Logo van de kerk
Home / Dominee / Overdenking

Overdenking

Eerder gehouden overwegingen vindt u hier

Inleidende woorden

Een maand of wat terug werd de Britse schrijfster Karen Armstrong geïnterviewd in Trouw over haar laatste boek. Dat gaat over religieuze geschriften, over heilige teksten en hun gebruik, over o.a. de Bijbel dus. En één van de vragen die in dat interview aan haar gesteld werd was: ‘Helpen de religieuze geschriften ons vooruit?’ “Niet per se” antwoordde ze. “Het is wat je er zelf mee doet. We moeten het kwaad in die teksten herkennen zoals we dat ook in onszelf moeten herkennen. Want we hebben die conflicten tussen goed en kwaad ook in onszelf. Daarom kunnen die teksten ook zo makkelijk worden misbruikt.”

Ik moest eraan denken nu we drie keer stilstaan bij een ‘lastig verhaal‘ uit de Bijbel, drie teksten die zijn aangereikt voor een preekwedstrijd van deze zomer, verhalen die zich niet zomaar gewonnen geven en ons niet per se vooruit helpen dus. Verhalen die ook kwetsbaar zijn voor misbruik, om kwaad mee te doen, maar ook verhalen die spannend zijn om over na te denken, je uitdagen ook, wakker schudden.
Vandaag dus een lastig verhaal, een verhaal uit Handelingen,

Overweging 18 augustus 2019

Lezing Handelingen 4: 32 t/m 5: 11

Ongewone dominee, ongewone gewoontes…

Ik heb u wel eens eerder iets verteld over deze dominee, Nadia Bolz Weber.
Alleen al aan haar uiterlijk kun je zien een ongewone dominee, toevallig was ze gisteren voor het eerst in Nederland op het Gracelandfestival, ze is Luthers dominee in Denver, waar ze een gemeente oprichtte in 2008 met de prachtige naam House for all sinners en saints, oftewel huis voor alle zondaars en heiligen. Een ongewone dominee, met ongewone gewoontes. Eén daarvan, daar vertelt ze over in haar boek Vrijspraak voor losers, is dat ze zodra nieuwe mensen zich aansluiten bij haar gemeente, en zij ze verwelkomt, dat ze dan meteen al aankondigt dat er een punt komt dat het House for all hen tegen gaat vallen, je zult een keer worden teleurgesteld of gekwetst, zo vertelt ze de nieuwe mensen die ze verwelkomt.

En dan moedig ik ze aan, zo vertelt Bolz- Weber,
om nu alvast vóórdat dat gebeurt,
te besluiten of ze zullen blijven nádat het gebeurd is.

(uit: Vrijspraak voor losers, N. Bolz-Weber)

Ze voegt er nog iets heel moois aan toe, wat ik nu nog even voor later bewaar, maar ik vond alleen de gedachte al om mensen te verwelkomen zoals zij dat doet in haar eigen gemeente, verrassend en ook een beetje verwarrend. Stel je voor dat er nieuwe mensen in onze gemeente komen en één van de eerste dingen die we gaan zeggen is: nou, er komt een punt dat onze gemeente je tegenvalt, de mensen, de dominee, de diensten, de activiteiten. Er komt een punt dat je teleurgesteld zal zijn.

Mmmhhh…zou u dat doen? Zoals zij dat doet? Niet zo snel toch? Ik zou toch eerder het positieve, het goede, het mooie voor het voetlicht willen brengen, ook al weet ik best dat er in iedere gemeente wat is, dat er overal wel wat gebeurt en niemand perfect is, ook hier niet, ook wij allemaal, u en ik niet. Maar toch he… om dat al zo aan het begin te benoemen… zeker niet als mensen enthousiast zijn over hoe het hier aan toegaat, als ze zich welkom voelen, als ze het naar de zin hebben.

