Logo van de kerk

ochtenddienst

Overweging in 2017 op 22 oktober

door Reinier Gosker uit De Wijk

Inleidend woord

Gemeente en kerkenraad van de Ontmoetingskerk in Zuidwolde! Als Provinciale Kerk & Israël-commissie van de Protestantse Kerk in Overijssel (waarvan ik deel uit maak) zijn wij jullie dankbaar dat we de tentoonstelling 'Al waren onze monden vol van zang' hier in Zuidwolde mochten uitproberen, weliswaar zonder speciale informatieavond, maar wel met deze afsluitende kerkdienst.

Met die tentoonstelling zoeken wij als Provinciale Commissie toenadering tot de kerken in Overijssel (e.o.) om de zaak van Kerk & Israël bij gemeenteleden onder de aandacht te brengen. Dat valt niet altijd mee. Alleen al de naam 'Israël' wordt zozeer overschaduwd door enerzijds opkomend antisemitisme en anderzijds door de actualiteit van het conflict tussen Israël en de Palestijnen, dat we het nauwelijks nog over Israël hebben, en áls … dan gaat het gaat over het conflict. Dat is jammer, want er valt zoveel méér over Kerk & Israël te melden dan alleen dat; we komen nota bene uit hetzelfde nest!
Stel je voor! Net als de synagoge met haar rabbijnse geloofstraditie stamt ook de kerk met het christelijk geloof af van wat we tegenwoordig noemen 'het Vroege Jodendom'.

Als een ruziemakende tweeling heeft elk van beiden zijn eigen identiteit ontwikkeld, váák en eeuwenlang ten koste van de ander, waardoor veel bladzijden van vooral de kerkgeschiedenis inkt-zwart gekleurd zijn. Maar hoe dan ook komen kerk en synagoge uit hetzelfde nest!
Desondanks gebeurde er iets in het midden van de vorige eeuw wat alle verhoudingen op scherp zette. Zoals bij elke traumatische gebeurtenis zijn wij na de verschrikkingen van Auschwitz en de Holocaust, met een schok wakker geworden: wat is er met onze tweelingbroer gebeurd? Hoe heeft dat kúnnen gebeuren? En waarom hebben wij als kerkelijke tweelingbroer dat niet tegen kunnen houden?
Als tweelingen hebben Kerk en synagoge elkaar dus heel wat uit te leggen. Een niet altijd even makkelijk gesprek dat voor de kerk nogal wat huiswerk opgeleverd heeft. Huiswerk dat velen serieus aan het maken zijn, en waarbij ook vorderingen worden gemaakt! Maar, en het móet gezegd, in de plaatselijke gemeenten (aan de basis van de kerk) is dat gesprek inmiddels weggeëbd en wordt het nauwelijks nog gevoerd.

Wat de vorderingen betreft durf ik echter wel te zeggen dat er niets zo verhelderend, zo louterend én zo dankbaar is als het ontmoeten van deze tweelingbroer na alles wat hij in het christelijk Europa heeft meegemaakt. Ik ben ervan overtuigd dat de ontmoeting met Israël ons geloof ingrijpend veranderen zal en aanzienlijk verrijken.
Als Provinciale K&I-commissie willen we die ervaring met u als kerkganger delen. Daarom proberen wij d.m.v. de tentoonstelling die hiernaast staat opgesteld, het gesprek over Kerk & Israël in uw/onze gemeente weer op gang te brengen.

Overweging

Gemeente van onze heer Jezus Christus, beste mensen!

Ik ga u vanmorgen twee dingen vertellen. Eerst iets over de tentoonstelling. Daarna iets over de verrassende ontknoping van het gesprek tussen de Farizeeën en Jezus. Om te eindigen met een paar woorden uit Psalm 8. Maar eerst de tentoonstelling.

De tentoonstelling

Bij het binnenkomen heeft u een flyer ontvangen. Daarin wordt nog eens uitgelegd hoe de twaalf fotocomposities een verhaal vormen waarin ieder zijn of haar eigen levensverhaal kan teruglezen. Dat is bewust gedaan om de tentoonstelling zo boeiend mogelijk te maken. Je eigen levensverhaal in twaalf fotomontages! Lees de dik gedrukte letters maar mee:

'Gehoor geven aan de oproep om aan vrede te werken
en vertrouwen op mogelijkheden die zich aandienen'.

