Logo van de kerk
Home / Dominee / Overdenking

Overdenking

Eerder gehouden overwegingen vindt u hier

Overweging in 2019 op 21 april Paasmorgen

Johannes 20: 1-18

Kruidje roer me niet

We blijven vanmorgen helemaal in de sfeer van de tuin en dus heb ik een vraag aan u: wie herkent welk plantje dit is? (Afbeelding “Kruidje roer me niet/ Mimosa Pudica”)

Kruidje roer me niet of Mimosa Pudica. En wie weet waarom dat plantje zo heet? Het schijnt dat als je het te vaak aanraakt, dat dat dan ook de levensduur verkort van het plantje. Hoe vaker je er aan komt, hoe sneller het sterft.  Nou heeft die Nederlandse naam, Kruidje roer me niet, nog een preekwoordelijke betekenis, wie weet wat dat is?  Iemand die heftig reageert als het té persoonlijk wordt, zo stond het er letterlijk.
En dan begint u zich misschien inmiddels wel af te vragen wat dit in hemelsnaam met Paasmorgen heeft te maken?

Kruidje roer me niet is de Nederlandse variant van de Latijnse woorden Noli me tangere, raak me niet aan, hou me niet vast, laat me gaan en dat zijn precies de woorden die Jezus uitspreekt tot Maria in het verhaal van vanmorgen. Op het moment dat ze hem eindelijk door haar tranen heen herkent, dat ontroerende moment dat hij haar bij de naam noemt en zij hem antwoordt met Rabboeni, op het moment dat alles anders wordt in die tuin, van een graftuin naar een bloeiende hof.

Op het moment, als zij hem dan wil kussen, en omhelzen en nabij zijn, dan zegt hij die woorden: 
Raak mij niet aan,
hou mij niet vast,
laat me vrij,
Jezus als de Opgestane reageert heftig als het te persoonlijk wordt, als Maria te dichtbij komt. Kruidje roer me niet. Noli me tangere.

Hoewel we in onze liederen op deze Paasmorgen alle hallelujah’s uit de kast trekken, en op ons paasbest hier naartoe gekomen zijn, is de toon van het evangelie vanmorgen dus nog veel verstilder, veel intiemer, ja, geheimzinniger, zou je kunnen zeggen. De opstanding, de nabijheid van de Opgestane, het licht dat is doorgebroken na alle duisternis, het leven dat opnieuw begint. Het is nog zo teer, zo kwetsbaar, zo pril als de blaadjes van dat plantje.
Als je het aan wil raken, met je vingers, je verstand, met leerregels en dogma’s, dan sluit het zich, dan is het geheim aan je zicht onttrokken, ja misschien zelfs als je er te veel aankomt, dan sterft het onder je handen, je kunt er alleen vanaf een afstandje naar kijken, je erover verwonderen, je erdoor laten raken, je hart en ziel erdoor laten openbloeien, zoals de begintekst zegt in de liturgie van vanmorgen. Voor meer dan dat is het nog te vroeg, het moet nog groeien, dat paasgeloof, dat vertrouwen in het werkelijk nieuwe begin, het diep in je hart weten dat na alle lijden en donker en sterven er weer leven mogelijk is, en liefde. Het komt wanneer het komt, zoals Toon Hermans zei, je kunt het niet oproepen of aansteken, dat licht van Pasen.

Hou me niet vast

Als Maria radeloos zoekt naar haar Heer en hem eindelijk dan vindt, dan wil ze hem naar zich toetrekken, aanraken, Hem weer deel maken van haar leven zoals het was, de draad weer oppakken als voorheen en hoe zou je haar dat kwalijk kunnen nemen. Als een mens de liefste is kwijtgeraakt aan de dood, aan het donker, en als alles wat verloren leek, de hoop, de liefde, het leven, dan ineens weer binnen handbereik ligt, wat zou je dan anders willen dan het vastpakken, het naar je toe trekken om het nooit maar dan ook nooit meer los te laten?