Als Lucas vertelt in Handelingen over de eerste gemeente, dan is dat geweldig, dan gaat daar wat van uit, een kracht, een uitstraling, een gevoel van: daar zou ik bij willen horen, u heeft het vast gehoord: mensen die één van hart en ziel zijn, niemand die bezitterig is, niemand die gebrek lijdt, want ze hebben alles samen en ieder krijgt wat hij of zij nodig heeft. Het roept een paradijselijke toestand op, geen wanklank, geen afgunst, geen verdeeldheid maar één van hart en ziel! Prachtig! Kom er maar eens om.
In die tijd kende men bij de Grieken wel het ideaal één van ziel te zijn met vrienden en te delen wat je had, niet bezitterig te zijn, maar dat deed je voor de zekerheid toch met gelijkgestemden, mensen van gelijke status, van gelijk bezit, want dan wist je zeker dat je ook wat terug kon verwachten. Maar in die Jezus-beweging gaat men nog een stapje verder en deelt iedereen met elkaar, ongeacht rang, afkomst of status en toch is er niemand die behoeftig is.
Neem nou Barnabas, zoon van de bemoediging, hij verkoopt zomaar zijn land en legt de hele opbrengst aan de voeten neer van de apostelen. Genade, grote genade is dat, zo noemt Lucas het in het verhaal.

Te mooi om waar te zijn

Is er dan bij u ook zo’n stemmetje in uw achterhoofd dat zachtjesaan begint te protesteren? Dat vraagt; ja, maar dit kan toch niet? Hoe lang gaat dit zo duren? Dit is toch te mooi om waar te zijn? Het is een mooi verhaal over die eerste gemeente, maar zo is het gewoon niet, zo werkt het gewoon niet, dat is een illusie, zo gemeente zijn, toen misschien maar nu zeker niet meer. Je voorvoelt bijna al dat het anders gaat worden.

Er wordt gezegd dat dit verhaal in Handelingen een spiegelverhaal is van de eerste verhalen uit het boek Genesis, zoals in de tuin van Eden een (mini)gemeenschap is, waar niemand iets tekort komt, waar ze één van hart en ziel zijn, een paradijselijke situatie, zo begint met de Opgestane Jezus, met de Geest de schepping opnieuw, opnieuw een gemeenschap van mensen waar iedereen en alles tot zijn recht komt en niemand wat tekort. Maar het is alsof de duivel er mee speelt, je weet niet hoe, en waarom en waarvandaan in vredesnaam, ineens beginnen er scheuren en barsten te ontstaan in het mooie plaatje, ineens is daar een slang, een woordspel, een zeker man, een zekere vrouw, die samenwerken, die samenspannen en er is geen houden meer aan…de rot zit in de appel…

U heeft gehoord wat Ananias doet, wat Saffira doet en het is makkelijk om hen te veroordelen, of verontwaardigd te zijn over wat ze doen, of te moraliseren, waarom moest Ananias nu ook zo nodig zijn akker verkopen en het geld aan de voeten van de apostelen leggen? Is het omdat hij niet achter wil blijven bij Barnabas? Wil hij ook goede sier maken? En waarom dan toch een deel van het geld achterhouden? Waar is het je dan om te doen? Vertrouwt Ananias het toch niet helemaal? Dat er ook voor hem gezorgd zal worden in alles wat hij nodig heeft? En waarom zegt Saffira niet gewoon waar het op staat als Petrus er naar vraagt?

Waarom zeggen Adam en Eva het niet gewoon als God vraagt of ze van de vrucht hebben gegeten? Waarom verbergen ze zich achter het gebladerte zoals Ananias en Saffira zich verbergen achter schone schijn? Dat had toch allemaal niet gehoeven, zoals Petrus zegt, je was vrij om je bezit te houden, of om het uit handen te geven aan de gemeenschap, er was geen dwang, geen verplichting. Belangrijker is de echtheid van je handelen, één van hart en ziel zijn, geen verborgen agenda’s.

