Logo van de kerk

Morgengebed 29 maart 2020

Morgengebed 29 maart 2020

Lezing Exodus 9: 13-35

Woorden ter overweging

‘Als ik de angst in de ogen van de mensen zie die hier worden binnengebracht, dan heb ik meer aan mijn Bijbeltje dan aan mijn stethoscoop’. Aan het woord is Gor Khatchikyan, arts op de spoedeisende hulp van het Antoniusziekenhuis in Utrecht, in een interview in het programma ‘Op1’ van afgelopen dinsdag. Hij vertelt hoe het hem raakt, de mensen te zien die binnenkomen met het coronavirus, bang om dood te gaan, en na de beelden uit buitenlandse ziekenhuizen: bang om alléén te sterven.
En dat hij - door ervaring wijs geworden – hen niet kan beloven dat ze niet dood zullen gaan, maar wel kan zeggen: wij gaan voor u zorgen. U bent hier in goede handen! Simpele nabijheid, een hand op een schouder – het maakt een wereld van verschil.
En hoe serieus hij die nabijheid neemt, blijkt in het vervolg van het interview, als hij vertelt dat hij bang is dat de beschermende spullen op zullen raken – en het zorgpersoneel misschien onbeschermd deze patiënten zal moeten verplegen. Niet iedereen zal dat risico nemen, zegt hij, maar: al raken de maskers op, en kan ik iemand niet beter maken, ik zal iemand niet alleen laten doodgaan. Ik kan mensen altijd nog een waardig sterven geven.

Waar hij zichzelf aan vasthoudt? Aan mijn Bijbeltje, zegt hij. Ik kan altijd terugvallen op de belofte: de Here God zorgt voor mij en voor het werk dat ik doe. Wat ben ik gezegend, dat ik arts kan zijn in deze tijd! Dat ik op deze manier mag dienen!’
‘Maar je kunt niet iedereen redden’, zegt Thijs van den Brink een beetje verbouwereerd. ‘Dat weet ik’, zegt Khatchikyan, ‘maar dan nog weet ik: het komt goed!’.

Vertrouwen moet je leren

Hoe kom je aan het vertrouwen dat wat er ook gebeurt, het uiteindelijk goed komt? Ook als alles om je heen het tegendeel lijkt te beweren? Gor Khatchikyan zegt: ik heb het ergens geleerd, in mijn leven. Als dertienjarige jongen naar Nederland gekomen, uit Armenië, zal dat ongetwijfeld samenhangen met zijn eigen levensverhaal. Een levenshouding van vertrouwen komt je niet aanwaaien. Die moet je leren, met vallen en opstaan.

Vertrouwen moet je leren – dat is ook waar het in de verhalen over de uittocht uit Egypte over gaat. Over de ontdekkingsreis van een volk dat zijn God moet leren kennen. De God die zich aan Mozes bekend heeft gemaakt met die raadselachtige naam: Ik ben die Ik ben – Ik ben bij je. Maar wat betekent dat in de praktijk? Geloof je iemand op zijn woord? Of is dat iets dat je moet ervaren, keer op keer? Hoe leert een mens vertrouwen? Hoe maak je je naam waar?

Wat weegt het zwaarst?

God doet dat door zich in te zetten voor een menswaardig bestaan voor zijn volk. De Hebreeën gaan al jaren gebukt onder de dwangarbeid in Egypte. Keer op keer gaan Mozes en Aäron naar de farao, om in naam van God te vragen of het volk mag gaan. De farao voelt er niets voor. Een goed verdienmodel geef je niet zomaar uit handen. De economie moet blijven draaien. God zet zijn vraag kracht bij door te laten zien hoe sterk hij is, en slag na slag treft Egypte. Maar de farao, met zijn verharde hart, geeft niet toe. Zo verzanden God en de farao in een machtsstrijd, die steeds verder escaleert.

Zojuist lazen we het verhaal van dat verschrikkelijke noodweer dat zijn weerga niet kent in de geschiedenis van het land, en allesvernietigend toeslaat. Het is de zevende slag op rij die het land treft – het getal van de volheid. Zal het voldoende zijn om de farao te laten inzien dat de God van de Hebreeën in zijn recht staat, als hij de farao vraagt om zijn volk te laten gaan? Hen niet langer uit te buiten, maar hen in de vrijheid te stellen? Hier staan mensenrechten lijnrecht tegenover economische belangen. Wat weegt het zwaarst?

