Logo van de kerk
Home / Dominee / Overdenking

Overdenking

Overweging 22 april 2018

.Lezing: Hebreeën 11

Verborgen verleden

Het is al een tijdje niet meer te zien op tv, maar een programma waar ik een tijdlang echt een beetje aan verslingerd was, is het programma Verborgen Verleden. Ik weet niet of u het kent maar in dat programma gaan bekende Nederlanders op zoek naar de verhalen over hun voorgeslacht, wie waren ze, wat deden ze, waar kwamen ze vandaan. Ze ontdekten door dat programma zogezegd hun verborgen verleden. Niet alleen leverde dat hele prachtige verhalen op, over gewone mensen die bijzondere dingen deden of juist lijnen naar bekende personen uit de geschiedenis, maar vooral vond ik het altijd heel mooi om te zien hoe al die verhalen uit het verleden ook werkelijk iets deden met de bekende Nederlander in kwestie. Hoe ze er werkelijk door geraakt werden, soms tot hun eigen verrassing. Hoe het hen houvast gaf voor het hier en nu, hoe het hen richting gaf voor hoe ze zelf wilden leven.

Zo was er de zanger van Normaal, Bennie Jolink, die zich dóór zijn zoektocht, verzoende met het feit dat hij nogal honkvast was, want zo bleek, niemand uit zijn familie was ooit verder dan een kilometer of tien weggetrokken van het dorp waar hij nog steeds woonde. Behalve één, die wel dapper de IJssel was overgestoken, maar na drie jaar alweer was teruggekeerd.
Of zo was er de acteur Nasrdin Dchar, die zich door zijn zoektocht gesterkt voelde om verhalen te blijven vertellen in het theater omdat hij erachter kwam dat zijn voorgeslacht vol verhalenvertellers zat. En weer anderen waardeerden veel meer de kansen en vrijheid die ze nu hadden, waar voorouders zo hard voor gestreden hadden. Of het gaf sommigen een zekere rust te weten waar je vandaan kwam, een gevoel van herkenning, van erbij horen, je thuis voelen. Verhalen over mensen uit een ver verleden, waarmee je je toch hier en nu verbonden weet, ja meer nog, die je leven richting kunnen geven en hoop en moed. Zoiets overkwam de mensen die meededen aan dat programma Verborgen Verleden. Ik moest er aan denken bij de tekst die we zojuist uit de Bijbel lazen.

Mensen van vlees en bloed

Paulus schrijft een brief aan mensen die nog maar pas een christelijke gemeente met elkaar vormen in een wereld, in een tijd waarin het niet vanzelfsprekend is om te geloven. De mensen aan wie hij schrijft hebben best een stap gezet door zich aan te sluiten bij die groep die zich christenen noemt en het voelt misschien nog onwennig voor hen, vreemd. Misschien zijn ze er nog onzeker over of dit nu werkelijk de weg is die ze zullen gaan, of dit bij hen hoort, en past.
Aan die mensen – en misschien zouden wij het net zo goed kunnen zijn – schrijft Paulus een brief, een brief om hen te bemoedigen, hen een hart onder de riem te steken dat ze op de goede weg zijn. En dan begint hij in dat hoofdstuk dat we lazen in die eerste verzen te schrijven over geloof.

Geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen,
het overtuigt ons van de waarheid van we niet zien

Een beetje mysterieus klinkende woorden, die je wel een paar keer moet overlezen voordat je een beetje begint te begrijpen wat er staat, ik kom daar straks nog even op terug, maar het lijkt in elk geval op het eerste gezicht logisch wat Paulus doet, dat hij schrijft over geloof, over geloven, want daar gaat het over. Daar hoort het over te gaan in de Bijbel, in een kerk, in een gemeente, daar heb je het over geloof.
Maar wat is dat dan precies? Wat houdt dat dan in? We spraken daar ook over in een van de eerste bijeenkomsten met de groep, wat is geloof, geloven, in het algemeen en voor jou persoonlijk? En wanneer geloof je nu eigenlijk echt? Of goed genoeg? Of zó dat je het aandurft belijdenis te doen? Is daar iets over te zeggen?

Paulus zet een verrassende stap in zijn brief, een hele betekenisvolle stap, als je erover nadenkt. Na zijn eerste openingsverzen over geloof, geloven, begint hij met het vertellen van verhalen. Hij begint met het in herinnering roepen van levensverhalen van mensen, echte mensen van vlees en bloed, geen heiligen, geen helden, maar mensen met al hun kracht en kwetsbaarheid, zoals jij en ik.
Paulus begint niet met een hele verhandeling in zijn brief over als je gelooft, wat je dan moet geloven, hoe het zit, wat mag en niet mag, nee, hij begint met verhalen over echte mensen. Alsof hij wil zeggen: wanneer je wilt ontdekken wat geloof, wat geloven is, wat het betekent, waar het je kan brengen, luister dan eerst eens naar deze verhalen, naar deze levensverhalen. Hoe geloven voor hen was, wat het hen bracht, wat uiteindelijk voor hen de rode draad was. Alsof Paulus voor die eerste christenen daar aan wie hij schrijft hun verborgen verleden onthult. Om maar te zeggen, hier hoor je bij, hier kom je vandaan, in deze lange rij mag je invoegen.

