Logo van de kerk

opening tentoonstelling 'Al waren onze monden...'

Al waren onze monden van zang

Teksten en gedichten gesproken bij de opening van bovengenoemde tentoonstelling in de Ontmoetingskerk Zuidwolde (Dr.) – zondag 1 oktober 2017, 15.00 uur.

Beste mensen,

Het is een kleine bescheiden tentoonstelling. Mijn dank dat ze hier vanmiddag in Zuidwolde geopend kan worden is echter omgekeerd evenredig groot. Het gaat om een expositie van niet meer dan twaalf artefacten. Twaalf fotocomposities. Maar twaalf heeft in de joods-christelijke traditie een uitstralingswaarde die ver boven zichzelf uitstijgt.
Tenminste, als het eenmaal ergens is begonnen. En dat is hier en nu het geval dankzij de K&I-werkgroep van de Ontmoetingskerk in Zuidwolde!

Waarom deze tentoonstelling?

Daarvoor hebben wij – als Provinciale Kerk & Israël-commissie van de Protestantse Kerk in Overijssel – drie redenen. Het is boeiend om zo'n tentoonstelling te maken (1), het dient een strategisch doel (2) en het zet ons als Provinciale Commissie opnieuw op de kaart (3). Bij alle drie sta ik even stil.

 1. Boeiend

Sinds een jaar of vijf bevat het kwartaalblad Kerk & Israël Onderweg een meditatieve middenpagina. Die pagina bestaat uit een fotocompositie van taal en beeldtaal, - een scheutje poëzie in verbeelde werkelijkheid. Die fotocomposities zijn – wanneer ik dat als lid van de redactie zeggen mag – zo verrassend dat het de moeite waard leek om er méér mensen van te laten genieten dan de lezers van dit blad alleen.
Uit de inmiddels 21 beschikbare middenpagina's kozen we er twaalf.

De fotocomposities zijn complementair. Taal en beeldtaal vullen elkaar aan. Van tien composities is de gevonden combinatie ronduit geslaagd te noemen. Voor twee ervan moest vormgever Lennart de reproductie van het kunstwerk in een stockfoto monteren om er een beeldende werkelijkheid van te maken die passend was bij het gedicht. Speciaal ontworpen dus voor de middenpagina van 'Kerk & Israël Onderweg'!

De gedichten zijn oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven. Ten behoeve van elk uitgave van 'Kerk & Israël Onderweg' scheept redactielid Kees Schakel de rest van de redactie op met een zestal – inmiddels in het Nederlands vertaalde – gedichten. Het dan door de voltallige redactie gekozen gedicht gaat via de hoofd- en eindredacteur naar de vormgever. Zij drieën zijn verantwoordelijk voor het uiteindelijke product: Floor Barnhoorn, Anja de Zeeuw en vormgever Lennart.

Pas toen wij als Provinciale Commissie aan deze tentoonstelling werkten en van elke gedicht wilden wéten wie het geschreven en vertaald hebben, bleek dat zes van de door ons gekozen gedichten vertaald waren door Kees Schakel zelf.

De blauwe kist, waarin de tentoonstelling zal reizen langs de kerken in Overijssel, is al net zo vernuftig uitgekiend als de fotocomposities, en mag dus beschouwd worden als onderdeel van de tentoonstelling zelf. Hij werd gemaakt door de Rotterdamse kistenmaker Henk Dicke.

2. Iets over het strategisch doel van de tentoonstelling

Een van de tentoongestelde gedichten eindigt met de woorden:
Anderen hebben het eerder gezegd [maar]
dat doet er niet toe
jij en ik zullen de wereld veranderen

Nu zullen wij als Provinciale Commissie de wereld niet veranderen. Maar als wij 'Kerk & Israël' opnieuw op de agenda's van de plaatselijke gemeenten kunnen krijgen – eerst in Overijssel en daarna in de rest van het land – dan zijn we een stukje verder. Anderen hebben dat eerder gezegd [maar] … dat doet er niet toe, u en ik ...

