Logo van de kerk
Home / Dominee / Overdenking

Overdenking

Eerder gehouden overwegingen vindt u hier

Overweging in 2018 op 14 oktober

Voorafgaand aan de overweging leest Betty onderstaand verhaal voor.

Handen vol – ds. Rolinka Klein Kranenburg

“ Denk er aan om al uw bagage en persoonlijke bezittingen mee te nemen… uw krant, paraplu, slechte gewoonten, schuldgevoel, geheimen, gevoelens van waardeloosheid, frustraties, angsten en spijt. We hopen dat u een prettige rit heeft gehad met ons en we wensen u een voorspoedige reis.”

Braaf pak ik al m’n spullen bij elkaar. Ik ben niets kwijt. Ik laat niets liggen. Goed gedaan! Mijn handen zijn te vol om de deur te openen, of om te zwaaien of te groeten, maar ik ben trots dat ik alles kan dragen zonder iets te verliezen. En zo voeg ik me in de mensenmassa met als enige doel om me van A naar B te verplaatsen zonder iets te laten vallen. Ik realiseer me dat ik het niet lang meer volhou… al die bagage in m’n eentje te sjouwen. Dus ik haast me zonder op of om te kijken… en daar gebeurt het: ik bots! Alsof ik tegen ‘n muur op loop. Met ‘n zwier vliegt al m’n bagage door de lucht, mijn tas barst open als ie op de grond valt en mijn hele leven ligt verspreid over de straat.

Ik kijk op…vol met schaamte…en ik kijk JOU recht in je gezicht. Jouw blik is vol kalmte en geduld. Ik wil je vol in je gezicht slaan. “Jij ziet er uit alsof je je handen vol hebt”, zeg jij. Ja, het is allemaal van mij, antwoord ik je, en door jou heb ik t laten vallen. “Dat weet ik, zeg jij, het ziet er zwaar uit. Waarom laat je het hier niet gewoon liggen? Ja maar ik heb ‘t nodig, antwoord ik. Oh...echt? vraag je, heb je het echt nodig? Ik wil alles weer bij elkaar rapen en me er achter verbergen. Ik voel me naakt – kwetsbaar, zo hier te staan, met lege handen. Ik ben mezelf niet.

Ik begin de boel te verzamelen. Maar ik kan ‘t niet. Ik ben te moe. “Ik zorg er wel voor, zeg jij. Ga maar…’t geeft niet. Laat alles maar hier bij mij. Ik beloof je dat ‘t in goede handen is”.
Ik aarzel. Ik doe ‘n stap vooruit, licht in m’n hoofd maar opeens ook lichter in m’n hart. Ik wandel verder, ik zwaai m’n armen langs m’n lijf, ik zweef haast. En als ik omkijk . als ik omkijk is alles weg. Ik kijk vooruit en de weg ligt open.
Ik ben m’n spullen kwijt…maar ikzelf ben gevonden..

Lezing Marcus 10: 13 – 27

Wat heb je nodig?

Deze vraag was uitgangspunt in de voorbereiding voor deze zondag, met de kliederkerk, met de kinderen en voor ons hier, in het kader van Groene zondag. Wat heb je nodig, wat heb je werkelijk nodig en wat niet? Het eerste beeld dat daarbij onmiddellijk bij mij boven komt is wanneer je terugkomt van vakantie en je thuis weer even opvalt welke enorme hoeveelheid spullen je hebt. Nadat je twee weken met relatief weinig je prima hebt gered, komt een heel huis met spul je weer tegemoet en dan vraag je je wel eens af: heb ik dat nu werkelijk allemaal nodig? En toch went het ook weer vreselijk snel.

Wat heb je nodig? Wat heb je werkelijk nodig? Soms moet er even iets ongewoons of anders gebeuren, om daar weer even bij te komen. Je wordt ziek en beseft hoe zeer je het nodig hebt gezond te zijn, iemand die je lief is is een poos weg en je beseft, hoe zeer je de aanwezigheid van diegene nodig hebt, of van vrienden, die je goed kennen, je gaat maar door met werk, verplichtingen, zorgen. Pas als je even stilstaat, merk je hoezeer je rust, stilte, tijd voor jezelf nodig hebt, of muziek, mooie muziek, maken of luisteren, als je er een tijd niet aan toe gekomen bent, kun je bijna vergeten wat dat met een mens doet, hoezeer het je op een andere manier aanspreekt. Of misschien is het de natuur, kunst, of vul zelf maar aan.

