Logo van de kerk

morgengebed 15 maart 2020

Inleidende woorden bij het ochtendgebed 15 maart 2020

Lezing Exodus 6: 2-9

Op weg naar bevrijding,

Met deze woorden zijn we een week of drie geleden op weg gegaan naar Pasen en we hadden toen niet kunnen vermoeden hoe deze woorden op een bijzondere manier heel dichtbij komen in deze dagen, nu door het coronavirus onze bewegingsvrijheid ineens niet meer vanzelfsprekend is, en nu door bezorgdheid over besmetting mensen opgesloten zitten in hun huizen.
In de greep van wat ons kwetsbaar maakt, gevangen in machten en krachten die groter zijn dan wijzelf komen we hier deze morgen juist bij elkaar in de verbondenheid met wie met ons meeluistert en meekijkt om te bidden, te zingen en te luisteren naar een woord van bemoediging en hoop in Gods naam. Juist in deze tijd waarin het zo gemakkelijk is het contact met elkaar en God kwijt te raken en onszelf in angst en zorg op te sluiten, reiken we naar elkaar om te putten uit de bron van alle licht en leven, die God voor ons wil zijn.

Enkele woorden ter overweging bij Exodus 6: 2 -9

We hebben de beelden allemaal gezien in de afgelopen tijd, verlaten pleinen, lege metro’s en bussen, gesloten scholen,  restaurants en theaters, eerst nog ver weg, geografisch maar misschien ook wel ver weg van onze belevingswereld, maar langzamerhand steeds dichterbij, in meer en meer herkenbare omgeving, Europa, vakantiebestemmingen, onze eigen leefwereld, waardoor steeds meer het besef kwam dat ook wij er hier niet aan ontsnappen dat het leven ook hier tot op zekere hoogte stilvalt, zich naar binnen keert, mensen zich verschuilend in hun huizen, wachtend tot het voorbij is, zich misschien ook zorgen makend om degene die je lief is.
Het is een ervaring die ons totaal vreemd is en die uniek is voor ons persoonlijke leven en ons gemeenschapsleven, ook in dorp en kerk, gewend als we zijn de controle te hebben over ons eigen leven, en ons gaan en staan en doen en laten zelf te bepalen. Hoe zichtbaar wordt het dan ook ineens dat we niet los van elkaar leven als mensen, dat we met elkaar verbonden zijn, inmiddels wereldwijd, dat we elkaar niet links kunnen laten liggen, zo waren we ook nooit bedoeld vanaf het begin, opnieuw worden we daar aan herinnerd.

Tekort aan ruach

In het gedeelte dat we vandaag hebben gelezen uit Exodus valt ook alles stil, zou je kunnen zeggen. Wat zo mooi begon met het verzet van de vroedvrouwen Sifra en Pua, wat zo hoopvol leek toen Mozes die beloftevolle naam meekreeg van God, Ik zal er zijn, en hoe ondanks alles er iets van vertrouwen opvlamde onder het volk dat er een ander leven dan dit slavenbestaan in Egypte mogelijk was, het is allemaal stilgevallen en doodgebloed. Mozes is na één bezoek aan farao honend weggestuurd en het volk heeft haar kersverse leider al weer afgeschreven. Wat heb je gedaan, wat haalde je je in je hoofd? Mozes? Ons lot is nog zwaarder geworden, we moeten nog harder werken, hadden we maar nooit naar je geluisterd.
Murw geslagen, dat is het volk, letterlijk en figuurlijk. Moedeloos zijn ze, ze hebben een tekort aan adem staat er letterlijk, Een tekort aan ruach, levensgeest, geest van God. We weten hoe het verhaal straks verder gaat, de tien plagen die komen, de beproevingen, de strijd van hard tegen hard, dan gaat er iets gebeuren, dan gaat er iets borrelen, maar hier…hier nog niet, alles is stilgevallen, een absoluut nulpunt, geen enkele opening naar de toekomst. De farao zit op slot in zijn absolute macht, het volk zit op slot in zijn totale onderdrukking en ook Mozes wil het opgeven. God komt alleen te staan. God zelf is op een dood punt gekomen.

