Logo van de kerk
Home / Nieuws / Bubbelonië

Bubbelonië

x

Het taalfestival op Campus Landgoed Zonheuvel in Doorn

Pieter Henk Steenhuis

Student: “Nee hoor, het invullen van het dossier hoeft niet ten koste te gaan van de aandacht die ik aan de cliënt besteed.” Het werd stil in de zaal. We waren bij elkaar voor een taalfestival dat Welkom in Bubbelonië en Reliëf, Christelijke Vereniging van Zorgaanbieders, op 14 juni samen organiseerden op Campus Landgoed Zonheuvel in Doorn. Hier beweerde iemand iets nieuws: hoefde het dossier niet ten koste te gaan van de aandacht voor de patiënt? Maar dat invullen van zo’n dossier kost toch hartstikke veel tijd? Tijd die je niet aan de patiënt kunt besteden? Was hier een zorgconsultant aan het woord, die met neoliberaal vocabulaire doelmatigheid/efficiëntie met aandacht wilde verbinden? Nee, hier sprak een jonge studente.

Doelmatig & aandachtig – twee begrippen die in de zorg bijna noodzakelijkerwijs met elkaar lijken te botsen. Doelmatigheid of efficiëntie is het bereiken van een doel met gebruik van zo weinig mogelijk middelen als geld of tijd. Anders gezegd: doen we de juiste dingen in zo min mogelijk tijd en/of met zo min mogelijk kosten? De woorden ‘efficiënt’ en ‘doelmatig’ zijn afgelopen decennia hét uithangbord geworden van het neoliberaal gedachtegoed in de zorg, dat gebaseerd is op marktwerking.

Marktwerking is een ‘instrument’ uit de private sfeer, die de samenleving welvaart heeft gebracht – overigens ging die welvaart wel ten koste van bijvoorbeeld het milieu, omdat vervuiling veelal niet in de kosten wordt meegenomen. In de publieke sfeer past het instrument marktwerking niet zo goed. Het biedt eigenlijk geen antwoord op de doelstelling om meer doelmatig te gaan werken, zonder dat de werkdruk toeneemt. Kennelijk heeft marktwerking ervoor gezorgd dat er gestuurd wordt op kostenefficiëntie. En dat betekent telkens minder tijd, minder kosten, minder aandacht voor de cliënt. En dan nu beweert deze studente dat efficiëntie en aandacht niet met elkaar in strijd hoeven te zijn?

Omdat haar opmerking zó origineel was, kreeg zij uitvoerig het woord. Ze vertelde dat ze tijdens haar stage tot de ontdekking was gekomen dat cliënten het waarderen om samen het dossier in te vullen. “We overleggen ook wat we zullen opschrijven en wat niet. Hoe de klacht precies geformuleerd moet worden. De cliënt voelt zich hierdoor gezien. En ik heb na afloop het dossier ingevuld.”

Voormalig Denker des Vaderlands, René Gude, zou wat deze student doet een vorm van zingeving noemen. Als redacteur van Trouw heb ik Gude veel geïnterviewd. Tijdens zijn periode van Denker des Vaderlands werd bekend dat Gude terminaal ziek was. Tijdens zijn periode als Denker sprak Gude veel over zijn ziekte, zijn naderend sterven, maar ook over werk. Want hij bleef werken, en hoe zieker hij werd, hoe harder hij leek te gaan werken. ‘Ik maak zin door te werken,’ zei hij vaak.

Omdat zingeving voor Trouw een belangrijk begrip is, en ik het een vaag begrip vond, heb ik Gude over dit begrip uitentreuren ondervraagd. “René, wat is dat dan, zin?”

Zin leek volgens Gude vroeger vooral voorbehouden aan religie, die je strikt genomen ‘zin-krijging’ zou moeten noemen. Wij kregen de zin van ons bestaan ooit van boven aangereikt, via de kerk of via de partij, of via andere collectieven waarvan wij lid waren.