Net als bij het verhaal over de eerste mensen, ontstaan er in dit verhaal over de eerste gemeente al binnen een mum van tijd scheuren en barsten in het mooie plaatje, over het waarom gaat het niet in de Bijbel, meer dat het gewoon zo is, dat gewoon zo werkt. Om met Nadia Bolz Weber te zeggen: er komt een moment dat het zal tegenvallen, dat je teleurgesteld wordt, zo is het gewoon, en je moet nu alvast besluiten of je vóórdat het gebeurt na die tijd nog zult blijven.

Dat het tegenvalt in de kerk, dat je soms teleurgesteld bent in hoe het gaat, in de mensen, in de dominee, in wat er gebeurt, die ervaring kennen we allemaal wel, de een wat meer dan de ander, zo vermoed ik. Niets grijpt vaak zo diep in als dat er een conflict is, wat ook nog in de kerk is, of wat ook nog met iemand van je eigen gemeente is. Je zou toch zeggen dat in de kerk… of je zou toch denken dat wanneer je naar de kerk gaat, dan… of juist nu als je gelooft, dan zou je toch niet verwachten dat… en dat soort opmerkingen meer kunnen dan vallen als het hier over gaat. Soms komen mensen er jaren niet om in de kerk, of keren de kerk voorgoed de rug toe, de pijn zit te diep, men is te gekwetst, te teleurgesteld. Je kunt daar eigenlijk niet in algemeenheden over praten of oordelen, alleen elk afzonderlijk verhaal kan recht worden gedaan, elk afzonderlijk mens.

Niet alleen maar verlies

Maar toch valt er wel iets over te zeggen. Zoals door Bonhoeffer die zegt dat daar waar onze idealen in de gemeente stuk vallen, waar er barsten komen in onze gemeenschap, waar we niet zelf alles hoog kunnen houden wat we willen, waar we van dromen, juist dan krijgt Gods Geest de kans om door die kieren en scheuren en barsten te gaan werken.

Zoiets zegt Nadia Bolz Weber ook in het vervolg van haar verhaal:
Je moet voordat er iets gebeurt, besluiten
of je blijft of weggaat, als er iets gebeurt,
maar als je weggaat, dan zul je missen hoe Gods genade komt
en de barsten van onze gebrokenheid vult.
En dat is te mooi om te missen.

(uit: Vrijspraak voor losers, N. Bolz - Weber)

En tot slot Tomas Halik die het als een volwassenwording van je geloof beschouwt, als je blijft ook al zie je de barsten en breuken van de kerk, de feilbaarheid van een gemeente, dan blijven, dat is een rijping van je geloof, zegt hij.
Wat ze alle drie op hun eigen manier zeggen is dat het niet alleen maar verlies is, als je met je neus op de barsten en breuken van de kerk wordt gedrukt, of van de gemeente en haar mensen, er kan dus blijkbaar ook iets gebeuren, als je het dan toch volhoudt, als je erbij blijft, doorgaat…

Door de kieren, barsten en breuken heen…

Het is een vreemd en bizar, ja met recht lastig verhaal, dat van Ananias en Saffira, een verhaal dat zich niet zomaar gewonnen geeft en waar je ook niet helemaal uitkomt, althans ik niet, voor dat doodvallen van hen beide kan ik geen bevredigend antwoord vinden, maar als het verhaal ergens voor staat, als het ergens over gaat, dan is het voor mij dit, dat het een troost is, zoals het verteld wordt, dat zoals bij de eerste mensen de barsten en breuken binnen een paar bladzijdes al zichtbaar worden, en God toch doorgaat en erbij blijft, dat ook bij de eerste gemeente binnen een paar bladzijdes de eerste scheuren al zichtbaar worden, en God, de Geest toch doorgaat en erbij blijft. En dat we daar ook wel op mogen vertrouwen in ons eigen leven, dat God erbij blijft en met ons doorgaat, ondanks onze barsten en breuken, dat zelfs daarin wel iets van genade zichtbaar wordt, van liefde, van licht.

Zoals Leonard Cohen zingt: there’s a crack, a crack in everything, that’s how the light gets in.

Amen.