Logo van de kerk
Home / Dominee / Overdenking

Overdenking

Eerder gehouden overwegingen vindt u hier

Overweging op 12 januari 2020

Lezing Mattheus 3: 13 - 17

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Iran toont durf, Amerika komt weg met liquidatie,
iedereen kan zonder gezichtsverlies verder.

Dat was de analyse donderdag in de krant van de spanningen tussen Iran en de Verenigde Staten in de afgelopen week, die veel mensen en waarschijnlijk ook u heeft beziggehouden. In de analyse ging het over de buitensporigheid van de klap, die de VS had uitgedeeld, over hoe Iran ondanks alle waarschuwingen aan hun adres had laten zien dat ze niet bang waren voor de enige supermacht ter wereld, en hoe beide zich nu met opgeheven hoofd naar hun achterban konden wenden, zich op de borst kloppend om hun kracht, hun macht, hun overwinning en succes.
Beelden van leiders achter microfoons, omringd door getrouwen, spierballentaal, de dreiging die er vanuit ging, mannen die zich beroemen op kracht, hoe sterk ze zijn.

Groter kon en kan het contrast niet zijn met hoe Jezus hier vandaag in ons midden verschijnt, bleef ik deze week telkens maar denken. Of hoe die knecht des Heren, Gods dienaar in beeld komt in Jesaja, met woorden als uit vers 2:
Hij schreeuwt niet,
hij verheft zijn stem niet,
hij roept niet luidkeels in het openbaar…

Epifanie

Vanuit het strijdgewoel van de tijden, vanuit de flarden van de tragische, zich altijd herhalende mensengeschiedenis, verschijnen deze beide gestaltes, ook vandaag weer, ongrijpbaar, weerloos, ja bijna contour-achtig te midden van de mensen,
uit uw hemel zonder grenzen komt Gij tastend aan het licht,
met een naam en een gezicht, even weerloos als wij mensen.

zo zingt een lied dat bij deze tijd hoort, de tijd van Epifanie.
Epifanie, zo las ik deze week nog even, betekent zoiets als plotselinge, verwarrende openbaring, er “verschijnt” iets of beter gezegd iemand aan de horizon, er komt iemand aan het licht die jou in verwarring brengt, van je stuk, misschien omdat Hij zo anders is dan je zou verwachten.

De ‘sterkere’…

Aan de introductie van Johannes ligt het niet, die doet zelfs in eerste instantie vermoeden dat er een sterke leider komt a la wat we deze week konden aanschouwen, in felle profetische bewoordingen kondigt hij in het gedeelte hiervoor aan dat er na hem iemand zal komen die meer vermag dan hij, iemand die de wan in de hand houdt en zal dopen met Geest en vuur, “de sterkere” noemt Johannes Jezus letterlijk. Hij voert de spanning op, maar als het moment daar is, blijkt dat in Christus woorden als sterkte en kracht een heel ander gezicht krijgen, deze ene “sterke” mens, hij treedt aan om onder te gaan, zijn opgang is zijn neergang, hij schuift aan achter in de rij bij talloze eenvoudigen, de mensen van het volk die zijn toegestroomd om zich te laten dopen hét teken bij Johannes van wie zijn zonden wil belijden en zich wil omkeren, een nieuwe richting wil zoeken, een nieuwe toekomst.

Jezus zoekt het niet hogerop maar daalt af om daar te staan tussen de Jeruzalemmers, de kinderen, de grijsaards, de tieners, de volwassenen, en zich als één van hen te laten onderdompelen. Daarin ligt zijn kracht, zijn sterkte dat door af te dalen, zichzelf uit handen te geven, onder te gaan Hij zich midden onder de mensen begeeft en God met hen, God met ons is, Immanuel.
Hoewel Jezus het allemaal ondergaat, hoewel alles áán hem gebeurt, is deze doop de eerste bewuste daad van Jezus waarin hij wil laten zien wie hij is en waar hij voor staat, misschien wel één van de meest fundamentele momenten in zijn leven, die voor de rest van zijn weg beslissend zullen zijn, zijn kracht, zijn sterkte is niet zoals de weg van de wereld daarin gaat, maar juist lijnrecht daartegenover, zo verschijnt Jezus daar aan de oever van de Jordaan als een plotselinge, verwarrende openbaring, epifanie.