Het is een aangekondigde ramp: Mozes brengt de farao van tevoren nauwkeurig op de hoogte van wat er zal gebeuren, inclusief plaats en tijd. Code rood, zou je kunnen zeggen: hij adviseert de farao dan ook om vee en mensen onmiddellijk in veiligheid te brengen. Allemaal naar binnen toe, niemand de deur uit!
Tja, hoe gaat dat, met dringende adviezen? Neem je je verantwoordelijkheid, en probeer je met dat wat er in jouw macht ligt, de schade te beperken – ook met het oog op anderen? Of sla je de waarschuwing in de wind, vanuit de overtuiging dat het onheil jou niet zal treffen? Of dat je er wel weer bovenop zult komen? Ieder voor zich…?
De farao onderneemt in ieder geval geen actie. Toegeven dat er iets of iemand machtiger is dan jij, toegeven dat je niet alles in de hand hebt, of naar je hand kunt zetten, dat is voor deze machthebber geen optie. Gezichtsverlies, dat zou pas een ramp zijn!
Sommige dienaren vertrouwen op de macht van hun leidsman, op zijn houding van alles-onder-controle. Maar er zijn er ook die hun vee en dienaren binnenhalen. Er klinkt weliswaar geen potten- en pannenconcert, maar begint het imago van de farao, na al die slagen, toch scheurtjes te vertonen?

Het noodweer barst los, en vernielt mens en dier, vlas en gerst. En de farao doet iets wat hij nog niet eerder heeft gedaan: hij bekent schuld. Ik heb het niet goed gedaan, zegt hij, jullie Heer staat in zijn recht. Bid tot hem, dat hij dit vreselijke noodweer laat ophouden. Dan zal ik op mijn beurt het volk laten gaan. Mozes heeft er een hard hoofd in, en hij krijgt gelijk: zodra de zon weer schijnt, trekt de farao zijn belofte in. Alleen in het land Gosen, waar de Hebreeën wonen, is het droog gebleven. Nog een paar weken, dan zal het oogstfeest zijn…

Angst of vertrouwen?

Leidinggeven in tijden van crisis – ook dat is een zaak van recht doen. Geef je leiding vanuit angst, of vanuit vertrouwen? Angst voor gezichtsverlies, angst voor zwak te worden aangezien, angst voor verlies van welvaart? Wiens belang is daarmee dan gediend?
Of geef je leiding vanuit een houding van vertrouwen? Durf je toe te geven dat er dingen zijn die je niet in de hand hebt, dat je er niet alleen, maar wel samen – met 17 miljoen mensen - voor kunt zorgen dat je zo goed en zo kwaad als maar mogelijk door deze zware tijd heen wil trekken en dat je het belang van de kwetsbaarsten daarbij voorop stelt?

Leven vanuit angst of vanuit vertrouwen dat is voor ons allemaal deze dagen een uitdaging. Welke steun heb je daarbij aan je geloof? Samuel Lee, de Theoloog des Vaderlands, geeft in een interview in Trouw het volgende antwoord op die vraag: ‘Het geloof geeft mij het vertrouwen dat het toch ergens weer goed komt. Deze crisis komt midden in de periode voor Pasen. Dat is het verhaal van Jezus die lijdt voor de mensheid. Het verhaal stopt daar niet, maar eindigt met de opstanding. Als we moeilijkheden hebben, door de pijn gaan, dan staan we daarna op. Dat zie je ook aan de natuur, die begint elke dag opnieuw. Het geloof geeft hoop.’

Wanneer wordt het Pasen?

Wanneer wordt het Pasen? En dan bedoel ik niet: Pasen volgens de kerkelijke kalender, maar Pasen in ons leven. Wanneer is deze crisis voorbij?
Een ding weten we zeker: het wordt geen Pasen zonder Goede Vrijdag. We moeten door de diepte heen. Ieder mens die in zijn leven wel eens door de diepte is gegaan - en wie is dat niet – weet dat het moment van Pasen zich niet laat voorspellen, regisseren of afdwingen. Vaak dringt het pas achteraf tot je door: hé, ik sta weer op mijn voeten! Je kunt niet zeggen: nu hebben we Pasen gevierd in de kerk, dat vind ik wel een mooi moment om opnieuw te beginnen. Ik verklaar de coronacrisis voor afgelopen! Al ben je nog zo machtig, wanneer het Pasen wordt, dat hebben we maar af te wachten.

Ondertussen mogen we erop vertrouwen dat God met onsmeegaat.  Dat betekent niet dat je niet ziek zult worden, of je baan niet kunt verliezen. Niemand blijft gespaard voor de klappen van het leven. Natuurrampen en ziektes kun je niet ontlopen in de hoop daar op miraculeuze wijze voor gespaard te blijven. Het ‘stil maar, wacht maar’ gaat niet buiten ons om. De God van Israël, die ook onze God wil zijn, zet onze eigen verantwoordelijkheid niet buitenspel.

Wat dat betekent?

Zoveel mogelijk thuisblijven. Mondkapjes maken, of een mooie kaart. Boodschappen doen voor een ander. De narcissen zien bloeien. Mantelzorgers en zorgmedewerkers hooghouden. Het donker toelaten en de hoop levend houden. Gepaste afstand houden - en toch nabij zijn in de naam van die Ene, die ooit beloofd heeft: Ik ben bij je. In leven en in sterven. Het komt goed.
Amen