Waar het om gaat is het volgende. Het thema 'Kerk & Israël' staat sinds de WO-II op de agenda van de kerk, om precies te zijn: sinds de Conferentie van Seelisberg in 1947, –daarover straks meer. Het duurde echter tot het midden van de zestiger jaren vóór het breed in samenleving en kerk aandacht kreeg. Daarna had bijna elke plaatselijke gemeente een K&I-commissie. Overal ontstonden gespreksgroepen en leerhuizen, waar de boeken van David Flusser, Pinchas Lapide, Shalom Ben Chorin, Martin Buber, e.v.a. gelezen werden. Maar inmiddels is de aandacht verslapt. Dat komt o.m. (en om een lang verhaal kort te maken) door de actualiteit die de naam Israël overschaduwt vanwege het conflict in het Midden-Oosten. Terecht of niet terecht is vanmiddag niet de vraag, want Israël betekent voor de kerk zoveel méér dan wat de actualiteit erover te melden heeft, hoe emotioneel, verdrietig en somber stemmend die ook is.
Dat bracht ons ertoe om het thema Kerk & Israël opnieuw op de agenda's van de plaatselijke gemeenten te zetten onder verwijzing naar de Kerkorde, waar die in zijn ordinanties met zoveel woorden zegt, – ik citeer: 'De Kerk is geroepen in al haar geledingen het gesprek met Israël te zoeken en gestalte te geven aan de verbondenheid met het volk Israël'. Een schier onmogelijke opdracht zult u zeggen! Maar dan vergist u zich.

Vorige week bezocht ik in Museum Sjoel Elburg de tentoonstelling 'Christendom en antisemitisme'. Alweer een kleine en bescheiden tentoonstelling, iets groter dan die van ons, maar eveneens bestaand uit 12 panelen, twaalf momentopnamen uit 2000 jaar confrontatie. Maar zo glashelder verteld dat horen en zien je vergaat. Bij die tentoonstelling hoort een boek1, geschreven door gastconservator en historicus Bart Wallet. Hij besluit z'n boek met o.m. de volgende waarneming, – ik citeer: 'In grote periodes van de geschiedenis had de negatieve anti-judaïstische lijn de overhand in het christendom en pas na 1945 vindt een duidelijke omslag plaats waarin werd aangeknoopt bij de andere helft van de theologische 'erfenis'. Naast een kerkelijke veroordeling van het politieke en racistische antisemitisme (…) volgde nu ook een duidelijk afstand [nemen] van de eigen traditie van anti-judaïsme. Dat betekende een ingrijpende herformulering van grote delen van de christelijke traditie, een proces waar kerk en theologie nog middenin zitten'
En zo is het. De Grote naoorlogse Heroriëntatie van de Kerk, waardoor zij in een andere verhouding tot Israël, de synagoge en het Jodendom is komen staan, valt zichtbaar te maken aan tal van internationale samenkomsten en documenten. Ik noem er slechts een paar:

1) de Conferentie Seelisberg, Zwitserland 1947,

waar 65 Joden en christenen uit 19 verschillende landen, kort na de Shoa, bijeen kwamen om een nieuwe verhouding tussen Joden en christenen na te streven, vastgelegd in de zgn. 'Tien Punten van Seelisberg'. Dat was het begin van de Internationale Raad van Christenen en Joden.

2) en dan de publicatie van Nostra Aetate in 1965,

een verklaring van Vaticanum II over de verhouding van de RKK tot de niet-christelijke godsdiensten. Die verklaring (vooral punt 4 ervan) betekende een nieuwe fase in de verhouding tussen het Joodse volk en de Katholieke Kerk.

3) in 1986 bezocht Johannes Paulus II

als allereerste paus in de geschiedenis een synagoge in Rome, en zei tegen de aanwezigen: "U bent onze dierbare geliefde broeders”. Sindsdien gebeurt het vaker dat de paus een synagoge bezoekt, en niet alleen in Rome. Kortgeleden nog verklaarde paus Franciscus, – ik citeer: dat 'door onze maatschappelijke wortels een oprecht christen nooit antisemitisch kan zijn'.

4) in het jaar 2000 publiceerden 200 rabbijnen en Joodse wetenschappen

in de New York Times een verklaring onder de titel Dabru Emet, oftewel Spreek waarheid, waarin zij de veranderde houding van de kerk ten opzichte van het Joodse volk constateerden en de Joodse gemeenschappen in de wereld opriepen daar positief op te reageren.

