Logo van de kerk
Home / Wie zijn we / Geschiedenis

De geschiedenis Ontmoetingskerk te Zuidwolde

De voormalig archivaris van de kerk, Else Fleurke, heeft een artikel geschreven over de geschiedenis van de Ontmoetingskerk. Ze is een behoorlijk stuk terug gedoken in de tijd en belandde in de 19de eeuw.

De oprichting van de kerk

fotot kerk

Over de eerste dertig jaar van onze kerk hebben we helaas nauwelijks gegevens. Het oudste notulenboek dat we nog hebben begint in 1865 en daar staat nog niet zoveel in, bovendien is het vaak slecht leesbaar. Alles wat we weten uit de tijd voor 1865 hebben we te danken aan archiefonderzoek van diverse mensen die op deze manier gegevens bij elkaar gesprokkeld hebben. In de notulen van de hervormde kerk valt te lezen dat een aantal personen aan het eind van 1835 dominee Schukking gevraagd heeft hen te schrappen als lid van de hervormde kerk. Ook weten we dat de Christelijke Afgescheiden Gemeente. In het begin van 1836 officieel werd opgericht. In de notulen van de provinciale vergadering van afgescheiden gemeenten van 25 maart 1836 staat namelijk dat Zuidwolde verplicht fl 25,- bij moet dragen in het traktement van ds. H. de Cock uit Ulrum die, na de Acte van Afscheiding, predikant van heel Groningen en Drenthe geworden was. Het eerste officiële document van de Afgescheiden Gemeente dateert van 25 mei 1836. Het is een verzoekschrift aan Koning Willem I om '. . . .bescherming van de ons toekomende Godsdienstvrijheid te verlenen. Dit is ondertekend door elf 'hoofden' en vier 'leden', geen grote gemeente wan-neer we er van uitgaan dat met 'hoofden' gezinshoofden worden bedoeld en met 'leden' alleenstaande mannen. Er zullen on-getwijfeld nog een aantal alleenstaande vrouwen meegegaan zijn met de afscheiding maar omdat zij in die tijd (en nog lang daarna) geen openbare bevoegdheden hadden, worden zij, zeker in officiële stukken, niet vermeld. Veel groter zullen zij de gemeente niet gemaakt hebben. Het verzoek werd trouwens, zoals alle andere uit het land, afgewezen.

Afscheidingen van de kerk

In de eerste jaren is er geen geld voor een predikant, op één uitzondering na. In 1842 - 1843 is Roelof Harms Bosch, wonend in Zuidwolde en één van de 'vooroplopers' bij de afscheiding, hier predikant geweest. Oefenaars, mensen met 'singuliere' gaven, zijn er wel geweest. Deze deden het niet altijd goed in de ogen van de kerkleden, een van de redenen voor een aantal om zich In 1845 af te scheiden en een Ledeboeriaanse gemeente te vormen, genoemd naar de afgezette hervormde predikant van Benthuizen. Dit is niet de enige afscheiding in de gemeente geweest. Precies honderd jaar later, in 1945, scheidde opnieuw een gedeelte van de gemeente zich af. Ditmaal ging het over de betekenis van de doop. De scheuring of vrijmaking speelde zich landelijk al in 1944 af, in Zuidwolde vond die aan het eind van 1945 plaats. 122 gemeenteleden, 17% van de gemeente, vormden de zgn. vrijgemaakte of Gereformeerde Kerk artikel 31.

Fusies binnen de kerkelijke gemeente

Niet alleen scheidingen zijn er in de kerkgeschiedenis voorgekomen, ook het weer samen verder gaan kwam voor. In 1869 fuseerden de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de 'Gereformeerde Kerken onder het Kruis', die kort na de Afscheiding van 1834 onder deze namen uit elkaar gegaan waren, in de Christelijk Gereformeerde Kerk. Voor de gemeente in Zuidwolde betekende deze fusie slechts een naamsverandering, er werd verder geen aandacht aan besteed. In 1886 vond de doleantie plaats, een afscheiding van de hervormde kerk o.l.v. Abraham Kuyper die verder gingen onder de naam Nederduits Gereformeerde Kerk. In 1892 volgde de fusie tussen deze kerk en het grootste gedeelte van de Christelijke Gereformeerde Kerk en ontstonden de Gereformeerde Kerken in Nederland. Hier wordt wel aandacht aan besteed. “Ingevolge het besluit van de Sinode der Cristelijke Gereformeerde Kerk en de voorlopige Sinode der Nederduitsche Gereformeerde Kerken (. . . . .), voor zoo veel nodig, bevestigd door de Generale Sinode gehouden op 17 Juni1892 te Amsterdam, zal nu voortaan deze Kerk den naam voeren van de Gereformeerde Kerk te Zuidwolde,” zo staat er in de notulen van 21 juli 1892 te lezen.

