Logo van de kerk

Bezoek dr. Arjan Plaisier

Zondag 14 februari ging dr. Arjan Plaisier, scriba van de PKN,  voor in de viering.

De lezing van die zondag was:’de verzoeking in de woestijn’ zoals op de eerste zondag van de veertigdagentijd op het rooster staat. Ds. Plaisier beschreef de grote verleider als een beschaafde heer die het beste met de mensen en de wereld voor heeft.

Van stenen brood maken – wat is er mooier dan dat er geen honger meer in de wereld voor komt?

Van het dak van de tempel springen – geen letsel of ziekte zal je meer overkomen, je zult ongedeerd door het leven gaan, wie wil dat niet?

Op je knieën voor de duivel – de macht eindelijk in goede handen dan komt er een einde aan alle tirannie, prachtig toch?

Een goed programma, Jezus zal er ver mee komen.

Maar Jezus koos niet voor zulke succesverhalen; gerechtigheid en solidariteit, omzien naar elkaar en samen werken aan het koninkrijk van God, dat was zijn programma.

Na de koffie ging het over óns programma. Hoe denken wij over en hoe werken wij aan Gods koninkrijk, heeft de kerk nog toekomst of verdwijnt zij onder het stof in deze seculiere samenleving? Kan er een vorm van kerkzijn gevonden of ontwikkeld worden met minder financiën en minder mankracht maar waar mensen zich voluit willen inzetten voor het goede leven, voor zichzelf, voor de schepping en voor de samenleving. Een kerkgemeenschap van waaruit mensen de wereld ingestuurd worden om dit in praktijk te brengen.

Het rapport ‘KERK 2025: Waar een Woord is, is een weg’ was door leden van de kerkenraad en de commissie B&O opgedeeld in stellingen die in de ontmoetingsruimte op de wanden geplakt waren. Iedereen werd verzocht om in de benen te komen en de stellingen te beoordelen met gekleurde stickers. Terwijl iedereen rondliep en in gesprek ging over de stellingen liep ook ds. Plaisier rond. Dan bij het ene groepje, dan bij het andere, probeerde hij een beeld te krijgen hoe in onze gemeente gedacht werd over de toekomst van de kerk.

De opgeplakte stellingen leverden veel discussies op. Over sommigen was men het over het algemeen eens zoals de kerk moet meer aandacht geven aan haar kerntaken: de kerk als diaconale gemeenschap voor allen die op haar pad komen, als plaats waar de mensen trouw zijn aan elkaar, opkomen voor een samenleving waarin gedeeld wordt en die zich keert tegen verharding ten opzichte van de vreemdeling.

Ook de kerk als een open samenleving waarin iedereen meedoet met zijn/haar eigen talenten en vaardigheden en de mogelijkheden voor persoonlijke groei hierin, werd positief beoordeeld. Daarbij hoorden ook de betrokkenheid bij de klimaatcrisis en andere aspecten van zorg om de schepping. Wie zich niet zo betrokken voelt bij de kerk in de huidige organisatievorm richt zich gemakkelijker op concrete doelen om samen met anderen hun geloof te beleven.

Interessant waren de drie stellingen die bezaaid waren met groene én rode stickers:

Een goede structuur helpt om goed kerk te zijn.
Het lijkt alsof we gevangen zijn geraakt in onze eigen kerkcultuur. We stralen voor velen uit een besturenkerk te zijn.
De kerk die eens een vast onderdeel uitmaakte van onze cultuur en samenleving lijkt nu overbodig. In zulke tijden is de verleiding om maar op te houden met de kerk daarom heel herkenbaar.

Door gebruik te maken van de stellingen uit het rapport was het soms moeilijk om het onderscheid tussen algemeen en plaatselijk vast te houden. Deze laatste drie stellingen echter zouden niet misstaan op een avond van Bezinning en Ontmoeting.

Als afsluiting merkte ds. Plaisier op dat de vorm van bestuur die we nu hanteren prima was in een tijd dat kerkenraadslid zijn nog min of meer vanzelfsprekend was voor veel gemeenteleden. Nu zijn er, op landelijk niveau, een aantal bestuurlijke lagen bij gekomen en komt het er in bepaalde kerken al op neer dat er extra ambtsdragers benoemd moeten worden om alle afvaardigingplaatsen te vullen. De relatie tussen het plaatselijk kerkzijn en de bovenplaatselijke commissies raakt wat uit balans. De huidige vorm van kerkzijn zal veranderen maar dat behoeft allerminst een verlies te zijn. Mensen blijven betrokken op de goede boodschap zoals die door Jezus tot ons gekomen is. In vertrouwen mogen we met dit Woord doorgaan op weg naar Gods koninkrijk.

Dicky Rentier