Dat hij met concrete levensverhalen begint, dat past denk ik heel goed bij hoe het ons nog steeds vergaat met geloven. Want dat begint, als je er goed over nadenkt, toch heel vaak bij iemand in je omgeving. Ik denk dat iedereen wel zo iemand voor ogen kan halen, iemand die voor jou een voorbeeld is, een mens van vlees en bloed, door wie je geloven, geloof hebt leren kennen. En dan niet zozeer de inhoud, de theorie maar vooral wat het voor die persoon betekende, hoe hij of zij ermee omging, welke uitwerking het had. Iemand in je familie, iemand die je op je weg ontmoet hebt, iemand uit de kerk, wie dan ook, maar in elk geval iemand van wie je dacht: als dát geloven is, als dát het is wat het voor een mens kan betekenen, dan word ik daar nieuwsgierig naar, dan zou ik daar wel meer van willen weten. Dan wil ik wel onderzoeken of dat ook bij mij zou kunnen horen, of ik me daar bij thuis zou kunnen voelen. Zoals iemand treffend zei: Geloof is eerder de vrucht van een ontmoeting van mens tot mens, dan de uitkomst van een redenering.

Erbij horen

Hoort het bij mij, geloof, geloven, God, de kerk en alles wat er bij komt? Het was een vraag die eigenlijk voortdurend op de achtergrond meespeelde in al onze gesprekken in de afgelopen tijd. Voel ik me erbij thuis, en zo ja, hoe dan, hoe kan ik mijn plek daarin vinden, hoe kan ik mezelf daarin blijven en me tegelijkertijd verbinden met het grotere geheel? Het mooie om te zien was hoe de groep langzaamaan ontdekte hoe het eigenlijk misschien al meer bij hen hoorde, dan ze hadden gedacht. Hoe er al meer geloof in hen leefde, dan ze hadden gedacht, alsof er een verborgen verleden onthuld werd, dat er al was, maar dat ze nu pas zagen. Er moesten misschien vooral lagen afgepeld worden van eisen, verwachtingen en beelden die er waren. Zo van: als je gelooft, moet je de Bijbel veel beter kennen dan ik dat nu ken. Of als je gelooft, dan moet je wel weten hoe het zit, of moet je een sterker geloof hebben dan nu.
En tegelijkertijd werden er gedurende het hele traject concrete stappen gezet, zoeken naar een vorm van bidden die bij een ieder paste, persoonlijker omgaan met de bijbelverhalen die werden gelezen, je vrijer voelen ten opzichte van anderen.
Om het nog anders te zeggen: het was mooi om te zien hoe langzaamaan ontdekt werd hoe jullie eigenlijk al veel meer bij God hoorden dan je vooraf gedacht had. Het was er al, of beter gezegd, Hij was er al. De verbinding was er van God uit al, wachtend op het moment totdat jij er volmondig ja op zou zeggen.

Nog weer even terug naar de brief van Paulus. Als het over geloven gaat, vertelt hij concrete levensverhalen van echte mensen en hoewel ze allemaal verschillend zijn, allemaal uniek zijn, is er ook wel iets wat hen bindt, wat je bij hen allemaal terugvindt. En dan komen we terug op die eerste woorden van het hoofdstuk, zoals ik die net voorlas:
Geloof legt de grondslag van alles waar we op hopen,
het overtuigt ons van de waarheid die we niet zien.

Als het ergens om gaat in al die verschillende levensverhalen, dan is het dat het mensen zijn die op weg gaan zonder precies te weten waar de weg van geloof hen zal brengen maar die dat wel doen met hoop, met vertrouwen, met een belofte voor ogen. Het zijn mensen die op weg gaan, op weg willen gaan, met het vertrouwen dat het goed komt, met henzelf, met mensen om hen heen, met deze wereld. Ook al is er soms nog zoveel om hen heen dat dat tegenspreekt, ook al is soms geloven tegen de klippen op, soms zien ze er toch al even een glimp van, van die werkelijkheid waarop ze hopen en dat geeft hen moed om verder te gaan en God trekt daarin met hen mee. Ja misschien moet je het zelfs zo zeggen: dát die mensen het aandurven te blijven hopen, te blijven vertrouwen, dat is omdat ze geloven dat God hen op die weg zet, dat Hij hen aanmoedigt die weg te gaan. Dat is als het ware het verborgen verleden dat Paulus met zijn brief ons onthult, deze mensen zijn je voorgegaan, bij deze mensen hoor je als je gelooft, en aan jou de vraag wat dat voor jou betekent, voor de weg die je zelf wilt gaan en hoe het je zelf richting geeft.

Vandaag zeggen jullie, lieve mensen op de voorste bank, eigenlijk met jullie belijdenis: ja, ook wij horen daarbij, ook wij voelen ons daarbij thuis. Bij die lange rij van mensen die ons is voorgegaan, mensen die met hoop en met vertrouwen in het leven willen staan, en daarin God als de bron van dat alles herkennen, God als degene die met je meegaat en door wie je er nooit alleen voor staat. Die verbinding gaan jullie vandaag aan en dat mogen we voluit vieren!

Amen.  

Eerder gehouden overwegingen vindt u hier