Logo van de kerk
Home / FAQ / Welke functie hebben votum en groet? En welke vormen zijn er?

Welke functie hebben votum en groet? En welke vormen zijn er?

De opening van de dienst

In de afgelopen tijd sprak ik ‘in de wandelgangen’ verschillende gemeenteleden over de opening van de dienst. Zoals u gemerkt heeft, gebruik ik zowel het votum (bemoediging) en (apostolische) groet als opening van de dienst als ook de opening die u in de afgelopen jaren gewend was: De Heer zij met u…en Onze hulp… (in verkorte versie) Beide varianten worden in de PKN gebruikt als opening van de dienst.

Voor de één voelt het votum en groet als terug naar af, naar vroeger waarin de gemeente zwijgend naar de predikant luisterde. Een opening met een weerwoord vanuit de gemeente doorbrak dat gevoel. Voor de ander roept het votum en groet juist de vertrouwdheid op van vroeger. Gekoesterde woorden waarmee de overgang van het gewone alledaagse leven naar ‘tijd voor God’ werd gemarkeerd. Zo roepen die woorden bij de opening van de dienst heel verschillende belevingen op, maar wat is de inhoudelijke achtergrond van deze verschillende manieren van openen in de liturgie? Een korte toelichting.

De Heer zij met u

Deze groet wordt de gebedsgroet genoemd en werd oorspronkelijk uitgesproken bij het begin van de dienst van de Schrift. Hier begint het ‘echte werk’ voor de voorganger als dienaar des Woords, namelijk het Woord verkondigen. In principe kan de dienst van de voorbereiding aan het begin van de dienst helemaal door diakenen en ouderlingen worden verzorgd, maar dán is het woord aan de voorganger.
De gebedsgroet aan het begin van de dienst van de Schrift heeft twee functies.

Onze hulp

Het Onze hulp…kennen we in twee varianten; de korte versie (woorden uit Psalm 124: 8) en de langere versie waar de woorden van Psalm 138:8 aan worden toegevoegd. Deze toevoeging werd voorgesteld door de Dordtse Synode in 1574. Voor de één doet het afbreuk aan de kernachtige tekst van Psalm 124, voor de ander is juist die toevoeging van waarde als teken van Gods blijvende trouw aan Zijn schepping.
Het Onze hulp… (vakterm: adjutorium) maakte eerste deel uit van de voorbereidende gebeden van de priester, die hij uitsprak voor de mis, later kwamen de woorden in de dienst zelf terecht. De één noemt deze woorden ‘bemoediging’, de ander noemt ze ‘votum’. Deze twee benamingen geven twee verschillende blikrichtingen aan die horen bij deze woorden. Wanneer je zegt ‘bemoediging’, dan richt je je blik met deze woorden vooral op de gemeente: de gemeente mag zich bemoedigd weten dat we niet zomaar samenkomen als een losse verzameling mensen, maar dat we samen komen in Gods Naam. Hij heeft ons samengeroepen in Zijn huis.
Het woord ‘votum’ betekent belofte of toewijding. Wanneer je het zo noemt, dan werkt het Onze hulp… als een formule die uitgesproken wordt met de blik richting God. Er wordt beloofd aan de Eeuwige zelf dat deze tijd heilige tijd zal zijn, toegewijd aan Hem en niet voor onze eigen eer en glorie. Deze dubbele blikrichting zit in die woorden Onze hulp… Hoe je ze hoort en beleeft, staat niet los van hoe je daar op dat moment zelf in de kerk zit: zoek je bemoediging, voor elkaar en voor jezelf of wil je in de drukte van alledag nu werkelijk tijd en ruimte vrij maken voor de Ene? Beide belevingen zitten in de woorden verscholen.

Apostolische groet: Genade zij u…

Deze groet volgt normaliter op votum/bemoediging en heeft een ander karakter dan de gebedsgroet. De tekst heeft meer een zegenend karakter. Vandaar dat sommige predikanten vanouds de rechterhand heffen. Een gebaar dat neigt naar een zegen, maar het nog niet helemaal is, want de werkelijke zegen wordt pas aan het einde gegeven. De apostolische groet is niet zozeer een groet die uitgewisseld wordt tussen voorganger en gemeente, zoals bij de gebedsgroet, maar meer een groet van Godswege, een groet van boven. God (en dus niet de voorganger) groet ons als we in Zijn huis komen met zegenende woorden: zo mogen we ons welkom voelen, gezegend met genade en vrede van de Heer zelf.

Tot slot…

Concluderend kun je misschien zeggen dat de opening ‘votum en (apostolische) groet’ vooral onze blik richt op de Heer en dat het een vraag en antwoord spel is tussen God en gemeente, waarbij de voorganger doorgeefluik is tussen beide. Namens de gemeente spreekt de voorganger in het votum uit dat deze tijd toegewijd zal zijn aan Hem en namens God spreekt de voorganger Gods zegenende groet uit.
Bij de opening groet en bemoediging gaat het meer om een driehoeksverhouding tussen God, gemeente en voorganger. Er is niet alleen interactie tussen God en de gemeente; ook tussen de gemeente en de voorganger, maar altijd voor het aangezicht van de Heer.

Liturgie is een heilig spel, waarbij we met en soms zonder woorden proberen te benaderen wat zich niet helemaal laat vangen: namelijk dat God in ons midden is en met ons en deze wereld omgaat. Dat vertrouwen brengen we tot uiting in ons bidden, zingen en stil zijn. Een spel, ook een heilig spel, mag speels blijven in de zin dat er gevarieerd kan worden. Op vele manieren kunnen mensen en God dichtbij elkaar komen. Wel is het dan goed om te weten welke achtergronden er schuil gaan achter ons ‘spel’.

Ds. Betty Gras



« Terug naar het overzicht met vragen