Logo van de kerk
Home / Dominee / Overdenking

Overdenking

Eerder gehouden overwegingen vindt u hier

Overweging 29 november 2020

Lezing Psalm 91

Geliefde mensen van God,
gemeente van Christus,

De eerste keer dat een engel van betekenis mijn leven binnenkwam was toen ik net zwanger was van onze eerste. Ik was toen met een groep van mijn vorige gemeente een weekend in het klooster en in het winkeltje van dat klooster werden kleine bronzen beeldjes verkocht van een engel die een kindje omvleugelt. Ik kocht het meteen omdat ik toen al het gevoel had dat dat prille leven iets van bescherming nodig had, meer dan ik ooit zou kunnen geven. Een engel die hoe dan ook bij hem zou blijven.

Dominee Gert Marchal trouwde ooit in 1974 mijn ouders. Het was zijn eerste gemeente destijds en hij maakte grote indruk, vooral op mijn vader, nog steeds. Al toen ik kind was vertelde mijn vader hoe hij er heilig van overtuigd was dat als er engelen bestaan, dat dominee Marchal er eentje van was. Als Marchal dan weer een keer in zijn oude gemeente kwam preken, bekeek ik hem als kind altijd aandachtig, speurend of ik iets bijzonders kon ontdekken.

Zomaar twee kleine, persoonlijke ervaringen die bij mij boven komen als ik in aan engelen denk in verbinding met mijn eigen leven. Zoals u, zoals jij dat waarschijnlijk ook hebt, als je dat bij jezelf nagaat. Misschien maar iets heel kleins, of juist misschien een heel bijzondere ervaring, wat het ook is, ik denk dat er bij iedereen wel iets naar boven komt.

lWat het geloven aangaat is het altijd belangrijk te beginnen bij het geleefde leven, bij de eigen ervaring, maar misschien geldt dat voor vandaag, als het om engelen gaat des te meer. Om eerst maar eens vrij te denken, associëren, en onze verbeeldingskracht de vrije loop te laten. Anselm Grün, de Duitse benedictijner monnik en schrijver, zegt het mooi: Al het spreken over engelen vraagt om de ruimte van de fantasie en de creativiteit. Het vraagt om de ruimte van het vertrouwen. Niet voor niets worden engelen met vleugels afgebeeld, voor je ze kunt grijpen, vliegen ze weg. Je kunt alleen “zwevend” over ze spreken.

Toen ik laatst geïnterviewd werd over de engelenjacht in Zuidwolde, was het een harde landing toen de journalist na een mooi gesprek vroeg: En, bestaan ze echt? Alsof dat de laatste beslissende vraag was, het definitieve eindoordeel over alles wat we daarvoor hadden besproken, waarin het ging over de betekenis, de werkingskracht en de verbeelding die engelen oproepen.

Ook voor vanmorgen stel ik daarom voor, die vraag naar écht bestaan of niet, wat dat ook maar precies mag betekenen, op te schorten en uit te gaan van de verhalen, de ervaringen die er écht zijn en betekenisvol voor mensen, verhalen aangereikt vanuit de Bijbel en vanuit het geleefde leven en daarmee op onderzoek uit te gaan, ons daardoor te laten inspireren.
Daarom lazen we vanmorgen uit Psalm 91, met daarin die woorden over de engelen die je behoeden en over je waken, waar je ook gaat. Het is de psalm, de tekst die de duivel gebruikt om Jezus te verleiden zich van de tempel te laten vallen, want… er zullen toch engelen zijn die je dragen en ervoor zullen zorgen dat je je voet aan geen steen zult stoten?
Zo plat, zo gemakkelijk laten engelen zich niet inschakelen, als vangnet voor al onze valpartijen, zo laat Jezus meteen al merken, hoe graag we dat soms ook zouden willen. En toch… engelen zendt Hij alle dagen… om je te bewaren op al je wegen, om je op hun handpalmen te dragen…

De psalm ontstond in een situatie waarin het volk Israël in nood verkeerde. Wat er precies aan de hand was, is niet te achterhalen maar het volk voelt zich als een vogel die zomaar in het klapnet van de vanger terecht kan komen, de psalm spreekt van de verschrikking van de nacht, van de pijl die overdag rondvliegt, de pest die rondwaart in het donker en duizenden doden maakt. Temidden van die situatie, die donkerte komt het volk naar de tempel om te vieren, te bidden, te danken, om te luisteren naar een woord dat hen optilt en dan wordt er gelezen en gezongen: Wie in de schaduw Gods mag wonen, hoeft niet te vrezen voor de dood.