En toch zegt Jezus dan: Raak me niet aan, hou me niet vast, laat me vrij. Want ik ga naar de Vader en jij, jij moet naar de anderen gaan. En die anderen weer naar anderen en zo steeds verder. Pasen is geen happy end, een boek dat je afsluit met een glimlach om je lippen, een “ze leefden nog lang en gelukkig”, maar een radicaal nieuw begin, Jezus is niet langer in zijn menselijke gestalte in ons midden, als rabbi onder zijn leerlingen, maar als de Opgestane, niet langer bepaald door tijd en plaats en ruimte, maar overal aanwezig waar mensen maar durven te leven en vertrouwen op zijn naam.

De Christus naast het geopende graf
is niet alleen levend geworden voor een kring van intieme vrienden.
Hij behoort hen niet meer exclusief toe –
hij wil daar kunnen zijn waar twee, drie of meer mensen
in zijn naam bijeen zijn,
overal op deze wereld, zelfs tot in het dodenrijk en dat altijd en eeuwig.
(uit: De ziel onder de arm, Desanne van Brederode, p.205)

Niet langer kan Maria, en ook wij niet als leerlingen van Hem, niet langer kunnen we Jezus alleen voor onszelf houden, zijn liefde voor onszelf opeisen, vanaf nu moeten we zijn liefde, zijn woorden delen, het uitdelen, ermee de wereld ingaan. We beginnen helemaal overnieuw in deze tuin van het nieuwe begin, waar Jezus als de Nieuwe Adam, als de nieuwe mens door de hof wandelt en ons voorgaat. Zie, zegt hij, het is goed!

Feest van de leegte

Een ander beeld van de afgelopen week.
(Foto Notre Dame)
U heeft er uiteraard veel over gehoord, dat kon niet anders, maar had u deze foto ook gezien? Vast en zeker, een indrukwekkend en ontroerend beeld in de stille week. Het kruis dat glinsterend oplicht in het eerste morgenlicht na de brand, met daarvoor de enorme ravage die is achtergebleven na die angstaanjagende ja bijna helse vlammen in de nacht.
Wat me trof in de berichtgeving rondom de Notre Dame, was hoe snel er al gesproken werd van wederopbouw, dezelfde avond terwijl de kathedraal nog brandde had Macron het er al over, en de volgende ochtend kopten de kranten al: de Notre Dame wordt nog mooier dan voorheen…
En ook: hoe snel het al ging over geld dat toegezegd werd, en over mensen die hun naam eraan wilden verbinden, de een met nog meer geld dan de ander en over belasting die dan weer aftrekbaar zou zijn etcetera etcetera. Alsof het leed, het lijden zo snel mogelijk moest worden weggewerkt, niet meer gezien mocht worden, het moest worden opgelost, er moest overheen gebouwd worden.

 En dan kijk ik weer naar dit verstilde beeld, het kruis, de ramen, het licht door de gebrandschilderde ramen en dan denk ik: ook dit is Pasen, of juist dit is Pasen! Wakker worden met de nog smeulende resten, de puinhopen, de wonden van ons leven, de dingen die verkeerd zijn gegaan, de gaten die er geslagen worden soms door wat het leven ons brengt, de leegte die er is gekomen maar dan mét dat kwetsbare maar koppige vertrouwen dat het niet langer alleen maar hopeloos is, en uitzichtloos, en dat er geen weg verder is, want daarboven licht het kruis het op, niet langer meer als teken van het einde, van de haat, maar als teken van een nieuw begin, van grenzeloze liefde, er is vergeving, er is hoop, er is een weg doorheen.