Wat heb je nodig, wat heb je werkelijk nodig? Wat blijft uiteindelijk overeind, wat blijft bestaan, wat is duurzaam, als al het andere weg zou moeten? De kinderen en ouders in de ruimte hiernaast zullen op ballonnen dingen van waarde schrijven en dan moeten ze kiezen, welke ballon ze doorprikken, wat moet blijven? Wat is blijvend? Soms helpt het om daar voor jezelf weer eens over na te denken.

Gods nieuwe wereld

In onze lezingen van vandaag gaat het ook over wat duurzaam is, wat uiteindelijk blijft en dat is in de Bijbel Gods nieuwe wereld, zoals het in de Bijbel in Gewone Taal wordt genoemd of het Koninkrijk van God, zoals het ook genoemd wordt.
Wat er ook gebeurt in onze wereld, hoe lang het ook duurt, uiteindelijk gaat het daarnaar toe, naar die duurzame toekomst, dat is altijd weer de hoopgevende boodschap in bijbelverhalen, wat we daar zelf ook van denken ja of nee. En soms is het er al even waar mensen zich er hier en nu aan verbinden, er open voor staan, er aan willen werken. Onze wereld op z'n best mogelijke manier, waarin genoeg is voor allen, een wereld gebouwd op waarden die ook in het kunstwerk van Maarke worden gebruikt, compassie, vergeving, liefde.

Het Koninkrijk van God is onder u, het is dichtbij, zegt Jezus, het is binnen handbereik, voor wie zijn ogen ervoor wil openen. Wat heb je daarvoor nodig? Welke houding heb je nodig voor dat Koninkrijk van God? Je zou kunnen zeggen dat Jezus dat de leerlingen en ons telkens weer probeert uit te leggen, duidelijk te maken, in woorden en ontmoetingen onderweg.
Vandaag hebben we gelezen van twee van die ontmoetingen, met de kinderen die bij Jezus komen en de rijke jongeling, beide bekende verhalen. Meestal worden ze apart van elkaar gelezen, als twee op zichzelf staande verhalen, maar wat gebeurt er nu als je ze naast elkaar zet, als je ze met elkaar vergelijkt, dan ineens vertonen ze wonderlijke gelijkenissen, alsof ze aan elkaar gespiegeld worden. Kijk maar eens mee.

Spiegelverhalen

1)
Als de kinderen bij Jezus komen, zeggen de leerlingen dat voor hen niet Gods nieuwe wereld is, maar Jezus reageert dan verontwaardigd: voor hen juist wel! Zij gaan voorop!
In het verhaal met de rijke is het precies andersom, het koninkrijk van God is niet voor de rijke, of het is in elk geval moeilijk, zegt Jezus, waarop de leerlingen reageren: maar als het niet voor hem is, voor wie dan wel?

2)
in het eerste verhaal is het Jezus die ontvlamt als de kinderen worden weggestuurd, in het tweede verhaal zijn het leerlingen die hevig ontdaan zijn als de jongeling bedroefd heen gaat.

3)
Tegen de kinderen zegt Jezus: laat ze maar bij me komen, terwijl hij tegen de rijke zegt: ga eerst maar eens heen om dan later nog eens terug te komen.

4)
De kinderen worden de handen opgelegd, ze worden aangeraakt en gezegend door Jezus, het is dichtbij, gelijkwaardig, terwijl de jongeling juist afstand creëert met zijn knieval, er ontstaat een hiërarchie, een verschil, hij houdt ook zelf de regie, dat ook.

5)
Bij de kinderen is er een onvoorwaardelijke houding, zonder iets te hoeven doen, wordt hen de handen opgelegd, worden ze gezegend en ontvangen. Bij de ontmoeting met de jongeling wordt juist voorwaarde gesteld aan wat hij moet doen, een haast onhaalbare opdracht, voordat hij werkelijk bij Jezus kan komen.

6) En tot slot, de kinderen, ze worden gebracht aan de hand van hun moeders, ze worden omarmd, ze worden gezegend, ze zijn nog niet zelfstandig, daarentegen ligt bij de jongeling alle nadruk op zijn zelfstandigheid, wat hij kan, wat hij presteert. Wat moet ik doen, vraagt hij, en hij somt op wat hij al gedaan heeft.

