Logo van de kerk

overweging 10 mei 2020

Overdenking 10 mei 2020

Perspectief

Ik zou vanmorgen willen beginnen met een vraag. We hebben de techniek nog niet zo ver dat u ook kunt reageren vanuit uw huis, vanachter uw laptop of tablet maar meedenken kan zeker en die vraag is:
Wat is volgens u het meest gebruikte, het meest gehoorde woord van de afgelopen week in de krant, in de politiek, op de radio en in de praatprogramma’s op tv? Welk woord kwam het vaakste langs?
Ik heb er natuurlijk geen onderzoek naar gedaan maar als ik een goede gok zou moeten doen, dan zou ik mijn geld zetten op het woord “perspectief ”, daar ging het in de afgelopen week telkens weer over. Na twee maanden intelligente lockdown, met alle beperkingen, voorzichtigheid en stilstand die er overal was, snakten we nu eindelijk naar perspectief, naar iets van een vooruitzicht, stippen aan de horizon.

Je kon overal merken en misschien merkte het u het ook wel bij zichzelf in de afgelopen tijd - het uithoudingsvermogen is aardig op de proef gesteld, er begint ongeduld in te sluipen, de klad begint er wat in te komen. En de reactie daarop was: perspectief bieden, contouren schetsen voor de tijd die komt, iets van een houvast dat lucht geeft. Niet langer benadrukken wat niet maar wat wél kan, zo werd er bij de persconferentie gezegd en er werden een heel aantal versoepelende maatregelen aangekondigd. En dat is goed nieuws voor wie het betreft, ondernemingen die weer op mogen starten, kinderen die weer naar school mogen en sporten en ja, het ging zelfs ook al even over de kerken.
Perspectief, daar snakken we naar. Je merkt hoezeer je soms de toekomst naar je toe zou willen halen, iemand zei deze week nog: Ik zou het liefst willen zeggen: zo, nu stoppen we ermee, nu houden we ermee op, met dit coronagedoe, maar ja…dat gaat niet. Dus dan toch tenminste iets van perspectief. Spannend is het wel. Want dat het mag, betekent nog niet dat je het wil, of durft.

Heilige plek

Hier stromen we vandaag ook in met ons verhaal over het volk Israel op hun tocht. Net als wij, bevinden ook zij zich nog midden in de woestijntijd, het landschap is inmiddels al aardig vertrouwd geworden, de leegte, de kaalheid, de stilte, maar toch snakken ook zij naar perspectief, naar een stip aan de horizon. Je zou ook kunnen zeggen, daar zijn ze nu aan toe. In die eerste tijd ging het om de zorg over eten en drinken, om het loskomen wat achter hen lag, het terugverlangen naar waar je vandaan kwam, het ontwennen ook aan de slavenstatus en nu in de leegte van de woestijn ervaren dat alleen God boven je staat, en er was de strijd met het kwaad om hen heen en in henzelf, toen ze Amalek ontmoetten op hun weg, daar ging het vorige week over, maar nu….nu zijn ze daar doorheen, ze zijn ver genoeg de woestijn in getrokken om niet meer achterom te kijken maar vooruit te kijken, een kantelpunt, een omslag en precies daar komen ze aan bij de berg Sinaï, een heilige plek, een plek van God.

Deze week zag ik een collega-dominee aan het woord die vertelde hoe hun kerk weer open ging na weken van sluiting en iemand vroeg hem wat hij hoopte dat mensen kwamen doen in de kerk. Hij zei zoiets dat hij hoopte dat mensen kwamen om hun zorgen neer te leggen, om kracht op te doen en inspiratie en ook zei hij:
Ik hoop dat mensen hier komen
om hun verhouding tot de toekomst te overdenken,
want zoals het was, zo wordt het niet meer.

Vooral dat laatste bleef bij mij, dat je op de plek waar Gods aanwezigheid wordt gezocht, wordt bezongen en beleden, dat je daar de stilte zoekt om je verhouding tot de toekomst te overdenken, om perspectief te zoeken, daar op een heilige plek, een heilige ruimte zoals de kerk, maar het kan ook elders, uiteraard, in de natuur, in de stilte van een gebedshoekje of iets dergelijks.
Het gaat om de combinatie van de aanwezigheid van het heilige, de Heilige, dat wat boven je uitstijgt en juist op zo’n plek vooruit kijken, uitzicht zoeken, perspectief. Heilig betekent zoiets als apart gezet. Ik merk zelf hoe ik in deze dagen dat soort heilige ruimte, heilige tijd, apart gezette momenten gemakkelijk kwijt raak en ook mis, omdat alles zo door elkaar heen rommelt, om het zo maar te zeggen. De dagen lijken soms allemaal op elkaar, werk-privé loopt allemaal door elkaar heen, alle weken zijn weer anders en voor je het weet ben je alleen op het platte vlak aan het ploeteren, en is er geen perspectief, geen moment om op adem te komen of te bezinnen, geen heilige grond waar je een groter perspectief, een ander verhaal, een tegenover wordt aangereikt. U zult het wellicht herkennen.