Maar dat vraagt wel iets van ons. Iemand noemde Pasen het feest van de leegte, het open graf als een lege, maar heilige plek in ons leven, durven we die leegte leeg te houden, er niet te snel overheen te bouwen, het weg te werken of te verdoezelen? Durven we het uit te houden met die open ruimte, die het graf symboliseert en kunnen we wachten tot er een nieuw begin kan groeien, misschien eerst kwetsbaar en pril, zo teer als de blaadjes van dat plantje: kruidje roer mij niet.

Volgelingen van de tuinman

Met Pasen, beste mensen, zijn we niet langer meer volgelingen van de timmermanszoon, maar worden we voortaan leerlingen van de tuinman. Want het is geen vergissing dat Maria denkt dat ze in Jezus de tuinman herkent, dat hebben kunstenaars als Rembrandt, die Christus afbeelden als een tuinman met strooien hoed op en schop in de hand heel goed begrepen, het is geen vergissing, het is eerder de onthulling van wie Jezus vanaf nu af aan is als de Opgestane, voor haar, voor de leerlingen, voor ons allemaal. Hij ís de tuinman die het leven tot groei en bloei wil brengen overal waar maar mensen zijn, in deze wereld die, hoe verschraald en verschroeid ook, de tuin van God is en blijft.

Aan ons, als volgelingen van deze tuinman, op deze Paasmorgen de uitnodiging om Hem te volgen en daaraan te mee te helpen. Wij hebben het in onze handen gekregen, het geloof van het nieuwe begin, dat steeds weer mag klinken, het geloof dat liefde sterker is dan haat, dat leven sterker is dan dood, dat licht sterker is dan donker.
Dat we met heel ons hart en ziel ja kunnen zeggen op die uitnodiging van Hem.

Amen

Overweging in 2019 op 18 april Witte Donderdag

Lezing Mattheüs 26: 17-29

Wie ik liefheb, maak ik vrij

Als theatermaakster en columniste Marjolijn van Heemstra gevraagd wordt om bij een bijeenkomst iets te zeggen over het begrip “vrijheid ” dan vindt ze dat een lastige opdracht. Vrijheid is een sleets geworden woord, zegt ze, dat veel te vaak wordt het ingezet als masker voor zelfzucht, of als snelle weg naar eigenbelang. Vrijheid als manier, ja als excuus om je ongebonden en onafhankelijk op te stellen, los van de ander, zonder je iets van die ander aan te trekken. En dat heeft iets ongenadigs, iets liefdeloos.

Om verder te komen met haar opdracht duikt ze daarom eerst maar eens in het ontstaan van het woord “vrijheid” en ze ontdekt tot haar verrassing dat het komt van Freya, wat Germaans is voor ‘lief’ of ‘dierbaar’. Liefde, zo concludeert ze, is dus de basis voor het ontstaan van vrijheid. Vrijheid heeft te maken met liefde en dat geeft ineens weer nieuwe glans aan het woord, het begrip.
Ze schrijft in één van haar columns in Trouw:
als vrijheid en liefde één zijn zou je kunnen zeggen:
wie ik vrij maak, heb ik lief.

Of andersom gezegd:
wie ik liefheb, maak ik vrij.

Anders gezegd, om vrij te zijn heb je de ander nodig, namelijk in zijn of haar bereidheid om van jou te houden en andersom kun je een ander bevrijden door hem of haar als dierbaar te beschouwen, te beminnen. 

Op deze avond, de avond van Witte Donderdag, zijn het precies deze twee begrippen, liefde en vrijheid, die als twee verstrengelde rode draden door alle lezingen heen lopen, ja door heel het verhaal van Jezus heen dat we hier vanavond beleven alsof het nu is, vandaag met ons, alsof wij hier bij Hem aan tafel zitten, op het punt om in verwarring en vertwijfeling afscheid te gaan nemen. 
Deze avond staat in het teken van liefde, en dan niet een liefde die verstikt, die opeist, die ons verteert of vastzet, maar een liefde die bevrijdt, die ruimte geeft en die alles wat ons gevangen houdt, open knipt.
En deze avond staat in het teken van vrijheid, van bevrijding en dan niet om vervolgens alleen voor jezelf te leven, om je eigen goddelijke gang te gaan, maar een vrijheid, een bevrijding die ontsprongen is aan liefde, een vrijheid die doordrongen is juist van verbinding met de ander, de ander met een kleine en met een hoofdletter.

