens een woord van herkenning, en zelfs de stem uit de hemel wordt door niemand gehoord dan Jezus alleen…

Zo tegengesteld aan ons, waar wij een begin maken, waar wij vaak geneigd zijn om onszelf te laten zien, onszelf groot te maken, of het gevoel te hebben dat we ons moeten bewijzen, of waarmaken, een daad moeten stellen, iets doen… Het begin van Jezus’ weg is iets wat áán hem voltrokken wordt, wat áán hem gebeurt, wat hij laat gebeuren en waar hij zich aan overgeeft, hij waagt het erop.
En als hij dan opklimt uit het water dan klinkt er die stem, woorden die wellicht vertrouwd zijn, die we wel kennen, maar wat opvalt is datgene wat die stem juist niet zegt! Er klinkt niet een of andere opdracht, een missie, een taak die Jezus volbrengen moet, zo van: nu je gedoopt bent, is dit je weg, je opdracht, je taak of functieomschrijving, nee, er klinkt alleen maar: jij bent mijn kind, jij bent geliefd.
Ontdaan van alle dadendrang, alle grootmakerij, alle verwachtingen, is dit het begin dat alle verschil maakt voor de verdere weg, die Jezus zal gaan.

Een begin dat meteen hierna ook aangevochten wordt, op de proef gesteld wordt, om die stem niet te geloven, om daar iets aan toe te moeten voegen van jezelf, om iets te doen om die stem te moeten verdienen in plaats van te ontvangen. Maar dit…dit alleen is hier het begin, het beginsel, hetgene waar je telkens weer naar terug mag keren, jij bent mijn kind, jij bent geliefd dat is genoeg, dat is de grond die je onder voeten krijgt, telkens wanneer je door het diepe levenswater gaat en de bodem raakt: Jij bent mijn kind, jij bent geliefd. Als het begin er eenmaal maar is, dan komt het goed.In Jezus, door Jezus’ verhaal, door zijn weg worden we uitgenodigd om die stem ook tot ons te laten klinken, in ons leven te laten klinken: jij bent mijn kind, jij bent geliefd.

En ik weet: het is vaak zo gemakkelijk gezegd, dat je kind van God bent, dat je geliefd bent, vaak hóór je die woorden wel, maar komen ze ergens niet binnen, resoneren ze niet, blijven ze leeg. En toch is het dan goed om ze langs de weg van dit verhaal weer tot je te laten komen want soms krijgen ze ineens glans, diepte, zeggingskracht en heb je al die tijd daarvoor gewoon nodig gehad om het te laten borrelen, net als de kopjes koffie en het ophangen van wasjes. Dit…dit is het begin, het beginsel van alles, van ieder mens vertelt het evangelie.
Een paar keer ben ik er getuige van geweest hoe mensen vlak voor hun sterven, in alle kwetsbaarheid, en ontdaan van alles, deze woorden met het hart konden verstaan, aan het einde kwamen ze bij het begin en dat was om stil van te worden. Als het begin er eenmaal is, dan komt het goed. In Jezus is het begonnen.

Roelie, jij begint/ wij beginnen hier vandaag met elkaar, of beter gezegd, het is al begonnen en we vertrouwen erop: het komt goed! Vandaag hangen we slingers op, prikken er een vlaggetje bij, en leggen de rode loper uit, zodat we later nog eens kunnen zeggen: weet je nog…toen…die dag…

Amen