Logo van de kerk
Home / Dominee / Overdenking

Overdenking

Eerder gehouden overwegingen vindt u hier

Overweging in 2018 op 22 juli

Lezing Marcus 6: 30-46

Prestatie

Ik schreef er al over in één van de laatste kerkbladen, het project Bubbelonie van journalist en filosoof Henk Steenhuis. Dit project, dat met Pinksteren is gestart, wil op zoek naar taal die mensen weer met elkaar verbindt, weer solidair met elkaar maakt, want, zo zegt Steenhuis, de taal die we gebruiken wordt meer en meer financieel-economisch gekleurd. Waar we ook maar over praten, over welk onderwerp, binnen welke levenssfeer ook. We spreken ongemerkt steeds meer in termen van winst en verlies, van kosten en baten, van groei, schuld en succes. En dat brengt een bepaalde manier van denken, van kijken naar elkaar mee. Minder solidair.

Om op zoek te gaan naar taal die mensen weer meer met elkaar verbindt onderzoekt deze journalist eerst woorden uit die financieel-economische taal, Hij onderzoekt hun herkomst, hun ontwikkeling en hoe we ze nu gebruiken. Zo onderzocht hij in zijn column van afgelopen week het woord ‘prestatie’ en wat vooral opviel was de enorme toename van het gebruik van het woord prestatie. Hij had een site gevonden waarop je kon zien hoe vaak een woord in de krant gebruikt werd en werd het woord ‘prestatie’ in de 18e eeuw maar 29 keer in een krant gebruikt, in de 20e eeuw werd het maar liefst 400838 opgeschreven. Nu zijn er, zou je kunnen zeggen, in die laatste eeuw ook meer kranten verschenen, maar toch zou je hieruit kunnen concluderen dat we meer en meer een prestatiemaatschappij zijn geworden of dat we in elk geval meer bezig zijn met presteren, met actief zijn, met je ergens voor inzetten.

De tegenbeweging is er net zo goed. Toen wij in dit voorjaar op bezoek waren in het protestantse klooster in Jorwert, Friesland, werd ons de eenvoudige vraag gesteld: waar ga jij heen? En het viel gewoon op hoeveel mensen zeiden dat ze op weg waren naar innerlijke rust, naar vrede, balans, ontspanning of nog meer termen in die trant. Kun je misschien zeggen dat de balans zoek is geraakt, tussen inspannen en ontspannen, tussen je inzetten en ook weer loslaten, tussen ora et labora, bidden en werken? Dat is een vraag die een ieder in zijn eigen persoonlijke leven kan beantwoorden. Het is ook iets waar we mee worstelen in onze samenleving, met de druk, de prestatie die er gevraagd wordt, en dat het nooit genoeg lijkt te zijn.

Ga wat rusten…

Hieraan, aan deze vragen, aan dit thema raken de teksten van vandaag, vooral de tekst over Jezus en zijn leerlingen. Of misschien kunnen we beter zeggen, de teksten van vandaag roepen dat alles op, we kunnen natuurlijk niet zomaar onze vragen van deze tijd één op één terugprojecteren op die teksten uit het evangelie, maar dit roepen ze op, zo spreken ze tot ons in onze tijd. En wat hebben ze dan te zeggen? Wat klinkt erin door van Gods goede nieuws?
Vorige week hoorden we hoe Jezus zijn leerlingen met bijna niets, twee aan twee, uitzond om nu zelf het goede nieuws bekend te maken. Vandaag zijn ze teruggekomen bij Jezus om hun verhaal te doen, apostelen worden ze hier genoemd, ‘gezondenen’ zijn ze geworden door hun opdracht, niet alleen meer leerlingen. En ze vertellen nu aan degene die hen gezonden heeft hoe het hen is vergaan. Er wordt trouwens niet bij verteld wat de opbrengst is van hun zending, wat het resultaat is van hun prestaties, wat het heeft opgeleverd. Blijkbaar is dat voor de evangelist niet van belang om dat te vermelden. Belangrijker is dat Jezus zegt tegen zijn apostelen dat ze nu naar een eenzame plek moeten gaan, naar de woestijn, om te rusten, want ze hebben niet eens tijd gehad om te eten.

Over dat ene vers zijn een paar belangrijke dingen te zeggen, Allereerst dat ook de afzondering, het rusten ook bij het “gezonden zijn” hoort, ja, net zo wezenlijk is als het daadwerkelijke op weg zijn en het goede nieuws verkondigen. Bij het gezonden zijn door Jezus hoort ook dat je alleen op jezelf, alleen met God, op een eenzame plek kunt zijn. Dat maakt, wat Jezus hier zegt, al anders dan onze zoektocht naar de juiste balans tussen inspanning en ontspanning. Ongemerkt kan bij ons de ontspanning ten dienste gaan staan van de inspanning, de rust is er ten dienste van het werk dat er daarna weer verzet moet worden, alsof het werk, de inzet, de prestatie het wezenlijke is en de momenten dat je daar even mee stopt er alleen maar zijn om dat vol te houden, om er weer tegenaan te kunnen.
In het evangelie lijkt dat anders te zijn, niet alleen hoe Jezus dat voor de leerlingen benoemt, maar ook voor zichzelf, de wijze waarop hij zich terugtrekt telkens weer om te bidden, om alleen te zijn, bij zichzelf en bij God. Dat is net zo wezenlijk onderdeel van zijn weg als zijn actief onder de mensen aanwezig zijn.