5) in 2009 werden de 'Tien Punten van Seelisberg'

bij de tijd gebracht in een nieuw document dat bekend staat als de 'Twaalf Punten van Berlijn'.

6) in 2015 verklaarde 51 orthodoxe rabbijnen uit 14 verschillende landen

publiekelijk - ik citeer hun verklaring: “Wij willen de wil van onze Vader in de hemel doen, door de uitgestoken hand van onze christelijke broeders en zusters vast te pakken. Joden en christenen moeten als partners samenwerken om de morele uitdagingen van onze tijd aan te gaan.”

7) en ten slotte:

Nog maar net een maand geleden spraken drie colleges van orthodoxe rabbijnen, in Rome op audiëntie bij paus Franciscus, hun waardering uit voor de betrekkingen 'Tussen Jeruzalem en Rome'. Niet zomaar drie colleges, maar het Israëlische Opperrabbinaat, de Conferentie van Europese Rabbijnen en de Amerikaanse Raad van Rabbijnen.

Er kan veel meer genoemd worden. Ook op eigen erf. Niet alles gaat goed. Misverstanden, irritaties en ondoordachte uitspraken genoeg, – die dan vaak in de media breed uitgemeten worden. Maar daar stáát tegenover dat de kerk haar houding t.o.v. Israël, de synagoge en het Jodendom drastisch veranderd heeft. Zowel Rome als Reformatie haalden na de WO-II bakzeil. En op zijn laatst sinds de tweede helft van de zestiger jaren beschouwen zij het Jodendom niet langer als achterhaald en door God verworpen, maar gunnen het zijn eigen authentieke plaats naast de kerk.

De tijd heeft niet stil gestaan. We zijn inmiddels 50 jaar verder. De voormalig algemeensecretaris van het ICCJ, collega Dick Pruiksma, schrijft in een zojuist verschenen boekje: 'Orthodoxe rabbijnen kunnen nu verklaren dat het christendom niet per ongeluk is ontstaan of een vergissing of een dwaling is, maar dat God het christendom heeft gewild als een geschenk aan de volken.' En zo is het, Joodse en christelijke wetenschappers beschouwen tegenwoordig het christendom enerzijds en het Rabbijnse Jodendom anderzijds als beiden voortkomend uit wat wel het 'Vroege veelkleurige Jodendom' wordt genoemd van pakweg 2000 jaar geleden. Blijkbaar hebben we véél méér gemeenschappelijk dan wat eeuwenlang antijudaïsme en antisemitisme kapot gemaakt hebben. Het wordt tijd aan dát gemeenschappelijke aandacht te schenken.
Kerkleiders, rabbijnen en wetenschappers slaan nieuwe wegen in. Maar waar blijven de plaatselijke gemeenten? En waar de zondagse kerkganger? Waar blijft de leiding van de kindernevendiensten? En waar de kinderen die aan hun leiding worden toevertrouwd? Waar waren de samenstellers van het nieuwe liedboek? En waar sta ik zelf in dit gistende proces van 'ingrijpende herformulering van grote delen van de christelijke traditie'?

Door middel van de kleine tentoonstelling 'Al waren onze monden vol van zang' hoopt de Provinciale Commissie goed-gelovige-gemeenteleden te bereiken, – vooralsnog in Overijssel, maar straks ook in de rest van het land. Daartoe kunnen plaatselijke kerken en wijkgemeenten de tentoonstelling voor drie weken huren à raison van € 50,- waarvoor ze niet alleen de tentoonstelling inhuren, maar ook een informatie-avond over het K&I-werk van de PKN. Bovendien gaan we graag voor in een reguliere ochtenddienst gedurende de periode dat betreffende gemeenten de tentoonstelling in huis hebben.

3. Provinciale K&I-Commissie opnieuw op de kaart

Mijn derde en laatste aandachtspunt is: onze Provinciale Kerk & Israël-commissie weer op de kaart zetten. Welnu, daarmee heb ik vanmiddag een begin gemaakt, – hoop ik.

Reinier Gosker