Daarom viert Israel ieder jaar weer die maaltijd van bevrijding, van vrijheid, om te gedenken hoe ze ooit hun vrijheid herkregen uit liefde van de Ene, van God zelf, omdat Hij het niet kon aanzien hoe mensen nog langer gevangen zouden zitten in angst, in onderdrukking, in de schaduw van de dood en hoe deze bevrijding er altijd aan zal herinneren in liefde om te zien naar de ander, om altijd te gedenken dat je nooit ten koste van een ander vrij kunt zijn. 

Deze avond staat in het teken van liefde én in het teken van vrijheid: niemand heeft groter liefde dan hij die zijn lichaam, zijn leven geeft voor zijn vrienden. In alle vrijheid geeft Jezus de prijs van die liefde. Zijn leven wil hij geven, zijn lichaam mag gebroken worden, omdat hij in Gods naam zoekt naar de mens. Onvermoeibaar zoekt God het hart van de mens, zoekt God naar ons allemaal. Als een minnaar zoekt hij allerlei manieren om de mens, om ons tot liefde te verleiden. God heeft de mens niet enkel gemaakt tot eer en glorie van hem zelf. Hij heeft de mens gemaakt omdat hij wilde liefhebben.
En in die zoektocht naar de mens is hij ver gegaan. Hij heeft in Christus zijn goddelijkheid afgelegd. Hoe zou hij dichterbij kunnen komen dan door mens te worden en onder ons te zijn. Zijn liefde drijft hem en hij zoekt naar onze liefde.

Zo viert Jezus het laatste avondmaal met zijn leerlingen. Vanuit die drive van liefde die vrij maakt. Maar dan maakt hij die opmerking:
Eén van jullie zal mij verraden.
Waarom? Niet om de sfeer te verpesten. Niet om te tonen welke kennis hij heeft. Niet om de toekomst te voorspellen. Nee, één van de leerlingen heeft hier de mogelijkheid gekregen om niet te schande te worden. Eén van de leerlingen heeft hier de kans gekregen om terug te komen van zijn ingeslagen weg. Tot één van de leerlingen probeert Jezus nog één keer duidelijk te maken dat zijn weg niet een weg van macht is, niet van geweld, maar een weg van liefde en die ene leerling krijgt de mogelijkheid zonder gezichtsverlies terug te komen op zijn eerdere beslissing.

Zijn naam wordt door Jezus niet genoemd, alle leerlingen zeggen tegen Hem: ik toch niet Heer? Is dat misschien omdat ons aller naam daar zou kunnen staan? Is het om ons ervan te doordringen dat de liefde die hier vanavond centraal staat ons allen wil bevrijden van schaamte, van schuld, van verkeerd ingeslagen paden, van onherstelbare fouten? Wie ik vrij maak, heb ik lief. Wie ik lief heb, maak ik vrij.
Deze avond staat in het teken van liefde én in het teken van vrijheid, van bevrijding en hoe die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn van Godswege. Gods liefde maakt ons vrij om voor de ander, voor onszelf, voor het leven te kiezen. Niemand heeft groter liefde dan hij die zijn lichaam, zijn leven in alle vrijheid heeft gegeven voor hen die hij liefheeft.

Vanavond is Christus zó in ons midden om te blijven delen van zijn lichaam, van zijn leven, om opnieuw zijn teken van liefde in ons midden te stellen en in alle vrijheid ons uit te nodigen op zijn weg.
Dat brood en wijn daar vanavond voor ons een teken van mogen zijn,

Amen