Deze woorden klinken, niet om eenvoudig weg te kijken bij wat er aan de hand is, niet om de mensen te sussen, of een goedkope troost voor te houden. Toen iemand mij laatst bevroeg over deze tijd, de corona en geloven, probeerde ik al zoekend naar woorden iets over te zeggen en diegene schreef daarna al samenvattend dat geloof voor afleiding zorgt in deze tijd. Nee, mailde ik hem terug, dat is het juist niet, maar misschien moet je zeggen dat geloven, woorden van God, of hoe je het ook noemt de gesloten situatie weer openbreken, iets van lucht, adem en licht geven tegenover alles wat we om ons heen zien aan afbraak, verlies en verdriet. Midden in die situatie klinkt een woord dat openbreekt, optilt, verruimt.
Zo klonken die woorden van de psalm toen ooit en zo klinken ze nu. Wie in de schaduw Gods mag wonen… Waar anders haalde die psalmist de moed vandaan om deze woorden te schrijven? De feiten, de werkelijkheid om hem heen gaf er geen enkele aanleiding toe.

En toch… Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat. Leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang vermorzelen. Anselm Grün schrijft in zijn boekje “Ieder zijn engel ” over deze psalm hoe de engel temidden van de leeuwenkuilen in ons leven en de vergiftigende omstandigheden die er altijd en overal zijn hoe de engel er ons aan herinnert dat die donkere ervaringen nooit het laatste woord hebben, dat in onszelf een innerlijke ruimte is die deze engel bewaart en behoedt, waar alle aanvallen van buitenaf nooit kunnen komen. Dus wie terugblikt op zijn leven, en daarin alleen het moeizame ziet, die zal ook op zoek moeten gaan naar de engelensporen die er ook zijn.
En misschien denken we bij engelen al te gauw aan het buitengewone, aan datgene dat tegen de natuurwetten ingaat, ik zou eerder zeggen dat ze eerder in het bijzondere gewone te vinden zijn en in de manier van kijken naar dat bijzondere gewone en wat je daarin ziet, ontdekt, wat er doorheen schijnt.

Colette Miller, kunstenares, begon in 2012 met haar Angel Wings project.
Over de hele wereld schildert en fotografeert ze mensen met engelenvleugels.Vooral bij die foto, bij die kinderen die naar hun met vleugels getooide vader kijken daar zie je het gebeuren. Hoe anders ze even naar hun ‘gewone’ papa kijken.
Miller schrijft op haar website hoe de vleugels, ook al heeft zij ze gemaakt, niet van haar zijn maar van iedereen en voor iedereen en je beseft hoe de mensen na de foto weer wegliepen uit beeld en de vleugels achterlaten voor een ander om voor te gaan staan.
Ja, en durf je dat? Daar te gaan staan, of een ander daar neer zetten, met vleugels, licht, vrolijk.

Een laatste citaat wil ik u vanmorgen meegeven van de schrijver Gilbert K. Chesterton, de naam mag u meteen weer vergeten maar wat hij schrijft niet. Volgens hem houden engelen de lichte kant van het geloof in ere. Hun fragiliteit is hun kracht: ze kunnen omhoog. Hij vertaalt dat naar de ziel van de mens: Trots, zo schrijft Chesterton, sleept alle dingen neerwaarts in een zelfvoldane plechtigheid. Iemand strijkt neer in een zelfvoldane ernst; maar iemand moet opstijgen naar een vrolijke zelfvergetelheid. Het is gemakkelijk om zwaar te zijn, maar moeilijk om licht te zijn.

Het is gemakkelijk om zwaar te zijn, moeilijk om licht te zijn.
Een mooie oefening voor ons allen in deze donkere dagen!

Amen