Dat is voorbij. In onze geseculariseerde samenleving is zin voor velen van ons iets geworden wat je zelf moet maken. Zingeving is zinmaking geworden, en de activiteit ‘zin geven’ wordt dus ‘zin maken’.

Zin is maken, is een bezigheid. Gude sprak vaak van ambachtelijke zingeving, je kunt er aan knutselen. Maar wat is dan zin? Om daar antwoord op te geven, legde Gude het woord ‘zin’ onder de loep.

Zin verwijst allereerst naar het lijfelijke, het fysieke. Gude noemde dat het Zinnelijke (Z1) of het lekkere, het lustvolle, het lichamelijke. Zelf vond Gude deze vorm van zingeving misschien wel het belangrijkste. ‘Zonder trek gebeurt er niets.’

Dat deze vorm van zingeving in de zorg enorm belangrijk is, bleek tijdens het taalfestival in Doorn direct. Nog voor ik de vier verschillende vormen van zingeving had toegelicht, barstte de discussie los over vragen over intimiteit, lijfelijkheid, nabijheid, afstandelijkheid, protocollen.

Het was ook onmiddellijk duidelijk dat de zorg hier veel meer mee te maken heeft dan bijvoorbeeld de banksector. Ik heb meegemaakt dat bankiers bij het woord ‘lichaam’ bijna onder de banken kropen, omdat het hier mogelijk over iets als seks gaat. In de zorg, zo merkte ik, spraken verpleegkundigen openlijk over de moeilijkheden die zich soms voordoen als cliënten voor het eerst op een dag even zonder luier door het leven gaan. Of over seksuele intimidatie, waar een op de drie verpleegkundigen mee te maken krijgt. Er is nauwelijks een sector te verzinnen waar het lichamelijke zo’n grote rol speelt als in de zorg. Vandaar dat die eerste vorm van zingeving – het Zinnelijke (Z1) – hier zo belangrijk is, dat we ons hiertoe ook hadden kunnen beperken.

Gelukkig hebben we dat niet gedaan, want dan hadden we de vondst van de student niet gehoord. Als je over de tweede vorm van zingeving praat, het Zintuiglijke (Z2) dan gaat het bijvoorbeeld over de werkomgeving, of die mooi is of grauw, stinkt of naar lavendel ruikt, zoals in het Catharina ziekenhuis in Eindhoven.

Wie praat over zingeving in de zorg, heeft het al snel over de betekenis van het werk. Waarom doe je wat je doet? Binnen sectoren als de zorg en het onderwijs is er bijna niemand die deze vraag niet kan beantwoorden – wat in de bancaire wereld een heel ander verhaal is. Ik noem deze vorm van zingeving het Zinvolle, (Z4).

Maar daar sprak de studente niet over. Wat zij bedoelde, is wat wij het Zinrijke (Z3) noemen. Het zinrijke gaat over de rationele kant van zingeving. In hoeverre ben je in staat te verwoorden wat je taken zijn, of wat je taken zouden moeten zijn? Het zinrijke is letterlijk bezinning. En deze studente had zich tijdens haar stage bezonnen op haar taken. Zij had het idee dat haar taken anders konden worden uitgevoerd, beter. Wie samen met de patiënt het dossier invult, kan zijn werk effectiever doen.

Het idee werd onmiddellijk opgepakt door Thijs Tromp, directeur van Reliëf en bijzondere hoogleraar: “Ik vind dit schitterend, want als je het dossier samen met de patiënt invult, kun je ook samen besluiten het een andere keer níet in te vullen. Als de patiënt zegt: ‘Dat hebben we gisteren toch al gedaan?’ Dan zet je in het dossier: ‘In onderling overleg en met goedkeuring van de patiënt besloten het dossier vandaag niet in te vullen.’”

Volgens mij is hier sprake van een win-win situatie: twee activiteiten – aandacht schenken en dossier invullen – combineren in één handeling. Dit is een voorbeeld van doelmatige innovatie. En van zingeving pur sang.