Logo van de kerk
Home / Dominee / Overdenking

Overdenking

Eerder gehouden overwegingen vindt u hier

Overweging op 13 oktober 2019

Lezing: 1 Samuel 21 1- 11a/ 22: 1-3

Wie is hij toch?

Afgelopen maandag bespraken we al met een groepje gemeenteleden het zojuist gelezen verhaal en om er even wat in te komen vroeg ik aan het begin van ons gesprek om eens wat steekwoorden te noemen die David typeren. Er kwam een heel palet aan verschillende woorden tevoorschijn, van principieel tot listig, impulsief en berouwvol, van golden boy tot neergang, herder en slechte vader.
En misschien zou u daar ook nog wel wat woorden aan toe kunnen voegen, die David typeren, hoe dan ook…. David kent vele gezichten, vele kanten, constateerden we, en dat gevoel bekroop me zeker bij het verhaal van vandaag.

Want met wie hebben we in het verhaal van vandaag nu eigenlijk te maken, zo vroeg ik me deze week meer en meer af. Welke David komen we hier vandaag tegen? In andere verhalen, zoals tegen over Goliath of tegenover Saul in de spelonk, lijkt David meer één gezicht te hebben, meer mens uit één stuk te zijn, maar in dit wat chaotische tussenverhaal, lijkt het alsof je niet echt grip op hem kunt krijgen. Hebben we hier nou te maken met een lefgozer, die er een sport van maakt zich overal doorheen te bluffen? f met een wanhopige eenzame ziel, die als balletje in een flipperkast telkens op het nippertje en met een beetje geluk door de omstandigheden heen tuimelt? Denkt David hier puur en alleen aan zichzelf of is hij werkelijk die gelovige jongen, die doordrongen is van zijn missie, zijn weg als gezalfde? Is hij een bendeleider van een zootje ongeregeld of een toevlucht voor de mensen die buitengesloten worden? Kortom, wie is David hier toch?
Of zou David het hier zelf ook even niet weten? Hij is in elk geval moederziel alleen, er is niks of niemand om hem heen wat hem definieert, geen familie, geen werk, geen vrienden. Ergens deed hij mij wel denken aan de vluchtende Jakob, maar goed, die kreeg nog een droom uit de hemel. Ook van boven blijft het voor David akelig stil.

Schuifpuzzeltje

Wie ben je, wat drijft je, waar gaat je weg heen, waar kom je vandaan, soms verschuift er in het klein of het groot van alles in een mensenleven, waardoor die vragen ineens weer boven komen drijven en vragen om een antwoord, een richting, een eerste stap, een begin om de draad weer op te pakken. Ik moest denken aan zo’n schuifpuzzeltje, dat kent u vast wel, zo’n puzzeltje in zo’n lijstje waarbij de stukjes er niet uit kunnen maar alleen door te schuiven weer op de juiste plek komen.
Sommige periodes in je leven is het plaatje heel en uit één stuk, alles stukjes zitten op hun plek, je herkent jezelf, één gezicht, maar dan verschuift er één stukje of meer, je verliest je baan, of een geliefde, er verandert iets aan je gezondheid, of je verhuist en dan klopt het plaatje niet meer, en begint het schuiven, het puzzelen om de boel weer op de juiste plek te krijgen.
Zoiets lijkt er ook met David te gebeuren in dit tussenverhaal, het plaatje was zo’n mooi geheel en nu is alles door elkaar en hoe krijgt hij al die verschillende stukjes van zijn leven, alles wat was, wat is en wat nog zal komen weer in één geheel, zodat hij weer mens uit één stuk wordt?

Luikje open

David zoekt zijn toevlucht bij de priester Achimelech in Nob. En tussen die twee ontspint zich een geweldig gesprek, de priester geeft de voorzet en David kopt hem in en tuimelt zo van het ene prachtige bedenksel in het andere, je ziet zijn hersens als het ware razendsnel schakelen.
Waarom ben je alleen op pad? Geheime missie, ja een geheime missie en de rest van de jongens wacht op me elders en ja, we hebben brood nodig of wat er ook maar voor handen is.
En wat wil nu het geval, er zijn alleen maar heilige broden aanwezig, de toonbroden van de tempel. Dat roept iets op, iets in dezelfde orde als bijvoorbeeld avondmaalsbrood, dat is anders dan gewoon brood, het proeft naar meer.In alle blufpokerij van David, in alle toevalligheid en de vaart van de gebeurtenissen wordt in het heel alledaagse, in brood voor een mens die honger heeft, ineens iets van heiligheid, iets van God zichtbaar. Doordat er “ toevallig ” alleen maar toonbroden zijn, valt de vluchtende, zoekende David ineens onverwacht en ongedacht iets van God toe, een glimp van heiligheid, van meer dan alleen zijn eigen leventje en gepuzzel en getob in zichzelf. Er gaat een luikje open naar boven in die ogenschijnlijk uit nood geboren opmerking van Achimelech;  er is alleen maar heilig brood, brood dat proeft naar de Ene, brood dat je voedt op allerlei manieren, en Achimelech stelt er een veelzeggende vraag bij: David, voordat ik je dat brood geef, ben je nu op een gewone tocht of een heilige, een gewijde?

Een vraag die David tot nadenken moet zetten, en die wij misschien ook bij onszelf kunnen laten binnenkomen hier vanmorgen. Want hoe zit met u, met jou? Ben je op een gewone tocht onderweg, leef je gewoon je leven, met alle toevalligheden die daarbij horen, ga je alleen en op jezelf  je weg, of is er daaronder, verborgen misschien ook nog iets van  God te ontdekken, valt je som wel eens wat toe, zomaar onverwacht en ongedacht? Iets wat je voedt, waardoor er een luikje open gaat, waardoor je leven soms even heilige grond wordt.