Is het niet precies hier waar het ten diepste om gaat in ons geloven en juist in deze tijd voor Pasen? Dat we als mensen soms finaal stuklopen op het leven, dat onze eigen grip en alles wat we menen te kunnen en te willen ons bij de handen afbrokkelt, dat we worden ingehaald door machten en krachten die groter zijn dan wijzelf en dat we op een dood punt komen te staan, murw geslagen door het leven, waarin je niet meer weet hoe verder. Momenten die je misschien zelf kent of bij een geliefde ander, dat zelfs woorden van hoop en bevrijding, van andere tijden je niet meer bereiken, een tekort aan adem heb je, een tekort aan ruach, levensadem, geest van God.

Levende God

Wat vertelt ons dit verhaal van bevrijding dan? Waar gaat het dan over? Precies op dit moment waar alles dood loopt, waar alles stilvalt, gaat God met een kracht en onverstoorbaarheid door, zo zeer dat je wel moet zeggen: God is de enige in deze situatie die leeft, de enige die het leven bewaart, die werkelijk een levende/levendige God is, juist waar wij op een dood punt komen.
De Heer bleef spreken, staat er, hij blijft woorden van een ander leven, een nieuwe werkelijkheid, spreken, woorden van bevrijding en nieuwe hoop. Hij gaat niet in op of mee met wat Mozes aandraagt aan bezwaren en twijfel, maar trekt zijn eigen spoor van woorden van leven, woorden die vanuit verleden en heden naar de toekomst reiken.
Alleen al dat ons te realiseren, en tot ons door te laten dringen dat Gods stem niet tot zwijgen kan worden gebracht, waar ons leven stilvalt, om het leven om ons heen, of zelfs wereldwijd, alleen dat al je te realiseren, wat kan dat al een verschil maken en bemoedigend zijn.

Dit ene weten wij, dichtte Henriette Roland Holst,
en aan dit één houden wij ons vast in de donkere uren 
er is een woord dat eeuwig’lijk zal duren
en wie ’t verstaat die is niet meer alleen.

Wat mij ontroert in dat korte gedichtje is dat een woord eigenlijk zo kwetsbaar is, je zegt het en het is weg, een ademtocht, een moment dat maar even de stilte doorbreekt en toch kan een woord ook alles anders maken. Zoals in deze tijden, waarin mensen misschien gevangen zitten in de situatie, zich angstig voelen door woorden die bezorgdheid aanwakkeren, of paniek creëren of doemscenario’s oproepen, wat is het dan ook goed om andere taal te hebben, andere woorden, oude, beproefde woorden die de toekomst weer openleggen, die de doodse stilte doorbreken, woorden die je optillen.
En dat we die woorden van geloof, hoop en liefde dan ook voor elkaar blijven spreken, dat niet opgeven, telkens weer tot klank laten komen tot we ze verstaan, hoe zeer we soms ook stamelen met Mozes, hoe zeer we soms ook dreigen stil te vallen. Dan zijn er oude woorden die beproefd zijn en die we in de mond mogen nemen.

Doods punt wordt keerpunt

Geloven is soms ook het uithouden in de stilte, in de doodsheid en moedeloosheid, in het gevoel dat geen enkel woord meer tot je doordringt, dat je niet meer verstaat waar die oude woorden van hoop en bevrijding in jouw leven binnenkomen, maar tegelijkertijd mét het fragiele vertrouwen dat God spreekt en blijft spreken, woorden van leven, dat God hoort en ziet, ons zuchten en zorgen,  en dat God het punt waarop alles dood loopt tot keerpunt zal maken, hoe dan ook, dat is het dwaze en koppige evangelie van Pasen, waarnaar we naar onderweg zijn. In dat spoor mogen we gaan.

Kan God op een dood punt komen,
zonder dat Hij zelf daarmee de dood ingaat?

zo schreef iemand bij deze tekst.
Hij weet beter dan wij wat er is in de mens.
Hij weet beter dan wij wát dit dode punt is.
Juist daar wil Hij God-met-ons zijn, *

Een God van leven.
Amen

* (Citaat uit “Naar Mokum”, Th. Naastepad)