Logo van de kerk

meditatie 19 april 2020

Meditatie bij Exodus 15/16 op 19 april 2020

Laat ons drie dagen de woestijn intrekken om offers te brengen aan onze God, zo hebben Mozes en Aäron meerdere malen gevraagd aan farao. En het heeft wat gekost, het is een weg door de diepte geweest maar nu…free at last! Terwijl de modder van de natte zeebodem inmiddels is opgedroogd aan hun voeten, en het eerste danklied is verstomd dat ze samen hadden gezongen aan de oever van de Schelfzee, nu moet het er dan nu eindelijk maar eens van komen, ze moeten gaan. Niet meer als slaaf van farao, maar dienaars van de Ene, niet meer op het grondgebied van een onderdrukker, maar op vaste, droge grond van een bevrijder, ja…en nu?

Bevrijd, en nu?

Het was zomaar eens in een terloops gesprek met een gemeentelid dat ze vertelde hoe akelig de periode ná de bevrijding in 1945 in haar dorp was geweest, ik moest even schakelen om haar goed te begrijpen, maar ze vertelde dus hoe juist ná de bevrijding zo’n lastige tijd was geweest omdat niemand meer wist wie wel en wie niet te vertrouwen was en hoe er dus lange tijd geen vriendschappen, geen nabijheid en geen naoberschap was geweest in hun dorp.
Wel bevrijd maar nog niet los van wat er allemaal gebeurd was. De bezetting, de oorlog, de angst, het zat nog verstopt in alle gaten en kieren maar nu was het tegelijkertijd helemaal aan de mensen zelf, geen onderdrukker meer om de schuld te geven, nee…het was aan hen zelf…Hoe bouw je dan iets nieuws op? Welke weg ga je nu?  Hoe kom je weer dichtbij elkaar, hoe win je weer vertrouwen? En hoe doe je dat terwijl je nog bang bent, terwijl de omstandigheden er helemaal niet naar zijn om vrijheid en verantwoordelijkheid te leren?

Drie dagen

Israel moet dat nu ook leren. Drie veelzeggende lange dagen moet het volk de woestijn intrekken, drie dagen om te gaan twijfelen aan dat hele project van bevrijding en terug te verlangen naar wat was, of drie veelzeggende dagen om te gaan twijfelen aan die hele weg van Jezus. En je af te vragen wat dat nu helemaal heeft opgeleverd. Drie dagen om weer helemaal terug bij af te zijn, van de hoop naar de wanhoop.

Ik heb ooit eens begrepen van een gedragsdeskundige dat als je iets wilt veranderen aan je gedrag en dat besloten hebt, dat je dat binnen de eerste 48 uur op gang moet brengen, doe je dat niet, dan verval je zo weer terug in het oude en ben je niets verder gekomen. De Bijbel gaat daar dus met z’n drie dagen ver overheen, over wat wij aankunnen aan verandering, bevrijding, een nieuwe weg zoeken.

God heeft óf een grenzeloos vertrouwen in zijn mensen óf stelt ons behoorlijk op de proef wat we aankunnen qua bevrijding, bevrijd leven, richting zoeken naar het goede leven, het beloofde land… Het lijntje tussen Egypte en op weg gaan naar het beloofde land is hier nog maar flinterdun, en dat is te merken in het Hebreeuwse woordje: eved, wat zowel slaaf als dienaar betekent. In Egypte waren ze avadiem(meervoud), dwz slaven van de farao, zonder enige vrijheid, in de woestijn worden ze dienaars – ook avadiem - van God, juist geroepen tot vrijheid.
Zoals we vorige week ook lazen hoe Jezus dat tegen zijn leerlingen zegt:

Ik noem jullie geen slaven meer
want een slaaf weet niet wat zijn meester doet,
vrienden noem ik jullie,
omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord,
aan jullie bekend heb gemaakt.

Jezus heeft óf een grenzeloos vertrouwen in zijn leerlingen, óf stelt hen behoorlijk op de proef in wat ze aankunnen. Hoe dan ook, net als God met zijn volk in de woestijn, neemt Jezus neemt zijn leerlingen volstrekt serieus. Hij legt alles wat hij gehoord heeft in handen van zijn leerlingen, maakt hen medeverantwoordelijk, laat hen vrij, geeft hun vrijheid om er hun eigen weg mee te gaan.

Tenminste…

Drie veelzeggende dagen. Voor Israel in de woestijn wordt het de proef die hen vraagt: blijven we trouw aan de weg van de bevrijding, van de vrijheid, of zwichten we voor de verleiding van “tenminste ”
Waren we maar in Egypte gebleven,
daar waren de vleespotten tenminste gevuld,
daar hadden we tenminste volop brood te eten.