Volgens de Joodse traditie krijgt ieder mens bij zijn/haar geboorte een taak van de Schepper mee. De Bijbel begint op pagina één met een 'Lied over de schepping in zeven dagen'. In dat lied horen we zesmaal hoe 'God zag dat het goed was'. Goed wil zeggen 'klaar voor gebruik'. De schepping is niet af. God heeft ons geen kant en klare wereld voorgeschoteld, maar één die nog voltooid moet worden. Een wereld waarin de geschiedenis op gang komt en waarin mensen de taak toebedeeld krijgen om die wereld te helpen voltooien. 'Goed' betekent dus niet af óf klaar, maar klaar voor gebruik! Als bondgenoten van de Schepper is het onze taak om hemel en aarde te helpen voltooien: om de Sjaloom, de uiteindelijke vrede op aarde, mee te bewerkstelligen.

Gehoor geven aan de oproep om aan vrede te werken! – zo luidt het bijschrift bij de eerste fotomontage. Het betreft een uitdaging waarvoor God ons mensen in het leven geroepen heeft. Dat we daarbij mogen 'vertrouwen op de mogelijkheden die zich aandienen' (het bijschrift bij de tweede fotomontage) is een vertaling van het zesvoudige 'en God zag dat het goed was' want hij schiep er de mogelijkheden voor! Klaar voor gebruik! Waar wachten we nog op? God zag dat het goed was! Zelfs zeer goed! Wat willen wij nog meer?

In het eenmaal zó begonnen leven gaat het verhaal verder. Op de flyer lees ik bij de vierde en vijfde fotomontage: 'Niet opgeven tot het doel is bereikt', en 'vertrouw dat je het niet alleen hoeft te doen'. Lees de psalmen er maar op na! Ze staan vol van overgave en vertrouwen. Eén groot feest van herkenning!
De rest van de fotomontages spreekt voor zich:'Geloof in waar je mee bezig ben. Kijk positief terug op wat je deed. Waar nodig loslaten. Vertrouw op eigen oordeel. Zoek steunpunten. Weet waar je naartoe leeft, en sta open voor de toekomst'.
Ieder die zich van deze taak kwijt mag beseffen dat het een goddelijke uitdaging is om je bijdrage te leveren aan het voltooien van hemel en aarde. 'Tikoen olam' heet het in het Hebreeuws, oftewel: herstel van de (ooit ongeschonden) wereld. 'Tikoen olam' is een gangbare uitdrukking in Israël. Moet je doen!

Gesprek tussen Jezus en de Farizeeën

Als ik nu het gesprek tussen de Farizeeën en Jezus een plek zou moeten geven in dat globale levensverhaal dat ik zoëven schetste zou ik het een plaats geven bij de zesde fotomontage:
Geloof in waar je mee bezig bent.
Dat is wat Jezus hier doet. Hij gelóóft in waar hij mee bezig is. En hij doet dat op zo'n verrassende manier dat het bewondering afdwingt. Maar één ding vooraf! Jezus en de Farizeeën vormen geen absolute tegenstelling. Zo hebben we het wel altijd geleerd, maar het blijkt gewoon niet waar te zijn. Jezus en de Farizeeën zijn uit hetzelfde Joodse hout gesneden en verhouden zich tot elkaar als, laat ik zeggen: gereformeerden en hervormden, – elders in het land gaan die samen, zoals u weet.
Ik bedoel met deze kwinkslag te zeggen dat we de gesprekken tussen Jezus en de Farizeeën weer moeten leren lezen als weliswaar best pittige gesprekken, maar niet als evenzoveel aanzetten tot een scheiding der wegen. Nee, beiden zijn diep geworteld in het Vroege Jodendom en strijden met elkaar om de interpretatie van de wet en de profeten; zoals ook wij vaak bakkeleien over Bijbelteksten, - toch?

Het conflict dat Jezus daarentegen had met de Sadduceeën, de Herodianen, de overpriesters, hogepriesters en de oudsten van het volk, is van andere aard. Dat conflict liep uit op de terechtstelling van Jezus, waaraan de Farizeeën hoogstwaarschijnlijk part noch deel hebben gehad.
Wie de vier evangelisten op dit punt checkt komt tot verrassende ontdekkingen. Alle vier vertellen tot slot het lijdensverhaal van Jezus. Maar bij Marcus en Lucas spelen de Farizeeën daarin hoegenaamd geen rol, – zij hebben aan het terechtstellen van Jezus niet meegewerkt hoezeer zij soms ook met hem in de clinch lagen.
Bij Mattheus en Johannes ligt het anders. Maar die zijn dan ook later geschreven en voor een ander publiek. Johannes schreef zelfs zestig tot zeventig jaar na de dood van Jezus, toen de polemiek inmiddels een stuk feller geworden was. In werkelijkheid moet het tussen Jezus en Farizeeën toegegaan zijn als tussen geest-verwanten die hun meningsverschillen niet onder stoelen en banken schoven.