Johannes protesteert, hij probeert Jezus zelfs tegen te houden met de woorden: Ik zou door U gedoopt moeten worden en dan komt U naar mij? En je begrijpt dat Johannes dit zegt, wie we willen volgen, zetten we graag op een voetstuk, boven ons, met kracht, met macht, om tegenop te kijken, een leider die succes voor ons behaalt, die niet bang is, die durft, die ballen laat zien.
Maar Jezus draait dit denken radicaal om, en doorkruist het met een vreemd soort gelatenheid: laat het nu maar gebeuren, zegt Hij, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.

Een raadselachtige zin, eigenlijk, maar blijkbaar is het voor Johannes genoeg, want hij stemt ermee in. In de Naardense Bijbel wordt het nog sterker vertaald, daar zegt Jezus: laat het onmiddellijk toe…daarin klinkt urgentie door, het moet zo gebeuren, lijkt Jezus dringend tegen Johannes te zeggen, alsof hij zelf ook de zuigkracht voelt van langs andere wegen kracht en macht te zoeken, leider te zijn, sterk te zijn, maar weet dat het niet anders kan dan dit en je hoort opnieuw de echo van die woorden van Jesaja over de dienaar naar wiens Gods hart uitgaat,

Hij schreeuwt niet,
hij verheft zijn stem niet,
hij roept niet luidkeels in het openbaar…

…middenin…

Op afbeeldingen van de vroege kerk van dit tafereel, zie je Jezus vaak tot aan zijn nek in het water staan, om hem heen kolkt het water dat wemelt van wrede riviergoden en demonische krachten en daartussendoor drijft alles wat de mensen willen afleggen, afwassen in het water, op zoek naar nieuw leven, hun schaamte, hun schuld, alles wat onaf is in ons leven, alles waar we maar mee blijven worstelen, alles waarvan we weten dat we onszelf, de ander en het leven niet recht doen, Gods gerechtigheid niet vervullen, en Christus staat daar middenin, hij kijkt niet van verre toe, maar openbaart zich, komt aan het licht midden in dit woelende leven van ons, daarin ligt zijn kracht, zijn sterkte en door Hem uiteindelijk ook de onze.

…ons verlies.

Weet u waar ik aan denken moest bij het beeld dat hiervan Jezus geschetst wordt? Aan de oudejaarsconference zoals die twee weken geleden door Claudia de Breij werd gehouden in Den Haag, u kunt het nog terugkijken via uitzending gemist, het was zeer de moeite waard, het ging over veel dingen maar de terugkerende rode draad was ten eerste dat we telkens weer mensen nodig hebben die voorop durven gaan, dat we nooit zelf ergens komen op eigen macht en kracht maar altijd in het spoor gaan van mensen die voorop hebben durven gaan, in de meest ongebaande paden, de meest onmogelijke dromen, de meest ongedachte hoop en toekomst en ten tweede dat je om te kunnen winnen eerst waardig moet kunnen verliezen, ze zong er een prachtig lied over, een ode aan de verliezers, dat eindigde met de zin: “ we hebben wel verloren maar we zijn het niet ” Ze zal het zeker weten niet zo bedoeld hebben, maar voor mij verscheen in het luisteren naar haar woorden telkens weer de gestalte van Jezus. Claudia de Breij vertelde door middel van persoonlijke anekdotes hoe zij zelf eigenlijk nooit degene durft te zijn die voorop loopt, en hoe moeilijk ze het vindt om te verliezen, sorry te zeggen, te erkennen dat je tegen je grenzen aanloopt, maar tegelijkertijd klonk in al haar woorden door het verlangen naar mensen, naar een werkelijkheid waarin dat er wel mag zijn, onze onafheid, onze gebrokenheid, ons verlies van van alles en nog wat, moe als ze was van de sfeer om ons heen altijd jezelf te moeten laten gelden, te winnen, te doen alsof alles op eigen macht en kracht aankomt.

En ik dacht telkens maar aan die vreemde blijde boodschap van het evangelie waarin het gaat om wie zijn leven vasthoudt het zal verliezen, maar wie durft te verliezen, los te laten, kopje onder te gaan het leven zal behouden en vaste grond onder de voeten zal vinden en een stem zal horen, die zegt: Jij bent mijn lieve zoon, dochter, kind, in wie ik vreugde vind.
We hebben mensen nodig die voorop lopen. Deze ene geliefde mens van God, Christus zelf is voorop gegaan, Hij is midden in onze werkelijkheid aan het licht gekomen. Deze ‘sterke’ mens, die door de diepte van het leven én de dood met ons mee gaat, door wie we kunnen zeggen: we hebben wel verloren, maar we zijn het niet.

Amen