In dit verband klinkt “ tenminste ” wel als het meest schrale woord dat je in het Nederlands kunt bedenken, wie in zijn leven mikt op tenminste, die geeft zijn leven zo vorm dat hij er tenminste zelf goed van af komt, dat hij of zij tenminste zelf niets te kort komt, dat hij tenminste zelf aan de goede kant van de lijn blijft, dat hij zelf tenminste geen verantwoordelijkheid heeft…Alle hoop en dromen van een bevrijd leven zijn in no time verschraald en ineengeschrompeld, als het woord tenminste om de hoek komt kijken.
En waar gaat het dan als eerste over, bij dat volk in de woestijn? Over eten en drinken, en over de angst niet genoeg te hebben, de angst om tekort te komen.

Hoe diep die angst zit en hoe snel we bij die houding van “tenminste “zitten, zullen we allemaal kunnen beamen na die eerste vreemde week van de coronatijd. De omslag in een land dat in de afgelopen decennia nooit meer een serieus voedselprobleem heeft gehad, naar een angstig hamsteren was zo gemaakt. Dan heb ik, hebben wij tenminste genoeg voor de komende tijd. Ja, je bent snel je idealen kwijt, je richting kwijt als er angst en onzekerheid om de hoek komt kijken.

Het volk Israel dat loopt te morren, dat zomaar haar vertrouwen kwijt is, wat voor geweldigs er ook net achter haar ligt, ze komt dicht bij ons, niet om haar te veroordelen maar om te ervaren hoe veel wij op haar of zij op ons lijkt, je bent zomaar je innerlijke kompas even kwijt, als de leegte en onzekerheid van de toekomst voor je liggen. Je bent zomaar weer terug bij af, bij het morrende, mopperende, klagende kind, dat daaronder eigenlijk wil zeggen:
zie je mij wel,
vergeet je me niet,
laat je me niet alleen,
houd je nog wel van mij?

Als pasgeboren kinderen

Het beeld van de ouder en het kind klinkt door alles heen op deze zondag, in de woestijn worden kinderen groot, zingt dat liedje van Hanna Lam, het volk moet het nieuwe leven leren. Deze zondag is ook de zondag van de pasgeboren kinderen, dat nieuwe leven na Pasen, de vrijheid, de bevrijding, de overvloed aan liefde, we moeten het helemaal opnieuw leren als pasgeboren kinderen, het oude moeten we van ons afleggen, het nieuwe leven moeten we nog leren, stap voor stap, zoals dat volk in de woestijn, en de eerste stap die ze moeten leren is niet dat God altijd voor ze zal zorgen, maar vooral hoe ze zelf met de verantwoordelijkheid en vrijheid om leren gaan met wat ze nodig hebben om te bestaan, niet redeneren vanuit de angst, vanuit de houding van een slaaf die niet weet zijn meester doet en daarom maar mikt op “tenminste”, en “ voor de zekerheid ”, en “ buffers inbouwen ”  maar redeneren vanuit het vertrouwen, vanuit beginnen met wat genoeg is per dag, voor nu,  voor het moment en dat dat voldoende is.

Het is ook een loslaten van de toekomst die maakbaar zou zijn, die je in de hand zou hebben. Ook wij leren dat nu in deze tijd met vallen en opstaan. De toekomst is niet meer maakbaar. Er is veel angst en onzekerheid en toch wordt ook van ons gevraagd, Of we gaan leven uit de houding van “tenminste” Of vanuit het vertrouwen het bij de dag te zien, en dat er genoeg is.

Verwondering

De mooiste zin uit de hertaling die we vanmorgen hebben gelezen staat aan het einde: “Op hun angst om tekort te komen, antwoordt God met verwondering ” Verwondering, dat gaat hier over overvloed, over liefde, over geven, daarmee antwoordt God. Angst om tekort te komen is juist het tegenovergestelde.
God antwoordt met verwondering…
Mijn volk, mensenkind…
Waarom zou ik je vergeten?
Waarom zou je tekort komen?
Waarom zou ik je uit het oog verliezen?
Waarom zou het niet genoeg zijn?

Geloven is telkens weer dat luikje naar die verwondering open zetten, ook of juist in tijden van leegte en onzekerheid. De verwondering over wat er wel is, en hoeveel genoeg er is, wat werkelijk nodig is, niet meer en niet minder.

Amen