Twee ontmoetingen met Jezus, met het Koninkrijk van God, met Gods nieuwe wereld, de leerlingen krijgen bijna aanschouwelijk onderwijs, het gebeurt voor hun ogen. De kinderen en de jongeling, het zijn twee uitersten, ze zijn zo mooi aan elkaar gespiegeld dat de evangelist daar uiteindelijk wel een bedoeling mee moet hebben gehad.
Je zou kunnen zeggen dat de kinderen en de jongeling de weg verbeelden die we afleggen, van onmondig, aangewezen op anderen, nog open en ontvankelijk naar mondig, verantwoordelijk, zelfstandig, met alles wat we daarbij in het leven verwerven aan bezit, prestaties, inzichten en wat zo nog meer.
Er valt op de jongeling niets aan te merken, hij heeft alle geboden onderhouden en meer nog, zelfs, en toch heeft hij zelf het gevoel dat hem iets ontbreekt, dat het niet genoeg is.
Alsof hij in ontmoeting met Jezus ook merkt dat al zijn verworvenheden, al zijn bezit, alles wat hem tot een rechtvaardig, self-made man maakt in de ogen van de wereld er bij Jezus niet toe doet, of uiteindelijk niet datgene is wat hem bij het "echte" leven brengt, leven met eeuwigheidswaarde. Zoals je je zelf soms kunt afvragen met alle verworvenheden in het leven, wat er nu uiteindelijk echt toe doet, wat je echt vervult, wat echt zin geeft.
Wat moet ik doen, vraagt de jongeling, hij wil zelf nog een stap verder zetten, en daarbij de regie voeren, de grip houden maar Jezus geeft hem dan juist de moeilijkste opdracht, laat alles los, geef alles prijs en kom en volg mij.
Durft de jongeling zich eraan over te geven of niet, dat is eigenlijk de vraag. Durft hij alles wat hij heeft opgebouwd, waar hij zichzelf een positie mee heeft verworven, waar hij zijn beeld van zichzelf op heeft gebouwd, durft hij dat los te laten?

Als een kind en als een rijke…

In het leven en ook in geloven, zo laten deze twee ontmoetingen zien, ga je de weg van volwassen worden, verantwoordelijk zijn, je plek innemen. Maar dat ben je nooit alleen maar, nooit helemaal als mens, er blijft ook altijd dat verlangen naar het zijn-als-een-kind, naar de onvoorwaardelijke omhelzing, naar even niets hoeven weten, naar niet op eigen benen hoeven staan.

Als Jezus zegt dat je moet worden als een kind om het Koninkrijk van God binnen te gaan, dan betekent dat niet een stap terug, maar eerder misschien in het licht van Gods nieuwe wereld, een stap verder. Dat je ook op zekere momenten in je leven je durft over te geven, kwetsbaar durft te zijn ook en te vertrouwen, jezelf durft los te laten en alles wat je hebt opgebouwd, al je zelfredzaamheid, al je mondigheid. Er zijn momenten dat je moet durven overgeven aan die omhelzing, in plaats van een knieval te maken en afstand te houden. Meer dan over opgeven van bezit of rijkdom of alles wegschenken gaat die ontmoeting van Jezus met de jongeling dus over kwetsbaar durven zijn, weerloos als een kind bij God durven zijn, jezelf los zien van al je verworvenheden en weten dat je ook dan gezegend bent, omarmd wordt, dichtbij mag komen.

Omhelzing

Geloven, dicht bij God komen, heeft ook altijd wel iets van zo'n sprong, zo'n waagstuk, het laatste stukje kun je zelf niet doen, maar is een daad van vertrouwen, je overgeven, zoals je je overgeeft aan een omhelzing. Dat heb je uiteindelijk nodig, in dat licht van het Koninkrijk van God, en dat wordt prachtig zichtbaar in die spiegel van die twee ontmoetingen.

Wat kan ik er verder nog over zeggen? Het is niet zozeer een verhaal waaruit een concrete aanwijzing voor het leven van alledag te halen is, eerder een spiegel die ons voorhoudt hoe we bij God, bij Jezus mogen komen en hoe we onszelf daarin soms ook in de weg zitten, hoe we eerder teveel van onszelf daarin mee nemen, eisen, opleggen, voorwaardes stellen dan te weinig, en hoe dicht we er eigenlijk al bij zijn als we open en ontvankelijk durven zijn als een kind.
Dat is het enige wat we nodig hebben.

Amen