Logo van de kerk

gedichten K&I 2004

Op 11 oktober 2004 was de eerste PKN-conferentie over het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict en op 4 november werd daarvan in de gemeente van de Ontmoetingskerk verslag gedaan. Naar aanleiding van die avond zijn huiskamerbijeenkomsten gehouden en één daarvan resulteerde in de oprichting van onze Kerk-en-Israël werkgroep. Nog steeds huiskamerbijeenkomsten waar een ieder die mee wil lezen en denken over alles wat betrekking heeft op onze verhouding met/tot Israël welkom is. Op 5 maart 2009 volgde nog een Ontmoetingsmoment over dit conflict en daarna bleef het stil. Wetend dat wij geen oplossing in handen hebben werd het accent verlegd naar de dialoog tussen joden en christenen, zie o.a.de website van Dick Pruiksma over de joods-christelijke-dialoog en het internetproject De Uitdaging.

Bij de bijeenkomst van 4 november 2004 werden 4 lijsten met foto’s en gedichten op de ronde muur in de ontmoetingsruimte gehangen. De gedichten gingen over het ongeloof over wat er onverwachts kan gebeuren, de beschuldiging over het onrecht dat daarbij gedaan is, de bezinning op hoe nu verder en over de hoop. We hebben ze nog maar eens opgehangen om niet te vergeten.

Een lentemorgen

Een lentemorgen trad je uit ons huis,
in een dun bloesje, zonnig en tevreden,
en geen van beiden hoorde 't zacht geruis
of zag de vale schaduw neergegleden

van 't noodlot wiekend boven 't jonge hoofd,
dat glimlachend zich nog eens naar me wendde…
Ik heb een ganse nacht en dag geloofd,
dat ik die vlotte, lichte tred herkende

en toen niet meer. Toen kwam het formulier
met naam en stempel, nummer van barak,
verzoek om warme kleren. Ach, toen brak
mijn hart natuurlijk niet. Mijn ogen zagen
jou ergens ver, heel ver, aan een rivier
van Babylon de slavenketen dragen.

J. Presser

Lied van Rizpa

Jouw recht is slecht, koning.
Ik zal op de bergen gaan.
Ik zal de gieren van de hemel,
de jakhalzen van de aarde verslaan.
Ik zal mijn doden redden van hun tanden,
hun lijken uit jouw handen, koning,
ik zal jou weerstaan.

Jouw recht is moord, koning,
jouw god moet een doods-god zijn.
Maar er bestaat een mens op aarde
bij wie de doden geborgen zijn.
Ik zal de hitte van de zomer dragen,
de storm en regenvlagen, koning,
ik zal bij hen zijn.

Jouw recht is op, koning.
Ik weet van een nieuwe tijd,
van mensen die als mensen leven,
uit doem van schuld en wraak bevrijd -
een zware dracht van vruchten aan de bomen,
op alle bergen hoge schoven van gerechtigheid.

Huub Oosterhuis

De bomen zo geschikt

De bomen zo geschikt om wandelend gedachten in
   te hangen
waren vanochtend uitgeknipt en op een schoon wit
   vel geplakt.
Ik kan de vorm van sommige wel dromen en wist zo
waar ik was; het struikgewas werd opgelicht door
   sneeuw
alsof het zomer was. De zon scheen maar te laag
   het was zo wit
en ik zo rood van binnen en ook vol rook, een mist
om mijn bedoeling te verhullen. Mijn voetstappen
   de eerste
in de verse sneeuw als van een stroper of een
   overloper.
Ik ben Judith en heb net Holofernes' nek gezoend
en heel gelaten, ik doe niet meer mee.

Judith Herzberg

Een Arabische herder en een joodse vader

Een Arabische herder zoekt een geitje op de berg Zion,
en op de berg ertegenover zoek ik mijn zoontje.
Een Arabische herder en een joodse vader
in hun tijdelijk falen.
Onze beide stemmen ontmoeten elkaar boven
Sultans vijver, in het dal tussen ons in.
We willen allebei dat ze er niet in terechtkomen,
de zoon en het geitje, in de raderen
van die vreselijke machine van Chad Gadja.

Later vonden we ze weer, in de bosjes,
en we kregen onze stemmen terug, ze lachten en huilden
van binnen.

Het zoeken naar een geitje of naar een zoon
is in deze bergen
altijd het begin van een nieuw geloof geweest.

Yehuda Amichai