Laatste grote fusie

En dan komen we bij de laatste grote fusie. Op 1 mei 2004 fuseerden de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden op landelijk niveau tot de Protestantse Kerk in Nederland. Op classicaal niveau heeft men nog tot 2009 de tijd voordat fusie voorgeschreven is en de plaatselijke kerken zijn vrij om al dan niet te fuseren. De landelijke fusie is voor onze kerk wel aanleiding geweest om sinds 2004 verder te gaan onder de PKN-vlag. Sindsdien heten wij Ontmoetingskerk Zuidwolde, nog wel gevolgd door de toevoeging: Gereformeerde Kerk te Zuidwolde.

Eigen kerkje met rieten dak

Terug naar de Christelijke Afgescheiden Gemeente van 1836. Al gauw had men een eigen kerkje met rieten dak dat plaats bood aan ruim 70 mensen. Deze stond rechts aan het eind van de Hoofdstraat, 150 meter voor de tolboom die er vroeger was, ongeveer ter hoogte van de kruising Hoofdstraat / Zuider Esweg. Een eigen pastorie had de gemeente niet. De voorgangers moesten zelf, al dan niet met hulp van de kerkenraad, een (huur)huis zoeken.

Eerste predikant

De eerste ‘echte’ predikant is ds. W. Bosch

18991982.

Hij volgt in oktober 1882 oefenaar Egbert Zomermaand op die in maart van dat jaar overleden is. Zomermaand was, op zijn beurt, in 1877 Wijdoogen opgevolgd die naar Oud-Vossemeer beroepen was. Dat de gemeente in 1882 kon overgaan tot het beroepen van een predikant was te danken aan haar uitbreiding die het gevolg was van een conflict in de hervormde kerk over de dag waarop dank- en biddag werden gehouden. Een deel van deze gemeente was het niet eens met het (democratisch) genomen besluit deze dagen in het vervolg op zondag te houden en vertrok daarom naar de afgescheiden gemeente. De doleantie van 1886 zorgde opnieuw voor een aantal nieuwe leden uit de hervormde kerk.

Ds. Bosch was jong en moest zijn dienstplicht nog vervullen. Nu werden predikanten hiervoor vrijgesteld, maar dan moesten ze wel in een erkende kerk aan het werk zijn. Reden voor de gemeente om deze erkenning in 1883 aan te vragen. Ze werd nu welwillend verleend.

19131922

Na Bosch kwamen er alleen nog predikanten, vijftien in totaal. Slechts één keer, in 1940 - 1941 is hier van af geweken, kandidaat W. Okkema verving ds De Gier die in die tijd lang ziek geweest is.

foto

Een varken van 200 pond

Het traktement werd jarenlang met veel moeite bij elkaar gebracht. Er waren geen voorschriften, een gemeente kon het traktement vaststellen en de predikant kon dit wel of niet accepteren. Toen ds Bosch na 2 jaar een beroep kreeg, werd zijn salaris verhoogd tot fl. 500,- per jaar, een varken van 200 pond, vrij turf en vrij aardappelen. Een bod dat Bosch welwillend aanvaardde, maar het voorkwam niet dat hij het beroep toch aannam. In 1907 kreeg ds Westerhuis fl. 900,- en vrij brood en in 1912 wordt ds Visser beroepen op fl. 1100,- salaris en brandstof vrij.

Een eigen pastorie, maar met gebreken

Het feit dat de gemeente geen eigen pastorie had, leverde moeilijkheden op. Vanaf 1877 komt de bouw van een pastorie geregeld ter sprake op de kerkenraadsvergaderingen. Geld speelt een grote rol. Vaak wordt er een beroep op de leden van de kerk gedaan maar de opbrengst is steeds te weinig om daadwerkelijk te gaan bouwen. In 1883 worden de plannen echter concreet. Men kan van dhr. Steenbergen een stukje grond kopen voor fl. 100,- en daarop wordt de pastorie gebouwd, al wordt die een stuk kleiner dan de bedoeling was. Dit leverde echter niet de verwachte besparingen op en dientengevolge werd de sfeer binnen de kerkenraad zeer gespannen. Uiteindelijk vinden de broeders elkaar weer en schrijft men aandelen uit om de tekorten te kunnen dekken.