Dit voorjaar was ik op een doordeweekse dag alleen aan het trainen voor de fietselfstedentocht en ik was al een poosje toe aan pitstop – ik had mijn eigen broodjes bij me, voor de goede orde – en toen  fietste ik door Schuinesloot ineens langs de katholieke kerk en daar stond  een bord voor met daarop: kapel open! Impulsief sloeg ik af en ging op het stoepje zitten om wat te eten. En terwijl ik daar zo zat kwam op een gegeven moment een mevrouw, die daar in en om de kerk wat bezig was, naar me toe: Zo…zei ze…op trektocht? En ik met volle mond zei zoiets als: Neeee hoor, gewoon een rondje aan het fietsen, een beetje trainen…en we wisselden nog wat uit over het weer en namen weer afscheid. Zomaar in het hele alledaagse, in het schijnbaar toevallige, had deze mevrouw even een luikje open gedaan. Hoezeer ik het ook in het gewone, alledaagse probeerde te houden met mijn antwoord, riep haar vraag heel wat anders op: een trektocht, ja dat is wat anders dan “gewoon een rondje fietsen”, dat roept een ander gevoel op, dat roept iets op als wie ben je, waar kom je vandaan, waar ga je naar toe, wat is je bestemming, hoe ben je bedoeld?

En ongemerkt sloop er een spoor van heiligheid, een nabijheid van God in dat gewone rondje fietsen naar binnen, want ja, uiteindelijk keerde ik “gewoon” weer terug naar huis maar met het onverwachte en ongedachte wat mij was toegevallen, het hernieuwde besef en vertrouwen dat ik ook zelfs in dat gewone rondje fietsen op trektocht was met God, dat ik een weg met God of beter gezegd, God een weg met mij gaat en zo voedde dat broodje daar mij op meer dan één manier.

Het heilige in het alledaagse

Zo gaat het, volgens mij,  telkens weer met geloven, met Gods verborgen nabijheid in ons leven, en misschien nog wel veel vaker dan wij denken, dat in het gewone, in alledaagse, ineens even een luikje opengaat, dat ons iets toevalt, dat ons iets wordt aangereikt, iets onverwachts en ongedachts dat ons voedt en dat ons doet stilstaan bij welke weg we gaan en hoe we die gaan: als gewoon, vanzelfsprekend, geleid door onszelf en/of toevalligheden en wat ons overkomt, of als een weg waarachter, waaronder, waaromheen en waar overal iets van God kan oplichten, ondanks of misschien juist in het gepuzzel en het chaotische dat ons leven soms kan hebben, in je zoektocht om er weer één geheel, een plaatje van te maken.

Dat vraagt van ons een aandachtig oog, een toegewijd hart, een ontvankelijke ziel om in het alledaagse het heilige te ontdekken, tegelijkertijd is het soms zo mooi en wonderlijk dat het bijna niet te negeren valt, maar hoe dan ook, fragiel is het wel en kwetsbaar en soms is het ook moeilijk om er op te blijven koersen, erop blijven te vertrouwen, op dat soort brokjes van God, die je voeden onderweg, zoals de kleine stukjes avondmaalsbrood die we hier delen.
Want wat is het, wat stelt het voor tegenover de overweldigende realiteit van de chaos, niet alleen van ons eigen leven, maar ook van deze wereld, waar de macht van het zwaard alomtegenwoordig is, ook deze week weer, in het noorden van Syrie, langs een Duitse weg in een alledaags plaatsje, en bij een vierende synagoge.
Onze David is nog maar net gevoed door het heilige brood, wanneer hij vraagt om een wapen. Hij die tegenover Goliath nog geen zwaarden en speren nodig had, neemt nu toch het zwaard mee. En wat wil hij ermee? Voor de zekerheid? Wat zal hem meer voeden, wat zal zwaarder wegen op zijn weg, het heilige brood of het zwaard? Dat blijft een voortdurende strijd, een realiteit, ook in ons leven.

De weg verder…

Toch is er wat bij David in beweging gezet, er is een luikje opengegaan. als hij een plek heeft gevonden in de grot Adoellam en zijn familie om zich heen heeft en er maar liefst 400 mensen zich bij hem aansluiten, is niet het eerste wat hij doet naar het zwaard grijpen en ten strijde trekken, nee… hij wacht, eerst wil hij ontdekken wat God met hem voorheeft, zo zegt hij. Hij trekt zich terug, letterlijk en figuurlijk, naar binnen toe om niet maar zomaar, gewoon zijn weg verder te gaan, maar daar meer en meer iets van God in te ontdekken. En hoe hij daarin slaagt, soms even, en dan weer het helemaal kwijt is, eigenlijk niet anders dan wij.

Ik sluit af, met een gedicht van Tom van Deel, gewone woorden waarin volgens mij iets van een luikje open gaat…

Weg

Niet altijd wijst de weg zichzelf.
Er zijn er
die zich verliezen in steeds meer en steeds minder
doorzichtige stenige zijpaden,
in omhoog en omlaag zonder duidelijk doel,
en nog altijd is het een weg,
met de sporen die daarop wijzen.

Misschien, denk je ergens,
halverwege of waar het ook mag zijn,
als je in kalme angst meent verdwaald te zijn
en zelfs de weg terug nooit meer te zullen vinden,
misschien is er een oog
dat deze verwarde weg ziet als een rechte lijn,
als een pijl,
die zonder omhaal afvliegt op het doel.

Vertrouw daarom de weg, altijd,
Want hoe dan ook, hij komt aan,
anders was hij er niet.   

Amen