Logo van de kerk

Afscheid kindernevendienst

Levensloop

Als kinderen de overstap maken van de basisschool naar de middelbare school, is dat een bijzonder moment, zowel voor henzelf als voor hun ouders. Ze gaan een nieuwe fase tegemoet waarin ze zelf gaan ontdekken wie ze zijn en wie ze willen zijn. Ze sluiten een periode van twaalf jaar af waarin ze vooral onder de hoede van hun ouders zijn opgegroeid. Dat moment willen we in de kerk markeren, met elkaar en voor Gods aangezicht.
 

Voorheen was de levensloop van kinderen ingebed in de structuren en rituelen die de kerk daarvoor aanbood. De doop aan het begin van hun leven, de kindernevendienst tijdens hun basisschoolperiode, de jeugdkerk en catechisatie tijdens hun middelbare school. Deze structuren verdwijnen steeds meer in het dagelijkse leven van de kinderen en de ouders. Voor de meesten geldt nog wel dat ze gedoopt zijn, maar kindernevendienst is al geen vanzelfsprekendheid meer en de jeugdkerk/catechisatie al helemaal niet.
Hoe kun je als kerk aanwezig zijn en van betekenis zijn in dit veranderende proces?
De ene manier is dat je vasthoudt aan de kerkelijke inbedding van de levensloop en van daaruit de rituelen aanbiedt die de kerk daarvoor heeft. Maar dan loopt praktijk en ritueel uit elkaar. En daarbij geldt dat het aantal kinderen en ouders voor wie dat nog min of meer herkenbaar is steeds minder wordt.
 

De andere manier is dat je aansluit bij de levensloop van kinderen en hun ouders en vanuit die insteek zoekt naar waar je van betekenis kunt zijn als kerk. Belangrijke ijkpunten worden dan geboorte (en niet zozeer alleen de doop), opgroeien tot twaalf jaar en de overstap van basisschool naar middelbare school. Op deze manier werk je inclusief, voor zowel kerkelijke als rand/niet-kerkelijke kinderen en ouders zijn dit belangrijke momenten in de tijd. Dan speelt niet meer zozeer de vraag of de kinderen en ouders kerkelijk betrokken waren of zullen zijn, maar dan sluit je aan bij belangrijke momenten in hun leven.

Van daaruit kunnen de twee rituele momenten worden verstaan in de overstapdienst van 29 juni.
1) Kaarsjes aansteken in het doopvont – dit symboliseert het levenslicht van ieder kind, ontstoken aan de Paaskaars, licht van God, zo wordt uitgedrukt dat dit leven niet vanzelfsprekend is, dat God daarmee verbonden is, dat ieder kind een kind van God is. Dat is het geloof dat we als gemeente door willen geven. Het drijvende kaarsje in het doopvont kan herinneren aan de doop van een kind, maar ook als symbool van het leven zelf. Het drijft op water dat leven geeft, maar leven betekent soms ook kopje onder gaan.
2) Kaars aansteken aan de Paaskaars en aan de kinderen geven - Dit licht geven we je mee voor onderweg…Deze kaars, die aangestoken wordt aan de Paaskaars symboliseert dat Gods licht meegaat op het pad van ieder kind, God zelf gaat mee op hun weg als licht, als warmte, als liefdevolle nabijheid. Dit is het geloof dat de gemeente wil uitstralen, ongeacht de kerkelijke betrokkenheid ja of nee van een kind en zijn/haar ouders. Breder gezien, het is het licht dat ouders hun kind mee willen geven op hun pad, de wens dat ze op hun weg telkens het licht zullen zien, dat hun pad verlicht wordt in de dubbele zin van het woord, verlichting in de zin van ‘niet donker’ en in de zin van ‘niet zwaar’.

Kortom, in de dienst van 29 juni hebben we gekozen om in te steken bij de levensloop van de kinderen zelf(en hun ouders) en van daaruit van betekenis te zijn als kerk, een gastvrije plek bieden om die levensloop te markeren en te verbinden met mensen en met God. Deze inclusieve manier van werken geeft ruimte om uit te stralen waar je als kerk voor staat maar ook ruimte aan wie niet per se met de kerk verbonden is. We hebben er niet voor gekozen om in te steken bij de kerkelijke inbedding van de levensloop van een mens, omdat deze in veel gevallen niet meer vanzelfsprekend/ herkenbaar is. Tussen het uitvoeren van de rituelen en de dagelijkse praktijk zou dan een te grote kloof zijn, waardoor het uitvoeren van de rituelen een lege huls zou zijn.

Ds. Betty Gras