De pastorie vertoont in de loop der jaren veel gebreken, in 1912 wordt er een grote renovatie doorgevoerd. Niet met veel succes, in 1916 vertrekt ds Visser onder andere vanwege de ongeschiktheid van de pastorie. De gemeente trekt zich dit aan en er komt in 1919 een nieuwe pastorie, maar helaas geen nieuwe predikant. Tot 1927 blijft de gemeente vacant, met een uitzondering van de jaren ’22 tot ’25 toen ds Fokkens als emeritus de gemeente diende.

De ‘nieuwe’ pastorie wordt in 1961 verkocht omdat er erg veel aan moet gebeuren en de pastorie voor deze tijd te groot zou zijn voor een predikant. Bovendien is er een koper. De gemeente stemt in met de verkoop. Er wordt een nieuwe, kleinere pastorie gebouwd aan de noord-oostzijde van de kerk, aan de Zuider Esweg.

De verbouwing van de kerk

Ook het (ver)bouwen van de kerk komt geregeld ter sprake. Vanaf eind 1893 wordt het concreet. Eerst wordt er met intekenlijsten rondgegaan. Met goed resultaat want in het voorjaar van 1894 maakt Scholtemeijer uit Hoogeveen al een bouwtekening en een begroting voor de nieuwe kerk. In juni volgt de inschrijving en krijgt Hakkert, aannemer uit Dedemsvaart, die het goedkoopst is met fl. 2458,29 de opdracht tot bouwen. Maar niet nadat hij zijn offerte heeft teruggebracht tot fl. 1977,83, want meer geld kan de gemeente niet opbrengen. De kerk komt naast de pastorie te staan, schuin tegenover de oude kerk.

In de loop der jaren is er steeds bijgebouwd. Eerst een consistorie, daarna een vergaderlokaal, waardoor de kerk een kruiskerk werd en later kwam er nog een verenigingsgebouw achter de kerk bij. Ook binnenin de kerk werd verbouwd. Banken er bij en toen er weer een tekort aan zitplaatsen ontstond een galerij. In 1926 bouwde men een orgel in de kerk, er kwam elektrisch licht en verwarming. In de loop der jaren werd de kerk echt te klein, zowel voor de eredienst als voor al het gemeentewerk en men ging nadenken over een nieuwe kerk. In 1958 kwam er een bouwcommissie en zoals gewoonlijk werd eerst de gemeente gevraagd om financiële steun. Bijna fl. 100.000,- werd toegezegd, genoeg om nieuwbouw aan te durven. In 1961 kon de nieuwe kerk, die achter de oude gebouwd was, geopend worden. De oude kerk werd afgebroken. Op haar plaats werd, aan het jeugdgebouw vast, een kosterswoning gebouwd. Wanneer in 1978 de bijgebouwen opnieuw te klein zijn geworden gaat de gemeente akkoord met de bouw van nog een lokaal tussen het oude en de kerk, waardoor het een geheel wordt. Tegelijk wordt de consistoriekamer uitgebreid. Deze verbouwing komt tot stand met veel vrijwillig werk van gemeenteleden. De uitbreiding kreeg de toepasselijke naam ‘De Schakel’.

1994 kwamen er weer nieuwe plannen

Tot in de jaren negentig was men tevreden met deze ruimte, maar in 1994 werd het weer tijd voor nieuwe plannen. De (ver)nieuwbouw commissie werd opgericht. Deze groep mensen kwam met grootse plannen, zowel wat de gebouwen betreft als de inrichting die in de loop der jaren ook behoorlijk gedateerd was geworden. De gemeente werd in de plannen betrokken en deed mee om op verschillende manier geld in te zamelen. Behalve giften werven, werden er snertverkopen, kerstmarkten, veilingen en andere acties gehouden om het benodigde geld bij elkaar te krijgen. Weer lukte het en kon er verbouwd worden. Opnieuw met hulp van heel veel vrijwilligers uit de gemeente werd er jarenlang verbouwd. En nu beschikken we sinds 2004 over een kerk die qua uitstraling met recht haar nieuwe naam ‘Ontmoetingskerk’ draagt.

De kerk blijft in beweging ook in 2008

En stopt hier nu de geschiedenis? Welnee, het leven en daarmee de geschiedenis, gaat gewoon door, ook bij een kerk. Nieuwe plannen zitten alweer in de koker, ditmaal wordt er gedacht over het aanleggen van een stiltetuin rondom de kerk, zo gauw die er is zal ik het vervolg van deze hedendaagse geschiedenis schrijven.

Else Fleurke