Logo van de kerk

morgengebed 22 maart 2020

Morgengebed 22 maart 2020

Enkele woorden ter overweging bij Exodus 7

Vorige week vrijdag schreef onze lokale journalist Peter Nefkens een nogal felle column, waarin hij de situatie analyseert waarin we terecht zijn gekomen met de uitbraak van het coronavirus. Kort samengevat, die column: het coronavirus is een waarschuwing voor onze arrogantie als mens in de afgelopen decennia, onze houding van rupsje nooit genoeg, meer bezit, meer macht, meer maakbaarheid, met alle gevolgen van dien. En hij schrijft zoiets aan het einde als: nee, beste lezers, ik geloof niet in God, Allah of wie dan ook, maar ik geloof wel dat toeval niet bestaat en dat moeder Natuur de mensheid een keiharde les leert.

Zoektocht naar zin

Wat mij erin bezighield is zijn zoektocht en die van vele anderen momenteel naar hoe we betekenis kunnen geven aan wat er nu gebeurt, want het is zo veelomvattend dat we het niet kunnen negeren en dan is niets zo menselijk als er vragen naar zin, naar betekenis op los te laten, hoe kunnen we dit nu plaatsen, wat zegt het ons, wat leert het ons?  En welk antwoord je daar dan ook maar op geeft, gelovig of niet of alles ertussenin, de zoektocht is hetzelfde.

Altijd sluimerden deze vragen die Nefkens en anderen ook stellen wel op de achtergrond, maar nu alles is stilgezet komen ze ineens in alle hevigheid op ons af, is er ook ruimte voor, worden we er met de neus opgedrukt. Dat is dan op wereldwijd niveau, het grote perspectief, hetzelfde geluid hoor ik ook van veel mensen op het niveau van hun eigen persoonlijke leven, dat plots doordat de agenda leeg is, of juist doordat dingen anders lopen op werk of in contacten of nu de snel draaiende raderen van ons leven knarsend tot stilstand zijn gekomen, dat er een zich naar binnen kerende beweging is, dat er een bezinning en reflectie op gang komt, met vragen als:
waar draait het om,
waar ben ik mee bezig…
…en ook…hoe ga ik, hoe gaan we straks verder?
Pak ik het straks weer op als vanouds of juist niet, doe ik dingen anders of juist niet, kijk ik vernieuwd naar de wereld om me heen? Het zijn eigenlijk precies deze vragen, deze reflectie, deze beweging naar binnen die bij deze tijd voor Pasen horen. Die je anders misschien vaak geneigd was er zo half wat bij te doen, maar die nu bijna als vanzelf naar boven komen drijven.

Het zijn deze vragen die ook opkomen als we uit het boek Exodus lezen, dat verhaal van bevrijding. Vragen als: welke machten en krachten houden ons gevangen? En waarvan moeten we bevrijd worden, als mens, als samenleving, als wereld? En vooral ook, wie of wat zet ons op die weg van bevrijding, wat hebben we nodig om bevrijd te leven, bevrijd te worden?
Want dat dat een moeizaam proces is, dat dat niet van de een op de andere dag gaat, dat die bevrijding door de diepte heen gaat en dat we hardnekkig blijven haken op wegen die ons weer net zo hard terugbrengen in Egypte, daar draait het om in die hele weg van de uittocht en van de tien slagen, waar vandaag de eerste van klonk in de lezing.

Weg van verharding…

De meest spannende personage in dat hele verhaal is toch wel de farao, een soort van uitvergrote karikatuur van een mens die meer en meer in zijn houding, zijn arrogantie, zijn macht, en zijn verharding verstrikt raakt, zo zeer dat hij er uiteindelijk iedereen in meesleept, de ondergang in. Niet alleen is hij ongevoelig voor het leed van het volk Israel, de vreemdelingen in zijn land, maar ook voor het leed van zijn eigen volk, en zelfs staat er dat toen hij naar zijn eigen huis ging, dat zelfs dat zijn hart niet raakte. Zo ver kan een mens van het pad raken.

En ergens voel je dat hij hier aan het begin nog een kans heeft, een uitweg, een mogelijkheid om om te draaien, het niet zover te laten komen, maar hij krijgt het niet voor elkaar. Hoe meer farao het pad van de verharding opgaat, hoe onmogelijker het wordt om ervan terug te komen. Iets wat net zo goed bij onszelf te herkennen is als we één keer het pad van harde harten, gesloten opvattingen, of verharde standpunten zijn ingeslagen.  Je hoeft alleen maar even te denken aan hoe je aan het begin van een ruzie nog de ruimte voelt om te keren, de verbinding weer te zoeken, je eigen aandeel te erkennen, maar hoe je als je een andere afslag neemt er steeds moeilijker of misschien helemaal niet meer uitkomt, met soms alle gevolgen van dien.

En eigenlijk heb je bij de farao vanaf het begin het idee dat er al geen redden meer aan is, dat het alleen door hard tegen hard uiteindelijk tot een uitweg komt, maar het hele verhaal wil een pad schetsen, een weg die wordt afgelopen. In de eerste vijf slagen is het de farao zelf die zijn hart verhardt, later wordt het God die ervoor zorgt dat hij hardnekkig weigert. Uiteindelijk komen ze tegenover elkaar te staan, God en de farao, verbondenheid met de farao is verbondenheid met de dood, verbondenheid met God is verbondenheid met het leven. Erop of eronder, leven of dood, zegen of vloek.  

Maar zover is het hier nog niet. Aan het begin van de tien slagen gaat het erom welke kant je opgaat, welke keuze je maakt, ga je de weg van de bevrijding op of van de verharding? En belangrijker is misschien nog wel of je dat soort momenten, dat soort kansen herkent, dat soort van sleutelmomenten, kruispunten, keerpunten, in je eigen leven of om je heen.

…of bevrijding?

Ik voegde voor deze zondag een gedicht toe dat spreekt van hoe in het lot ook altijd verborgen wendingen meedansen, anders gezegd, hoe in wat je overkomt ook kansen liggen, wendingen ten goede, omkeringen van die dingen waarvan je nooit verwacht had dat het anders zou worden. De schrijfster ervan concretiseert het doordat ze ziet hoe er op dit moment voorzichtig van dat soort wendingen zijn in het lot dat ons overkomt, hoe het ieder voor zich in deze dagen meer samen wordt, hoe ouderen voelen dat ze er weer toe doen door alle beschermende maatregelen, hoe we weer wat meer inlevingsvermogen en empathie hebben voor kwetsbaren nu we zelf ook kwetsbaarder zijn, hoe ondergewaardeerde beroepen ineens weer even bovenaan staan, zoals zorg en onderwijs.

Bevrijdende wendingen, sleutelmomenten die ons de kans geven om om te keren van patronen en mechanismes waarin we gevangen zaten. Een keuzemoment, met andere woorden, in welke kant we opgaan, hoe we verder gaan vanaf hier en vooral ook de aanmoediging ingeslagen wegen van bevrijdende wendingen vol te houden, kome wat komt, ook als we wel weer ons “oude”leven op kunnen pakken, of ook als juist die bevrijdende wendingen die we nu zien ogenschijnlijk weer als sneeuw verdwijnen en verharding onder ons weer wint, dat we dan ook volhouden op die weg van bevrijding. 

Als geen ander is Jezus ons daarin voorgegaan, met zijn volgehouden liefde en trouw, hoeveel verharding er ook om hem heen was. Dat brood en wijn ons met zijn weg mogen voeden, nu en in de tijd die komt.
Amen