Ontmoeting met het heilige

Het volk Israel wordt letterlijk bij hun geploeter op het platte vlak weggehaald doordat hun blik omhoog gericht wordt bij die grote berg Sinaï. Alleen al dat ze hun kamp opslaan bij zo’n heilige plek, de plek waar het allemaal begon voor Mozes, waar hij Gods stem hoorde uit de brandende braamstruik, alleen dat al moet zijn uitwerking op hun hebben. Hier zijn ze eigenlijk voor gekomen, de ontmoeting met de voor hen tot nu toe onbekende God. Tot nu toe zijn ze vooral op het woord van Mozes meegetrokken, nu zullen ze hem eindelijk zelf ontmoeten. En daar komt nogal wat spektakel bij kijken, de aarde die beeft, de hemel die dondert en bliksemt, het geluid van een stem als een ramshoorn, de dreiging niet te dichtbij te komen vanwege Gods heiligheid, maar daartegenover ook tedere woorden als: ik heb jullie bevrijd en je op adelaarsvleugels tot hier gedragen, en jij volk, je bent zo kostbaar voor mij.

Het gaat om de grootsheid én de nabijheid van wie God is, of zoals dat zo mooi in drie woorden gezegd wordt in dat lied dat we zojuist luisterden:
Onbereikbaar dichtbij mij.
Afstand en nabijheid in één.
Zo is God, de ontmoeting met het goddelijke…

Ik moet zeggen dat ik het eerst een bevreemdend hoofdstuk vond, want wat gebeurt hier nu eigenlijk? Je kunt het niet los zien van wat hierna gebeurt, dat in het volgende hoofdstuk de tien geboden worden gegeven, de tien woorden van leven, tien richtingwijzers op weg naar het beloofde land. Geen regels van wat wel en niet mag, maar woorden die contouren schetsen van een perspectief, een visioen, een uitzicht.
Die woorden worden niet zomaar over ons heen gestort, ons opgelegd als een knellend systeem, nee, het wordt voorafgegaan door dit hoofdstuk, dat helemaal gaat over een relatie opbouwen met elkaar, dat is wat hier gebeurt tussen God en zijn mensen, ze bouwen een band met elkaar op.

Daar midden in die kale lege woestijn, waarin de toekomst nog zo onzeker is, waarin mensen misschien wel moe zijn van de reis, en wat achter hen ligt, waar geen afleiding is, geen uitvluchten zijn, precies daar bouwt God een relatie op met zijn volk, een vertrouwensband. Ze sluiten een verbond, ervaren verbondenheid met elkaar, ook al zal dat ook telkens weer op de proef worden gesteld hierna. Maar pas vanuit de verbondenheid, de band met elkaar kunnen er lijnen naar de toekomst worden getrokken, contouren van het beloofde land, datgene waar je voor wilt gaan, wat heilig is in het leven, wat bovenaan moet staan. Het is de ervaring ook van zovelen geweest in de afgelopen tijd, dat juist in deze woestijntijd de intense verbondenheid ervaren werd, dat zomaar helder werd wat belangrijk was, dat mensen elkaar zomaar gevonden hadden, in de zorg, in gemeenschappen, in kerken
In de ontmoeting met het heilige, met de Heilige, met degene, datgene wat boven jouzelf en boven je eigen leven uitstijgt, daar kun je je verhouding tot de toekomst overdenken, vorm geven, en je daaraan verbinden. Door de nabijheid van het heilige, de Heilige ervaar je ook dat het leven niet maakbaar is, en dat het niet alleen om jezelf draait.

In de woestijntijd al vooruitblikken

Wat mij vooral daarin bezighield is dat er vanuit deze ontmoeting nog midden in de woestijn al “afspraken” worden gemaakt over hoe de tijd in het beloofde land er uit zal zien, dat wil zeggen, hoe het gedroomde leven gegoten wordt in die tien woorden.  Terwijl ze er nog lang niet zijn, verbinden God en de Israëlieten zich al aan deze tien woorden van belofte. En dat zou ons ook kunnen helpen, nu wij nog midden in de woestijntijd zitten, bijbels gesproken. Dat we vanuit deze tijd met alles wat het teweeg heeft gebracht nu al, terwijl we er nog lang niet zijn, ons verbinden aan welk perspectief, welk uitzicht, welke toekomst we voor ogen hebben. Wat is ons heilig, wat hebben we ontdekt in deze tijd, welke lessen nemen we mee en wat willen we definitief achter ons laten van de ‘oude’ tijd?

Als we dat pas doen als het ‘echte’ leven weer op gang komt, dan zijn we zo weer terug bij af en worden we gestuurd door eigen behoeftes, verlangens en angsten, en door ons eigen kleine leventjes. En zijn we de verbondenheid met elkaar weer kwijt.
Hoe we als samenleving na deze woestijntijd andere wegen in kunnen slaan, daar zijn we nog lang niet uit, maar het perspectief waar we naar snakken gaat in elk geval over meer, over veel meer dan wat wel en niet mag, over een spoorboekje en data.

Ontmoeting zoeken met de Ene, met God, de Heilige, die zo onbereikbaar is en tegelijkertijd zo dichtbij, hoe we Hem ook noemen, voorstellen, en erover denken, het helpt ons, zo hoop ik, om breder, hoger dieper te kijken dan ons eigen perspectief, onze eigen drang naar maakbaarheid, ons eigen verlangen de toekomst uit te stippelen én het voedt ons te weten dat er Iemand is die ons niet alleen laat, ook niet midden in deze woestijn, Iemand die ons wil dragen op adelaarsvleugels en voor wie ieder mens kostbaar is.

Amen