De strikvraag

Dit keer ontmoeten ze elkaar in de tempel na de gebeurtenissen van vlak daarvoor toen Jezus het tempelplein schoongeveegd, de tafels van de wisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver gegooid had. Hogepriesters en oudsten van het volk roepen hem ter verantwoording: 'Wie ben jij, dat je zulke dingen doet?' En dan vallen er harde woorden. De Farizeeën staan terzijde, luisteren toe maar dreigen betrokken te raken bij het incident. Ze trekken zich terug, sturen vervolgens 'enkele van hun leerlingen samen met een paar Herodianen' die Jezus de strikvraag stellen: 'Is het toegestaan om de keizer belasting te betalen of niet?'
Dat is inderdaad een lastige. Beantwoord je die vraag met 'ja', dan val je bij de orthodoxen door de mand. Beantwoord je die met 'nee', dan krijg je het aan de stok met de Romeinse Overheid vanwege belastingontduiking. Het antwoord van Jezus is vaak gebruikt om daarmee de latere Tweerijkenleer te rechtvaardigen. Kerk en staat dragen beide verantwoordelijkheid voor rust en orde in de samenleving, dus moeten beiden gehoorzaamd: 'Geef de keizer wat des keizers is, en Gode wat van God is'.
Maar zo makkelijk komen we er niet meer van af. Eerder in deze dienst sprak ik al over verhelderende, louterende en dankbare ervaringen in het gesprek met Israël. Iets daarvan zal ik u nú laten zien.

Vroeger las ik er overheen, maar gezien vanuit Joods perspectief valt direct op dat Jezus niet zomaar een munt vraagt, maar een belastingmunt, een 'dinar', een geldstuk waarop de kop van de keizer staat afgebeeld met als bijbehorend opschrift 'divus Augustus', oftewel 'goddelijke Augustus'. Maar zijn er dan nog ándere geldstukken in omloop? Jazeker! Joodse munten zonder afbeeldingen erop vanwege het Tweede Gebod om geen gesneden beelden te maken. Joodse munten die bij uitstek in de tempel gebruikt werden bij het kopen of verkopen van twee tortelduiven of een lam voor het brandoffer.
Jezus vraagt om een 'dunar', om een belastingmunt. Blijkbaar heeft hij die zelf niet. Dat is één! Maar nog veel gewiekster is zijn tweede vraag: 'Van wie is die beeldenaar en dat opschrift?' Gewiekst want het woord 'beeldenaar' dat Jezus gebruikt verwijst regelrecht naar het scheppingsverhaal in Genesis één waar de mens geschapen wordt … naar Gods beeld.
Du moment dat de vraagstellers toegeven dat de beeldenaar en het opschrift van keizer Augustus zijn, ligt de bal op de doellijn en hoeft Jezus hem alleen nog in te tikken: 'Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef … wat aan God toebehoort aan God' …. jezelf!

Psalm 8

Het mag duidelijk zijn, dat Jezus hier herinnert aan de taak die ieder mens bij zijn geboorte van de Schepper meegekregen heeft: beeld en gelijkenis, oftewel bondgenoot van God te zijn.
Het gaat hem niet om een geraffineerde machtsverdeling tussen kerk en staat, het gaat Jezus om wie wij zijn voor God!

Zie ik je hemel,
het werk van je vingers,
de maan en de sterren, door jou op hun plaats gezet:
wat is dan een mensje,
dat je aan hem denkt,
een mensenkind,
dat jij je bekommert om hem?

Toch maakte je hem bijna goddelijk,
omkranst met glans en glorie:
je maakte hem meester van het werk van je handen,
alles legde je neer aan zijn voeten:
schapen, runderen, (insecten) alles,
ook de dieren van het veld,
de vogels aan de hemel en de vissen in de zee,
al wat de zeeën doorkruist …          

Geef dan wat aan God toebehoort, aan God.

Amen.