Gevoed worden

Het tweede is dat de woorden van Jezus je wat kunnen misleiden, alsof het om een ontspannen uitrusten gaat, een soort van vakantie voor de leerlingen na al het harde werken. Maar wie naar de woestijn gestuurd wordt, die weet, net als Jezus zelf, dat dat niet alleen maar een aangename plek is, eerder is het een plek waar je met je eigen angsten, je eigen onrust, je aanvechtingen geconfronteerd wordt, met godverlatenheid ook wel, met stilte die je kan beklemmen. Dat is net zo wezenlijk als je mijn weg gaat, lijkt Jezus te zeggen, als de ervaring van onder de mensen zijn, de kwetsbaren te helpen, de zieken te zalven etc. Alsof Jezus zegt: het één kan niet zonder het andere.
Want wie voortdurend onder de mensen is, wie niet alleen bij zichzelf is bij tijd en wijle, wie steeds maar aan het geven is, die heeft nauwelijks tijd om te eten. Dat hadden die leerlingen namelijk nauwelijks gehad. Dat is een mooi en veelzeggend beeld, ze hebben zoveel gegeven van zichzelf, dat ze nauwelijks de tijd hebben gehad om zelf gevoed te worden, blijkbaar heb je die eenzaamheid, die afzondering nodig om weer gevoed te worden, niet om daarna dubbel zo hard weer te geven, maar als een net zo wezenlijk onderdeel van het op weg gezonden zijn door Jezus als de actieve inzet.

Het beeld van die leerlingen die nauwelijks tijd hebben gehad om gevoed te worden, lichamelijk en geestelijk, vanwege al die mensen die op hun pad komen, wordt heel mooi tegenover dat beeld gezet van al die mensen die door Jezus brekende en delende handen meer dan genoeg hebben, liggend daar in alle rust in het groene gras. Alsof het verhaal wil zeggen, beide dingen zijn, beide zijn waar. Aan de ene kant de nood van mensen, het snakken van mensen naar het goede nieuws, het koninkrijk van God en alles wat daar nog voor moet gebeuren, ook als je merkt hoe de menigte Jezus volgt, vol verlangen, maar ook die andere kant is er, soms zomaar ineens, hoe mensen met een heel klein beetje al gevoed worden, als Jezus in de buurt is, hoeveel er dan al mogelijk is, hoe er dan al iets van het koninkrijk gebeurt.

Bijna alsof er in de tekst ook een balans wordt aangebracht, aan de ene kant het geprikkeld worden om je in te zetten voor het koninkrijk, actief te worden, ernaar te handelen, ervoor te bidden, ernaar uit te zien, een ander op je pad met Gods ogen beschouwen, of jezelf. Op heel veel manieren kun je actief zijn voor het Koninkrijk van God, maar in elk geval anders dan hoe de samenleving van ons vraagt actief en productief te zijn.
Aan de andere kant beschrijft die tekst ook hoe het er soms van God uit zomaar ook al is, een belofte waarin je mag rusten, waar het niet alleen van jou afhangt.

Relatie

Het verschil met de vraag van onze tijd tussen rust en inzet, inspanning en ontspanning, en wat uit de teksten tevoorschijn komt is vooral ‘relatie’, dat in het evangelie, altijd en overal de relatie, het lijntje met God overeind blijft. Wie in onze samenleving niet meer actief is, niet presteert, niet bijdraagt, niet efficiënt is, om het allemaal in die financieel-economische taal te zeggen, die lijkt helemaal alleen op zichzelf teruggeworpen te worden, de lijntjes met het leven om je heen worden één voor één doorgeknipt, het inleversyndroom, wordt dat ook wel eens genoemd, of er zijn alleen nog maar lijnen van afhankelijkheid, van iemand nodig hebben. Bij Jezus is het juist in het alleen zijn, in de rust, in de stilte dat uiteindelijk de lijn met God, de relatie met God weer gevoed kan worden. Het is ora et labora, bidden en werken, en niet rusten en werken, of rusten om te werken.

Hoe dat een verschil kan maken. Een mens kijkt daardoor misschien anders naar een ander, naar zichzelf, niet in termen van winst en verlies, van kosten en baten, van schuld, van succes, hopelijk meer vertrouwend op de verbinding die er is en die er blijft, met anderen, met God. Ik kan het het beste illustreren met een voorbeeld van een collega, die juist de wat oudere mensen in de gemeente had gevraagd om te bidden voor het wel en wee van de gemeente, en voor wat er allemaal gebeurde met individuele mensen en dan ook werkelijk als wezenlijk onderdeel van dat gemeenteleven, het gebed dat altijd doorgaat. Het verbond deze gemeenteleden met de rest van de gemeente, ook al konden ze niet meer zo vaak komen als voorheen of zich inzetten zoals ze misschien eerder hadden gedaan. Op dat soort momenten wordt er een taal gesproken die mensen met elkaar verbindt.

Amen